Constantere prestaties, zelfbewuster optreden

LEUNEND op zijn fiets stond Miquel van Kessel zondag in Tours te kijken naar de binnenkomst van generatiegenoten. Wie heeft gewonnen, vroeg een passant....

Hij zei er zelf meteen bij dat het deelnemersveld in Parijs - Tours voor beloften niet het best denkbare was, maar het is een zege die wel telt. Bovendien heeft Van Kessel er al meer op zijn naam staan en hebben jongens als Van der Ven, Bruinsma, Van Dartel en Lotz zich ook al gemanifesteerd dit bijna afgelopen seizoen.

Ruim twee uur na afloop van de beloftenkoers denderden zondag de professionals Tours binnen. Het duo Vierhouten-Van Bon sprintte naar de achtste en negende plek. Mede dankzij die inspanning blijft de afwezige kopman Rolf Srensen aan de leiding in het klassement om de wereldbeker. Niet alleen Srensen, maar ook Blaudzun, Piziks en Bruyneel misten Parijs - Tours. 'De Nederlanders hebben de ploeg hier overeind gehouden', zei ploegleider Theo de Rooy.

Met het risico de komende dagen heel erg ongelijk te krijgen, alhier de stelling dat het Nederlandse wielrennen op de weg terug is.

Ruim een jaar geleden zei Theo de Rooy: 'Ik wou dat ik iets van het positieve van nu kon vasthouden en het wegzetten voor later.' Dat was in het Franse Hendaye. Bart Voskamp had die dag een etappe in de Tour gewonnen en dat was al de derde Nederlandse zege in Frankrijk.

Het leek niet op te kunnen toen, maar dat gebeurde toch al snel. Na de Tour de France was de Nederlandse inbreng weer even bescheiden als ze daarvoor was. Dan is het dit jaar is eigenlijk net andersom: slechts één ritzege in de Tour, maar in de rest van het seizoen zijn Nederlandse wielrenners prominenter aanwezig.

Het is misschien vooral een indruk, want de lijst met overwinningen kan het nog niet bevestigen. TVM is in 1997 met 52 overwinningen iets succesvoller geweest. Vorig waren het er 48. Maar dit jaar ging het 25 keer om een Nederlander en in 1996 33 keer. Bij Rabo waren er tot op heden dertien overwinningen minder te vieren: 35 zeges in 1997 (19 Nederlandse), 48 in 1996 (23 Nederlandse).

Maar die cijferlijsten zijn betrekkelijk. Kijk maar eens naar de dertien overwinningen die Jeroen Blijlevens in 1996 op zijn naam schreef. Daarvan waren er vijf in de Ronde van Beieren en die staan in geen verhouding tot de ritzeges in de Tour en de Ronde van Spanje.

Blijlevens was in 1996 het boegbeeld van het Nederlandse wielrennen. Dit jaar is zijn rol veel minder opvallend. Weliswaar won hij weer een etappe in de Tour, maar daarvoor moest de jury eerst winnaar Erik Zabel deklasseren. Van de tien zeges die Blijlevens verder behaalde, sprak alleen die in Duinkerken tot de verbeelding.

Het is de soms wat klagerige en nukkige Jeroen Blijlevens op nogal wat kritiek komen te staan. Helemaal terecht is dat niet. Blijlevens is nu eenmaal een sprinter uit de categorie van Minali of Svorada. Ze missen de pure snelheid van Zabel en leggen het in de laatste jump normaal gesproken af tegen Cipollini. Bovendien heeft Blijlevens in het najaar gesukkeld met zijn gezondheid. Daarom ontbreekt hij ook bij het WK.

Maar uit de schaduw van Blijlevens bloeit het Nederlandse wielrennen toch op. Bij Priem blijft de winst- en verliesrekening min of meer in balans. Maarten den Bakker en vooral Tristan Hoffman (vorig jaar nog vierde in Parijs - Tours, nu niet van de partij) hebben betere jaren gekend. Daarentegen presteert Steven de Jongh steeds beter en heeft met name Bart Voskamp knap gereden.

Zowel in de Tour als in de Vuelta eindigde Voskamp een keer als eerste. In Frankrijk volgde weliswaar een deklassering wegens onreglementair sprinten, maar dat doet niets af aan zijn prestatie. Voskamp werd bovendien dit jaar derde in het eindklassement van de Midi Libre.

Het andere kamp kon pronken met de vierde klassering van Michael Boogerd in de Dauphiné Libéré. Boogerd heeft zich ontwikkeld tot een renner die de Nederlandse wederopstanding in de meerdaagse koersen kan vormgeven. Vorig jaar besloot Boogerd de Tour nog als 31ste, in 1997 eindigde hij als zestiende. Belangrijker is echter dat Michael Boogerd een constant seizoen achter de rug heeft.

Dat geldt ook voor Léon van Bon en Erik Dekker. In de voorjaarsklassiekers dienden de benen meestal Srensen, al was Van Bon zelf ook in beeld tijdens de Ronde van Vlaanderen en de Amstel Gold Race. Dekker reed daarna een sterke Tour en won de Ronde van Nederland. Van Bon schreef vorige maand een rit in Spanje op zijn naam, net als ploeggenoot Max van Heeswijk op de slotdag.

Het wielerseizoen is positiever geweest dan de cijfers en het verloop van de Tour de France doen geloven. De prestaties waren constanter, de optredens zelfbewuster.

Vandaag begint het WK met de tijdritten voor vrouwen en beloften. Komend weekeinde worden de wegtitels betwist op een parkoers dat perspectiefrijk is. Vorig jaar in Lugano was Maarten den Bakker de beste Nederlander met de 44ste plek. Miquel van Kessel was dat als 28ste bij de beloften. 'Dit jaar moet het veel beter gaan', zei Van Kessel zondag in Tours.

Bart Jungmann

Meer over