Coach Hendriks oogst na lastig debuutjaar

De chemie is terug bij de Nederlandse hockeyers. Wat dat voor fraais tot gevolg kan hebben etaleerde de ploeg gisteren in het met 4-1 gewonnen oefenduel tegen Australië....

Van onze verslaggeefster Tynke Landsmeer

De duizendste interland, ook de allereerste won Nederland op 23 januari 1926 tegen België, was daarmee eens te meer reden voor een feestje. Toch waarschuwde bondscoach Maurits Hendriks na afloop voor overschatting. 'Onze progressie is geen momentopname, maar zo'n overwinning zetten we niet elke dag tegen Australië neer.'

Australië had nog zichtbaar een paar uur tijdverschil in de benen, maar het ijzersterke spel van Nederland brachten spelers en coach tot de eensluidende conclusie dat er een dikke streep gezet kan worden onder de moeizaam verlopen samenwerking gedurende het eerste jaar.

De opvolging van succescoach Roelant Oltmans leverde assistent Hendriks aanvankelijk meer problemen op dan hij voor mogelijk had gehouden. Vooral de opbouw van de vertrouwensrelatie met de spelers kostte tijd. 'Gelukkig heb ik van Tom van 't Hek en Roelant begrepen dat zij er ook een poosje over hebben gedaan. Als bondscoach kun je ambitieus zijn en veel hebben meegemaakt, maar daar ben je er nog niet mee', aldus een wijs geworden Hendriks.

De omslag vond begin dit jaar plaats op de Egyptische stranden, waar de eerste vier dagen van het trainingskamp werden doorgebracht met voetbal, volleybal en bier. Volgens aanvoerder Stephan Veen had die vrijetijdsbesteding een louterend effect op de sfeer in de ploeg. 'We hadden het nodig om elkaar ook eens te zien zonder constant met hockey bezig te zijn.'

Het resultaat was veelbelovend. De ploeg herinnerde gisteren in niets meer aan de sukkelende formatie die vorig jaar in Brisbane aan de start van de Champions Trophy verscheen, hoewel de spelers ook dit jaar na de competitie weinig rust werd gegund. Hendriks: 'Als de sfeer goed is, stap je makkelijker over die vermoeidheid heen. Vorig jaar liep het gewoon niet lekker. Ik heb daar een paar inschattingsfouten gemaakt. Maar dat ligt nu achter ons.'

Met nagenoeg de gehele Bloemendaalse voorhoede kon de coach bovendien bogen op een zeer op elkaar ingespeelde aanvalslinie. Met weer een fitte Veen in het centrum (hij jubileerde met zijn 250ste interland) was het voor de Australische defensie onmogelijk in te schatten van welke kant het aanvalsgevaar zou komen.

Al na vijf minuten leidde een prachtige combinatie tussen Remco van Wijk en Teun de Nooijer tot de eerste treffer, maar de Duitse scheidsrechter Siebrecht verzuimde de voordeelregel toe te passen. Van Wijk, eerste schutter bij afwezigheid van de aan zijn pols revaliderende Bram Lomans, mistte de toegekende strafcorner.

Dat de ploeg niet langer leunt op de sleeppush van Lomans, bewezen de vier prachtige velddoelpunten. Marten Eikelboom (een tip-in op een vrije slag van Van Wijk), De Nooijer (pass van Jaap Derk Buma), Buma (pass van De Nooijer) en opnieuw De Nooijer (weergaloze rush vanaf het middenveld) wedijverden om de treffer van de dag.

Australië kon daar vijf minuten voor het einde slechts een doelpunt, een vernietigende strafcorner van Jay Stacey, tegenover zetten.

De aanloopproblemen werden daarmee definitief naar het verleden verwezen, maar de enorme opluchting die van het gezicht van aanvoerder Veen was te lezen had nog een andere oorzaak. Na negen weken langs de kant te hebben gezeten met een hamstringblessure, speelde hij eindelijk weer pijnvrij.

In deze vorm en voor eigen publiek zou de ploeg de komende week zonder veel problemen naar de finale van de Champions Trophy moeten koersen. De Nooijer: 'Lukt dat, dan is dat mooi. Lukt dat niet, dan is het ook mooi. Dan weten we drie maanden voor Sydney precies waar we staan.'

Meer over