Olympische Spelen

Dafne Schippers na uitschakeling: ‘Ik wil niet blijven aanmodderen’

Tweevoudig wereldkampioen Dafne Schippers (29) sneuvelt in de halve finales van de olympische 200 meter. Ze eindigt in de zeventiende tijd: 23,03. Na afloop is ze in tranen. Ze wordt belemmerd door chronische rugproblemen. Een monoloog.

Dafne Schippers wordt uitgeschakeld in de halve finale. Ze kijkt direct na de finish naar het scorebord en ziet dat haar tijd en plaats niet voldoende zijn om de finale te halen. Beeld Klaas Jan van der Weij
Dafne Schippers wordt uitgeschakeld in de halve finale. Ze kijkt direct na de finish naar het scorebord en ziet dat haar tijd en plaats niet voldoende zijn om de finale te halen.Beeld Klaas Jan van der Weij

‘Het lukt me niet een interview te geven zonder te huilen. Sorry. Alles komt eruit nu, de laatste twee jaar. Ik heb zo hard gevochten. Dag in dag uit. Je hoopt dat je een keer wat terugkrijgt. Dat is niet zo. Dat komt gewoon even binnen. Je denkt alles vooruit te duwen, met het idee dat het wel goed komt. Maar de waarheid is dat het niet goed is gekomen.

‘Ik ben een toernooimens, dan hoop je dat het allemaal wel net bij elkaar komt op het moment dat je er staat. Helaas was het niet zo. Ik moest te veel geven in de bocht. Ik dacht: ik ga er gewoon voor. Ik moest iets proberen, ik zat er best wel lekker in. Maar dat heeft me zoveel energie gekost.

‘Op het laatste stuk kom ik er niet door. Als dan de versnelling er is, kan ik niet meer inhaken. Daar mis ik de trainingsinhoud van de afgelopen anderhalf jaar. Ik sta stil, ik ga in het zuur en zij lopen weg. Mijn snelheid is wel goed, maar mijn inhoud en mijn start niet. Nee, tijdens de race heb ik niet eens zoveel last van mijn rug (Schippers kampt met een beginnende hernia, red.), maar ik voel stijve plekken, zoals in mijn bilspier.

‘Misschien had ik achteraf beter voor de 100 kunnen kiezen. Het is door mijn hoofd geschoten. Maar dan moet je echt een volle start maken. Dan kan het in je rug schieten als je te veel power geeft. Maar het is als, als als. Ik hoop verderop in het toernooi met de meiden op de 4x100 alles te geven. Dan hoef je geen startblok te gebruiken. Daar wil ik laten zien dat ik er nog ben.

‘Ik moet dit even een plekje geven, ik neem nu een break om na te gaan wat er nog mogelijk is. Daar wil ik de tijd voor nemen, ook al duurt het maanden. Ik moet dingen bedenken waardoor ik kan terugkomen op mijn oude niveau. Ik werk weer met krachttrainers, niet om sterk te worden, maar heel specifiek aan kleine dingen te werken. Het speelt mee dat ik al dertien jaar in dezelfde routine zit op Papendal. Het kan geen kwaad andere mensen eens te laten meekijken.

‘Maar ik moet niet blijven aanmodderen. Het moet wel leuk blijven. Ik wil nog steeds stappen maken, mee strijden met de wereldtop en niet ergens achteraan lopen. Dat motiveert me niet genoeg. Ik wil hard werken, maar dan moet ik er iets voor terugkrijgen. Alleen maar vechten is ook niet leuk.

‘Ik ben nog steeds de Dafne uit mijn begintijd, ergens, maar ik weet niet zo goed meer waar ze is. Er zijn momenten geweest waarop je denkt aan stoppen, zeker als je bijna niet meer van de bank komt. Dan denk je: waar doe ik dit in godsnaam voor. Maar ik ben topsporter. Ik wil vechten. Ik wil niet zomaar opgeven. Of dat moment nu dichterbij komt? Ik heb er nu geen antwoord op.’