Nieuws

Cursus bij Atletiekunie: probleemgevallen qua eten er meteen uitpikken

Bijna twee jaar nadat atlete Jip Vastenburg in deze krant haar verhaal deed over hoe een ongezonde obsessie met eten haar levensgeluk en loopcarrière kapotmaakte, heeft de Atletiekunie een plan klaar om ondervoeding in de sport tegen te gaan.

Eline van Suchtelen
Jip Vastenburg (m) woog op haar dieptepunt 55 kilo bij een lengte van 1.80 meter. Beeld ANP
Jip Vastenburg (m) woog op haar dieptepunt 55 kilo bij een lengte van 1.80 meter.Beeld ANP

Er is een online cursus ontwikkeld voor trainers bij atletiekclubs zodat zij sneller zien wanneer een atleet verkeerd met eten bezig is. De bond hoopt dat de informatie via sportkoepel NOCNSF ook bij andere bonden terechtkomt, zodat er een nationale aanpak komt van het probleem dat ook in andere sporten speelt.

Hardloop- en triatlontrainer Rob Veer schreef mee aan de module. Hij klopte twee jaar geleden al bij verschillende bonden in Nederland en België aan met een actieplan, maar er was weinig tot geen interesse bij de circa vijftien bonden waar hij zijn noodkreet naartoe stuurde. ‘Ze zullen bang zijn geweest voor de negatieve beeldvorming, als je erachter komt dat er in jouw sport allemaal probleemgevallen rondlopen. Met enige regelmaat hoor je dit soort verhalen. Dan roept iedereen weer ‘ach en wee’ en dan gaan we over tot de orde van de dag.’

Eetstoornissen

Naar aanleiding van de misstanden in de turnwereld werd er onlangs een onderzoek aangekondigd naar grensoverschrijdend gedrag in de gehele Nederlandse topsport. Daarbij wordt ook naar eetstoornissen gekeken. Volgens Veer komen die problemen overal voor, met name in de duursporten waar het loont om licht te zijn en in de sporten waar je gewichtsklassen hebt, zoals roeien en judo.

Het verhaal van Vastenburg gaf bij de Atletiekunie wel de doorslag om financiële middelen vrij te maken om er iets mee te doen. Vastenburg is een van de beste langeafstandslopers van Nederland. Ze had jarenlang het idee dat ze zo licht mogelijk moest zijn om goed te presteren. Ze woog op haar dieptepunt 55 kilo bij een lengte van 1.80 meter, werd acht jaar niet ongesteld en kreeg door een verstoorde hormoonbalans te maken met depressies en blessures.

Het verhaal van Vastenburg staat niet op zichzelf. De discussie over de kwalijke gevolgen van ondervoeding werd in Amerika aangezwengeld door hardloopbelofte Mary Cain, die nu een schadevergoeding van 17 miljoen euro eist tegen haar voormalige coach Alberto Salazar. De omstreden atletiekcoach zou Cain voor de groep hebben gewogen, zodat de rest kon zien wat haar gewicht was. Cain werd uitgescholden als ze niet dun genoeg was en at zo weinig dat haar menstruatie drie jaar uitbleef. Ze brak vijf botten als gevolg van osteoporose en wijt dat aan het feit dat ze slecht at.

Worstelen

Ondervoeding in de topsport komt te vaak voor, zegt ook Grete Koens, bondscoach atletiek op de middenlange afstanden. Ze ziet zelf zo’n vier tot zes gevallen per jaar van atleten die te dun zijn, zowel mannen als vrouwen. Het gaat volgens Koens vaak fout op het niveau voordat atleten doorbreken naar de absolute top. ‘Ik heb nu twee sporters in mijn groep die bij een voorgaande coach een eetstoornis hebben ontwikkeld. Het gaat nu goed, maar je ziet dat ze met sommige dingen nog steeds worstelen. Eén meisje is bij mij weggegaan omdat ik er iets te veel bovenop zat. Je moet wel een gedragsverandering ondergaan om er vanaf te komen.’

In de cursus die nu is ontwikkeld, staan voorbeelden van hoe je als coach kunt signaleren dat een atleet op een ongezonde manier met voeding bezig is. Koens pikt de probleemgevallen er tegenwoordig zo uit. ‘Als het vetpercentage te laag is kan er een laagje donshaar op het lichaam komen. Het lijf probeert zich zo op een andere manier te isoleren. Vaak is het hoofdhaar ook pluizig en zie je een heel duidelijke spiertekening. Soms blijven er amper spieren over omdat het lichaam zichzelf opvreet.’

Bij ondervoeding verandert ook het gedrag. Atleten die te weinig eten kunnen emotioneel uit balans raken en depressieve klachten krijgen. ‘Ze gaan ook raar doen met eten. Als je dan een keer een traktatie op tafel zet en iemand moet plotseling de bus halen en neemt het mee, dan weet je dat het daarna in de struiken ligt.’

Naar ongesteldheid vragen

Koens is haar manier van aanpak in de loop der jaren gaan veranderen. Ze vraagt vrouwen die bij haar komen trainen meteen of ze ongesteld worden. Als dat niet zo is, kan dat een teken zijn dat het fout gaat. Als er metingen worden gedaan, vraagt ze de jongens hun vetpercentage niet te delen met elkaar omdat het per persoon verschillend is wat gezond voor je is. ‘Soms zie je jongens trots delen dat ze een vetpercentage van 5 procent hebben. Doe dat nou niet, want anderen kunnen het kopiëren en denken dat dat de norm is. Terwijl 7 of 8 procent voor iemand anders misschien beter is.’

Koens is juist blij als ze junioren krijgt die wat meer spek op de botten hebben. ‘Dat is alleen maar een voordeel. Omdat ze meer wegen leren ze met meer kracht te lopen. En ze herstellen beter. Je moet bij junioren überhaupt niet naar het gewicht kijken. Weeg ze gewoon niet, zou ik zeggen.’

Meer over