Interview

Coach Ronald Vetter zag hoe Nederland in 15 jaar een atletiekland werd. ‘Wauw.’

Nooit kende Nederland een succesvoller atletiekseizoen dan 2021. Meerkampcoach Ronald Vetter (65) volgde de ontwikkeling van nabij. Hij werkt sinds 2006 op Papendal. Ook zijn dochter Anouk Vetter en pupil Emma Oosterwegel blonken in de zomer uit op de zevenkamp in Tokio.

Anouk Vetter met vader en bondscoach Ronald Vetter. Beeld Klaas Jan van der Weij
Anouk Vetter met vader en bondscoach Ronald Vetter.Beeld Klaas Jan van der Weij

Als hij zijn herinneringen terughaalt aan de gebeurtenissen op die zwoele donderdagavond 5 augustus in het Olympisch Stadion van Tokio, volstaat de eigen woordenschat nog altijd niet om zijn emoties te beschrijven. Bondscoach Ronald Vetter (65) citeert presentator Ivo Niehe: ‘Twee medailles op één onderdeel. Dit was een belachelijk groot succes.’

Vanaf de tribune zag hij zijn dochter Anouk (28) en haar trainingsmaatje Emma Oosterwegel (23), beiden gehuld in een Nederlandse vlag. Ze stelden op het afsluitende onderdeel van de meerkamp, de 800 meter, zilver en brons veilig. Eerstgenoemde sloot met haar tweede plek een duistere periode af, vol twijfels over de topsport, de ander was debutant op de Spelen. Vetter, een maand later in zijn woning in Nieuw-Vennep: ‘Wauw. Wauw.’

Afgelopen donderdag kwam met de Diamond League in Zürich een eind aan een voor Nederland ongekend succesvol verlopen atletiekseizoen. Niet eerder was de oogst zo rijk, met eremetaal in alle schakeringen op de EK indoor in Polen en acht medailles op de Spelen. In Zwitserland waren er podiumplaatsen voor Sifan Hassan, Nadine Visser en Femke Bol, die met haar winst op de 400 meter horden ook naar de eindzege in de prestigieuze competitie snelde. Nederland is een atletiekland.

Sinds 2006 in dienst

Vetter is binnen de Atletiekunie met werptrainer Gert Damkat de bondscoach met de langste staat van dienst. Zij behoorden in 2006 tot de eerste fulltimers die op Papendal werden aangesteld, een jaar later gevolgd door talentencoach Bart Bennema, tegenwoordig verantwoordelijk voor de sprintnummers. Al die jaren zat Vetter in de machinekamer. Hij zag talenten opkomen en afhaken, begeleiders aantreden en vertrekken.

Anouk Vetter op het onderdeel kogelstoten tijdens de Spelen van Tokio. Beeld AFP
Anouk Vetter op het onderdeel kogelstoten tijdens de Spelen van Tokio.Beeld AFP

De klinkende resultaten hebben hem niet verrast. Hij zag het natuurlijk aankomen bij zijn dochter, die in de aanloop naar de Spelen haar pr’s aanscherpte, op de horden, met het verspringen. ‘Dat is niet normaal op haar leeftijd. Ze is ook nog eens kwetsbaar. Als 12-jarig meisje liep ze al een spierverrekking op. We hebben bewust de meerkamp indoor overgeslagen. Ik vond het risico te groot. Nu hebben we maanden aaneen het hele trainingsprogramma kunnen draaien, zonder pijntjes. Ze kon beter worden zonder iets kapot te maken.’

Hij zag hoe Vetter en Oosterwegel zich aan elkaar optrokken. ‘Emma die in het krachthonk niet 60 maar 62 kilo naar de borst tilt omdat Anouk dat ook doet. Anouk die zich uitgedaagd voelt op de 800 meter, de afstand waarop Emma de betere is.’

Maar ook in de breedte waren zijn verwachtingen hoog. ‘Zeker op de estafettes. Niet alle landen zijn in staat of hebben de wil om iets bijzonders op deze onderdelen te leveren. Nederland had dat wel. De vijf teams hadden kans op een hoge klassering. Maar ja, zeker op de 4x100 kan veel misgaan.’

Hij maakt zelf de kanttekening: als coach en fan reken je misschien een beetje te rijk. ‘De gouden regel is dat een derde van de atleten boven zichzelf uitstijgt, een derde levert naar de mogelijkheden en een derde stelt teleur. Je komt toch altijd met wat minder terug dan in potentie mogelijk is. Sifan heeft wat dat betreft veel goed gemaakt. Wat zij presteerde was onmenselijk, van een andere planeet.’

