InterviewAtletiekcoach Bart Bennema

Coach Bart Bennema heeft toegezegd Dafne Schippers weer te trainen: ‘Het vertrouwen uit het verleden is er nog’

Dafne Schippers gaat weer trainen onder haar oude coach Bart Bennema. En nu? ‘Ze moet haar natuurlijke, vloeiende loopstijl terugkrijgen.’

Dafne Schippers op de baan van de IMG Academy in Florida samen met haar coach Bart Bennema.  Beeld Klaas Jan van der Weij
Dafne Schippers op de baan van de IMG Academy in Florida samen met haar coach Bart Bennema.Beeld Klaas Jan van der Weij

De vraag van de ­atleet aan haar vroegere coach kwam in de eerste week van afgelopen maand. ‘Bart, zou je me weer ­willen trainen?’ Het was enkele dagen nadat de ­Amerikaanse coach van topsprinter Dafne Schippers, Rana Reider, om ­privéredenen was teruggekeerd naar Florida. Aan een niet al te vruchtbare liaison van twee jaar kwam onverwachts een einde.

Bart Bennema (41) hapte niet onmiddellijk toe, laat hij telefonisch weten vanuit Belek, een vakantieoord aan de Turkse zuidkust. Hij verblijft er met Schippers en ruim tien andere atleten op trainingskamp. ‘We hebben eerst een goed gesprek gehad.’

Hij had van 2008 tot en met 2016 al met haar gewerkt. Het was onder hem dat ze in 2015 op de WK in Peking de wereldtitel op de 200 meter greep in een fabelachtige tijd van 21,63. Vier dagen eerder had ze op de 100 meter 10,81 neergezet. Sneller is ze sindsdien, ondanks bikkelhard labeur onder Reider, niet meer geweest.

Maar woensdag kwam dan toch de mededeling van de Atletiekunie dat de topsprinter en de topcoach weer zijn herenigd. Schippers maakt deel uit van de selectie die onder Bennema gaat toewerken naar de WK in Doha en de Olympische Spelen in ­Tokio.

Enkele maanden geleden zei u nog dat een eventuele terugkeer geen goed idee was.

‘Die opmerking was vooral bedoeld om de rust te bewaren. De EK in Berlijn kwamen eraan. Dan leiden speculaties maar tot beroering en afleiding. Stel je voor dat ik ja had gezegd. Het was niet aan de orde.’

Heeft de breuk destijds geen ­blijvende schade aangericht?

‘We kwamen terug van de Spelen in Rio. Die leverden niet het gewenste ­resultaat op. Dan is het logisch dat je naar nieuwe impulsen gaat zoeken. Die dacht ze te vinden bij Rana. Dat was even lastig, maar ik snapte het wel. We zijn elkaar daarna niet uit de weg gegaan. We dronken samen ­koffie op trainingskampen, praatten elkaar wat bij. Er staan geen obstakels tussen ons.’

Vanwaar dan toch die aarzeling weer met haar in zee te gaan?

‘Het kwam op de eerste plaats uit de lucht vallen. Maar ik begreep de vraag, ze had al met Charles van Commenée gesproken, de hoofdcoach van de Atletiekunie, en ik was kennelijk één van de opties. Ik vroeg wel even tijd. Ik heb een groep van acht atleten en met Dafne komen er nog vijf over die bij Rana trainden. Hoe gaat dat er dan uitzien?

‘Ik heb het met haar gehad over wat ze wil en wat ze mist. Denkt ze over bepaalde zaken nog net zo als ik? Het bleek dat het vertrouwen uit het verleden er nog altijd was. Er ­waren geen zwaarwegende redenen om het niet te doen.’

Krijgt ze genoeg aandacht in een groep van veertien?

‘Het zal wat anders zijn dat ze gewend is. Maar er is wezenlijk wat veranderd sinds onze vroegere samenwerking. Op Papendal staat nu een heel team om de atleten heen. Sprintcoaches, krachttrainers, een biomechanicus, iemand voor de voeding. Ik doe het bepaald niet meer in mijn eentje.’

Hoe beoordeelt u haar periode onder Reider?

‘Het is vooral jammer dat er niet uitkwam waar ze op had gehoopt. Ik zag dat haar loopstijl veranderde, het ging meer op kracht. Zeker in 2017 vond ik dat ze wat te gespierd oogde. Er is veel aan de start gewerkt, misschien wel iets te veel.

‘Aan de andere kant: zo gek is het niet dat je dingen probeert, het is zelfs logisch. Het is nu al weer ­minder. Ze ziet er prima uit, nu. Licht en sterk, dat is het ideaal. Ze is ook volwassener geworden. Ze weet dat er belangrijke en minder belangrijke wedstrijden zijn, dat je niet per se het hele seizoen maar moet proberen de nummer één te zijn. Dat heeft ze van Rana opgestoken. Vergeet niet: onder hem is ze ook wereldkampioen geworden.’

Het leek er ook op dat ze het ­plezier kwijt was.

‘Ja, dat was minder aan het worden. Dat begon al na de Spelen. Daar had ze meer van verwacht. De onbevangenheid was weg. Daar kon ik me van ­alles bij voorstellen. Het lukte maar niet. Ik verwacht wel dat het plezier terugkeert, deze groep kan elkaar prima stimuleren, elke dag weer, op de baan.’

Hoe denkt u haar weer op het vroegere niveau te brengen?

‘Gevarieerd trainen. Misschien moet ze weer een keertje de horden doen (Schippers was vroeger ook onder Bennema meerkamper, red.). Laat ze maar eens een kogeltje oppakken. Wie weet doen we een sprong in de zandbak. Simpele dingen. Rustig ­opbouwen. Het hoofddoel is dat ze haar natuurlijke, vloeiende loopstijl terugkrijgt, weer het gevoel heeft dat het automatisch wel goed zit. Het draait bij haar niet om aanwijzingen over hoe hoog ze haar knie moet optillen en waar ze precies haar armen moet houden. Als dat lukt, zie ik haar weer meedoen voor de medailles. Misschien loopt ze weer eens een 22 op de 200, misschien een enkele keer eronder. Dat zou fantastisch zijn.’

En die vermaledijde start?

‘Die hoeft echt geen 10 te worden. ­Stabiel, dat zou al mooi zijn. Ze is op de eerste 30 meter nu eentiende kwijtgeraakt. Die is terug te pakken.’

Meer over