quarantainedagboekdag 4

Dagboek vanuit het coronahotel. Vandaag de kipballetjes: een waterige substantie met harde stukjes

Finn Florijn bericht iedere dag over zijn wederwaardigheden in Tokio. Het huishoudelijk reglement in het quarantainehotel blijkt niet in marmer gebeiteld, maar is doorgaans ondoorgrondelijk. ‘De rijst met tomatensaus, die is wel te doen.’

Skiffeur Finn Florijn. Hier nog voordat hij het quarantainehotel betrad. Beeld ANP
Skiffeur Finn Florijn. Hier nog voordat hij het quarantainehotel betrad.Beeld ANP

Dinsdag mocht Finn Florijn plots zelf beslissen wat hij wilde eten in het coronahotel, waar hij samen met de andere geïnfecteerde olympiërs verblijft. ‘Ik heb twee Big Mac-menu’s besteld. Ik ben daar normaal niet zo van, maar ik heb ervan genoten.’

Het lijkt een eenmalige versoepeling van het regime, want op woensdag was het weer eten wat de pot schaft. Zo veranderen de regels steeds. Dat geldt ook voor die ene kamer op de vierde verdieping waar het raam open staat. ‘Daar mocht je gisteren een uurtje onder begeleiding naartoe. Nu is dat 45 minuten.’

Florijn mag maar drie keer per dag naar de eetzaal op de eerste verdieping om een tasje te vullen met eten. Elke dag hetzelfde.

In de ochtend is er yoghurt, wat fruit, een zoet broodje en wat sneetjes stokbrood. Bij de lunch bestaat de keuze uit bakjes rijst, groenten, kipballetjes en pasta. Met de keuze uit twee soorten saus: tomatensaus of satésaus. ‘Ik neem steeds rijst met die tomatensaus, die is wel te doen.’

De kipballetjes vermijdt hij liever. ‘Die zijn niet geweldig. Het is een soort waterige substantie met harde stukjes erin. Als je dat elke dag hebt, dan snak je wel naar wat anders.’

null Beeld

Hij is steeds de eerste in de eetzaal om zijn tasje te vullen. ‘Ik ben altijd al de eerste als het om eten gaat en nu zeker.’ Omdat hij er altijd zo vroeg bij is, zijn zijn gerechtjes nog net een beetje warm. De tragere bewoners van het hotel moeten het met koude hapjes doen. ‘Je kunt het nog opwarmen in de magnetron op de gang, maar daar ben ik te lui voor.’

Bij zijn vertrek uit het olympisch dorp kreeg hij vanuit de Nederlandse ploeg een trommeltje mee. ‘Er zaten dropjes is, een paar koeken en pakjes cup-a-soup.’ Hij wist toen nog niet hoe de voeding in het hotel zou zijn, maar vooral die pakjes instantsoep bleken heel welkom. ‘Ik ben normaal niet zo’n soepeter, maar nu doet me dat echt even goed.’

Het eerste kopje soep ging verloren omdat zijn waterkoker stuk was, maar die is inmiddels vervangen. ‘Ik heb vandaag twee zakjes genomen en ik heb er nog één op voorraad.’

Ook havermout mocht mee naar binnen. ‘Melk willen ze hier niet hebben, volgens mij. Dus ik maak die havermout dan maar met warm water.’

De 21-jarige skiffeur had zelf ook nog wat in zijn koffer om het eentonige menu te verlevendigen. ‘Ik had sowieso een hele hoop havermouteiwitrepen bij me. Die eet ik nu als tussendoortje.’ En hij drinkt nog twee keer per dag een eiwitshake, die hij zelf op zijn kamer kan maken. ‘Nee, ik verhonger hier in ieder geval niet.’

Meer over