Bescheiden kogelslingeraar

Vetter heeft een kortstondig verleden als atleet. Hij was kogelslingeraar bij de Amsterdamse Atletiek Combinatie. ‘Heel matig, hoor. Een keer het podium tijdens een NK. Het zei veel over het niveau, het zei zeker niks over mij.’ Hij doorliep het CIOS, werd al tijdens de diplomauitreiking gevraagd er docent te worden en besloot niet snel daarna de academie voor lichamelijke opvoeding te volgen. Een vroegere opleiding in de fijnmechanische techniek hielp volgens hem bij het coachen. ‘Het is voor mij makkelijk bewegingen te analyseren. Zo kan ik al snel de vinger op de zere plek leggen.’

Emma Oosterwegel  tijdens het speerwerpen.  Beeld REUTERS
Emma Oosterwegel tijdens het speerwerpen.Beeld REUTERS

Een eerste succes met Karin Ruckstuhl - tweede op de EK in 2006 - leidde tot de aanstelling als meerkampcoach op Papendal. Naast de werponderdelen (discus, kogel en speer) werden ook de middellange afstanden in het programma opgenomen. Later werd de sprint toegevoegd, mede door de ontwikkeling van Dafne Schippers en Nadine Visser, die als meerkampers begonnen.

Dat in de Arnhemse bossen het fundament voor een topsportklimaat werd gelegd, ging verder dan de bouw van sporthallen en state of the art-krachthonken. Vetter: ‘Voor het eerst werden coaches betaald. Zij vormden jaren achtereen de zwakke schakel. Ze kregen nu onafgebroken atleten onder hun hoede. Het was het eind van het amateurisme.’ Maar ook de sporters zelf moesten eraan wennen. ‘Simpelweg het idee dat je op Papendal moest zijn. Dat je daar moest gaan leven. Dat je daar ging studeren.

Perfectie op Papendal

‘Het is nu perfect geregeld. Er is iemand die voor jou de contacten legt op school of universiteit. Er komt een bus op Papendal om je naar het station in Arnhem te brengen. Er zijn kamers beschikbaar, veel met kookgelegenheid. Dat is wel belangrijk: ze het idee te geven dat ze ergens wonen. Je ziet vaak dat sporters die het goed doen, al snel in de buurt een huis betrekken.’

Steeds meer begeleiders maakten hun opwachting. Dagelijks is er een fysiotherapeut beschikbaar. Twee keer per week komt een sportarts langs. Wetenschappers analyseren de bewegingen of buigen zich over de fysiologie van de atleten. Voedingsdeskundigen geven advies. Vetter: ‘Anouk kon in Japan niet aan een bepaalde yoghurt komen die makkelijk verteert. Ze stuurde een appje en kreeg gelijk een alternatief aangereikt. Het is allemaal om de hoek.’

Een keerzijde voor de coaches is er ook. Bij tegenvallende prestaties worden contracten niet verlengd. ‘Je loopt toch een enorm risico als je een maatschappelijke baan opgeeft. Ik was destijds fulltime in dienst bij het CIOS. Vaak wordt aan het eind van een olympische cyclus de balans opgemaakt. Als resultaten uitblijven, komt onvermijdelijk de vraag of je nog wel verder kan. Dat kan pijnlijk aflopen. Het is dan net een bedrijf. Je moet kunnen verantwoorden wat je bereikt.’

Zelf is hij al die tijd buiten schot gebleven. Met Rucksthul, Nadine Broersen en zijn dochter waren er medailles op EK’s en WK’s. Dat op de Spelen uitbetaling in klinkende munt uitbleef, werd hem niet aangerekend. ‘Dat ze zich plaatsten, was al bijzonder. Ik had altijd atleten die de limieten haalden. Het was vaak top acht.’

Is zijn manier van coachen veranderd in die tijd? ‘Het zit ‘m vooral in de technische ondersteuning. Met nota bene mijn telefoon kan ik tijden op honderdsten van seconden terugkijken, tot op een graad nauwkeurig zien onder welke hoek iemand zijn speer werpt, passen in centimeters meten en bewijzen dat een verspringer bij de afzet zijn lichaam wel rechtop houdt. Je bent geen magiër meer die langs de kant staat en doet alsof hij alles wel weet en ziet. Je kunt het concreet maken. Maar ik zeg tegelijkertijd: er hoort ruimte te zijn voor twijfel en discussie. Begrippen als het oog van de meester, ervaring, ja zelfs een beetje geluk, tellen nog altijd mee.’

