Computer bewijst: Oranje verloor terecht in 1974

Velen weten het nog goed: de WK-finale van 1974, die Oranje verloor van de Duitsers. Terecht, blijkt nu uit metingen van de Rijksuniversiteit Groningen (RuG) en het Groninger bedrijf Team Support Systems....

Van onze verslaggeefster Karin Sitalsing

Zij ontwikkelden samen een systeem om de effectiviteit van spelers te meten. Conclusie: Nederland mag dan tijdens het hele toernooi geweldig gespeeld hebben, in de finale waren de Duitsers wel degelijk beter. En niet Johan Cruijff, maar invaller René van de Kerkhof was Oranjes sterspeler van de avond.

Dat is de uitkomst van metingen met een speciaal computersysteem, analysemodel Effectivity in Action, vertelt Gert Jan Wormmeester van TSS. Zijn bedrijf ontwikkelde het samen met de afdelingen bewegingswetenschappen, econometrie en informatica van de Rijksuniversiteit. Eerder dit jaar berekende TSS dat Eric Heiden de beste schaatser aller tijden is.

Wormmeester: ‘Vier analisten kijken naar een wedstrijd, twee per elftal. Als een speler, bijvoorbeeld Cruijff, een spelbepalende actie uitvoert, zoals een assist, dan drukken de Oranje-analisten op Cruijffs foto op een touchscreen. Vervolgens klikken ze de actie aan, en die geven ze dan een cijfer. Van alle scores wordt een gemiddelde genomen en daar komt een soort rapportcijfer uit.’

Zo bleken de Duitsers Berti Vogts en Paul Breitner in de finale van 1974 met een score van 6,9 de beste spelers van het veld. René van de Kerkhof scoorde 6,8, Johan Cruijff scoorde 6,3.

Ook de finale van de Champions League van woensdagavond namen de analisten onder de loep. Verliezer Arsenal deed het een fractie beter dan Barcelona, die er met de beker vandoor ging: 6,2 en 6,1 voor de gehele wedstrijd. Wel had Barça 64 procent balbezit en de Gunners maar 36. De topspelers van beide teams scoorden beiden een 7,8: Beletti voor Barcelona en Pires voor Arsenal.

Niet iedereen kan analist worden, want je moet verstand van voetbal hebben én objectief zijn. Voor de voetbalanalyses zijn studenten bewegingswetenschappen ingezet. ‘Zij worden eerst getest, wie overblijft wordt daarna zorgvuldig getraind. Verder heeft elk elftal dus twee analisten, die een computer delen. Ze worden dus gedwongen te overleggen. Daarnaast zijn veel acties gekoppeld aan cijfers. Voor een assist die wel gevaar in het doelgebied oplevert, maar niet tot een doelpunt leidt, staat een vier. Komt er wel een goal uit, dan is het een vijf. Bovendien staat achter elk analistenteam een toezichthouder.’

Vrienden maken doet Wormmeester niet met de uitkomsten over het WK in 1974. ‘Maar ja, we moeten wel eerlijk blijven hè? Omdat Oranje tijdens dat toernooi geweldig speelde, denken veel mensen dat het Nederlands elftal dat tijdens de finale ook deed. Nee dus. We zouden natuurlijk alle wedstrijden van Oranje kunnen analyseren om te zien of Nederland toch niet eigenlijk de beste was. Maar ja, daarmee kunnen we niet met terugwerkende kracht de wereldbeker incasseren. Het gaat om een momentopname, en Duitsland was in die finale gewoon beter.’

Meer over