Prestatiedruk weegt steeds zwaarder op schouders sporters

Voorbeelden te over, inmiddels. Turnster Simone Biles. Tennisster Naomi Osaka. Wielrenner Tom Dumoulin. Volleybalster Celeste Plak. Allemaal topsporters die mentaal uitgeput raakten en een pauze namen.

Ronald Vetter maakte het van nabij mee, als vader en als coach. Twee jaar geleden, op de WK in Doha, met alleen nog de 800 meter te gaan, besloot dochter Anouk de wedstrijd te verlaten. Verlamd, de topsport beu, niet meer bestand tegen de druk de allerbeste te moeten zijn. Ze keerde terug na een vakantie op Sri Lanka en een bezinning op wat ze nu echt belangrijk vond: dat waren familie en vrienden. Als die basis op orde is, kan ze presteren.

Vetter had al langer in de gaten dat het heilige vuur ontbrak. ‘Het sprankelde niet. Het was dof. Wel trainen, maar vragen stellen. Waar ben ik mee bezig.’ Wat hij zeker weet: ‘Het is nooit één ding. Het is een cumulatie van factoren. Het was niet alleen dat ze zichzelf zoveel druk oplegde. Natuurlijk, het is de kern: het eeuwige ik moet, ik moet. Maar topsporters willen altijd winnen, ongeacht het spelletje. Het zit in ze. Als dat het enige probleem is, kun je daaraan werken. Maar als het er twee of drie zijn, wordt het al ingewikkelder. Een oma die overlijdt. Een sponsor die afhaakt. Het is een broos evenwicht. Sport wordt dan snel te veel.’

Hij was vooral coach toen hij in Doha probeerde Anouk het stoppen uit het hoofd te praten. ‘Vader was even afwezig. Ik kon als coach niet gelijk toegeven. Mijn taak is een atleet verantwoord naar de eindstreep te brengen. Er zitten consequenties aan als je stopt. Het wordt breed uitgemeten in de pers. De Atletiekunie stuurt je naar een wedstrijd om het af te maken. Sponsoren vinden het niet leuk. Je mist prijzengeld. De coach denkt: nog maar twee rondjes, hoe moeilijk kan het zijn?’

De knoop werd doorgehakt in een gesprek tussen de atleet en hoofdcoach Charles van Commenée. ‘Ze kwam daarna naar me toe. En daar was ik ineens vader. Er was geen teleurstelling, boosheid of negativiteit. Het was eigenlijk meteen hartstikke gezellig. Of ik een rol heb gespeeld in haar terugkeer, durf ik niet te zeggen. Je weet nooit wat de kracht van woorden is, of de kracht van wat je juist niet zegt.’

Waarom het geen uitzondering meer is dat sporters al dan niet tijdelijk afhaken, houdt hem bezig. Achter mogelijke antwoorden plaatst hij zelf vraagtekens. ‘Presteren op een hoog niveau vraagt tegenwoordig veel opoffering. Je moet langdurig programma’s volgen, full time. Lekker sporten in de avonduren en de weekeinden volstaat niet meer. Kun je niet beter gaan studeren of een baantje zoeken met veel vrije tijd? De sociale media spelen een rol. Veel sporters posten van die showoff-filmpjes. Kijk eens waartoe ik staat ben! Of foto’s vanaf het strand of het terras. Het leidt alleen maar tot meer druk als het dan eens tegenvalt. Laat eens een foto zien waarop je na een zware training kotsend op de baan ligt, denk ik dan. Laat zien dat het ook keihard werken is.’

Heeft hij als coach lessen getrokken? ‘Er moet ruimte zijn het maar eens wat minder goed te doen. Soms kan een weekje vakantie veel effectiever zijn dan zes weken keihard trainen. Ik moet daar nog alerter op zijn. Laten we onze rol ook niet overschatten. Wat er speelt in hun privéleven, dient privé te blijven. Dat moeten ze zelf regelen.

‘Het is opvallend dat het vooral meisjes betreft. Meisjes willen pleasen. Ze willen het niet goed doen, maar beter. Jongens kijken eerder naar mogelijkheden de kantjes eraf te lopen. Die relativeren meer. Meiden doen wat de coach zegt. Daar ben ik me meer dan ooit bewust van.’

De ambities van de sporter gaan intussen die van de coach voorbij. Gekscherend hield Vetter zijn dochter en Emma Oosterwegel voor dat ze na het succes in Tokio net zo goed konden stoppen. Mooier wordt het niet. Anouk zei dat het onzin was. Haar argument: ik kan nog beter worden. Vetter: ‘Dus gaan we gewoon door.’

Meer over