Climaxen in en direct na Milaan

Superfan Coen de Jong van Feyenoord is precies 9 maanden na de mooiste avond uit de clubgeschiedenis geboren...

Op het oog ziet café ’t Leeuwtje in het Zuid-Hollandse Noorden er te voetbalneutraal uit. Argwaan slaat toe. Of moeten die enorme, rode kussens op het even enorme terras ergens op duiden? FC Utrecht heeft ook rood, in het Spartashirt zit rood, godbetere Ajax heeft iets roods.

En hier zou dus Coen de Jong de baas zijn?

De man die volgens de tipgever ‘helemaal lijp is van Feyenoord’ en – belangrijker – voor altijd op wonderlijke wijze verbonden is aan de belangrijkste datum uit de Feyenoordgeschiedenis, 6 mei 1970. Dit moet dus het café zijn dat in 1993 bij het kampioenschap van Feyenoord in een paar uurtjes helemaal rood-wit is geschilderd door de eigenaar met daaroverheen de tekst Super Jozsef?

Ook de donkere entree tevens biljartruimte van het café maakt niet geruster. Pas na enig speurwerk is ‘iets’ te zien. Weggestopt in een hoek hangt een poster met Dirk Kuijt. Een rijtje ingelijste foto’s boven het poortje naar de bijbehorende snackbar doet de argwaan enigszins verdwijnen.

Steeds diezelfde lachende man – ronde toet, donker voetbalpermanentje – met Willem van Hanegem, met Ferry de Haan, John de Wolf, Paul Bosvelt, Patrick Paauwe. Gerard Cox is ook in Noorden geweest.

Gestommel vanaf een trap. ‘Goeiemorgen’, begroet de lachende man – ronde toet, donker voetbalpermanentje – die lichtjes bezweet naar de entree afdaalt. Beneden staat zijn kwispelende trainingsmaat, een labrador. Coen de Jong is juist terug van zijn uurtje hardlopen. Hij draagt een lichtblauw sportbroekje met de naam van Feyenoordsponsor Fortis.

Goal! Nu pas, dankzij dat broekje, is het waar!

Coen de Jong is van 5 februari 1971, een datum die niet van belang is ontbloot. In zijn paspoort heet hij Koen met een K. Februari 1971 kreeg vader Nico op het stadhuis in Nieuwkoop te horen dat de naam Coen met een C eenvoudigweg niet bestond.

Nico de Jong, hij meldt zich later ook in ’t Leeuwtje, kan er 39 jaar na dato nog boos over worden. De vijand zit ook overal. Heeft scheidsrechters mee, bedwelmt media, en klaarblijkelijk is ook de ambtenarij door de vijand ingepalmd. Hoezo niet met een C? Coen! Coentje! Coen Moulijn!

Maar laten we de dag vriendelijk beginnen. ‘Koffie?’ Coen de Jong blijkt van de korte zinnen. ‘Effe, hoor’, excuseert hij zich als hij op zijn mobiel een voicemail afluistert. ‘Het is Willem’, stelt hij gerust. Willem wie? ‘Willem!’ Jezus, hoeveel Willems zijn er? Er is toch maar één Willem?

Dat zit zo. Coen had gehoord dat Willem zijn huis in Overveen aan het verbouwen was en spullen wilde weggooien. Niet doen!, had Coen gesmeekt. ‘Ben ik vorige week even wat gaan halen, bij Willem.’ Werkelijk? Verbaasde blik, gespeelde nonchalance. ‘Kom’, commandeert Coen en hij gebaart richting de trap.

Op de eerste etage van café ’t Leeuwtje heeft Coen de Jong een museum. Al bij het opklauteren van de trap is er geen ontsnappen meer aan de passie. Vaantjes, sjaals, shirts. De zolder is volgestouwd met parafernalia, de dakbalken zijn verborgen onder vlaggen en spandoeken.

Heel bekende spandoeken ook, voor de geoefende bezoeker van de Kuip. ‘Heb ík laten maken’, murmelt Coen als hij bij de bezoeker herkenning vermoedt. ALLE bekende spandoeken in de Kuip heeft Coen laten maken. Een aantal hangt in het Feyenoord Museum, andere lijken verkleefd aan de tribunes.

Boeken, foto’s, voetbalschoenen, die van Paul Bosvelt met het gras nog aan de noppen. Een geel shirt met nummer 32 van Van Persie. Moet wel van Arsenal zijn. ‘Fout’, corrigeert Coen. Blijkt een nooit gedragen Europees uitshirt in Van Persie’s Feyenoordtijd. ‘Vlogen we er te vroeg uit.’

En verdomd, ostentatief in het midden van de zolder staan tussen 874 andere Willem-items drie verse aanwinsten, gered van de container in Overveen. Een schilderij met Willem als Velox-speler, een ingelijste foto met andere deelnemers aan de trainerscursus en nog een historisch voetbalbeeld.

Zwijgend laat Coen zijn ogen langs de spullen gaan. ‘Nog koffie?’

Drie zonen hebben Nico (67) en Aad (64) – ‘Nee, met een d, van Adrie’ – de Jong, allen hartstochtelijke Feyenoordfans. Coen is de fanatiekste, maar de anderen zijn ook niet mis. Arjen had een knappe baan, iets in de techniek, notabene in Amsterdam. Hij zegde die op omdat zijn baas een even gepassioneerde fan van de vijand bleek.

Vroeger heette de vijand overigens gewoon Ajax, blikt de gepensioneerde metselaar Nico de Jong terug aan de toog van café ’t Leeuwtje. Man, als Feyenoorder was het gevaarlijker naar FC Twente te gaan (‘Kreeg je stenen op je auto’) dan naar De Meer in Amsterdam.

De verspreider van de Feyenoordziekte is welbeschouwd Ton van Koert, nu 71 en nog altijd de groenteboer van Noorden. Hij sleepte dorpsgenoten mee naar Feyenoord. Van het een kwam het ander. Al in de jaren zestig reisde Nico Feyenoord in Europa achterna.

Zo verwonderlijk was het dus niet dat hij erbij was, die historische avond in het San Siro in Milaan. 6 mei 1970. Feyenoord wint de Europa Cup 1. Celtic werd met 2-1 verslagen. Kindvall! Happel, Israel, Willem natuurlijk.

Aad was er ook, hoewel niet echt een voetbalfan. Maar liefde maakt blind. Aad en Nico, nu nog straalt de hechtheid er vanaf, reisden met de trein naar Milaan. De trein- en stadionkaartjes van zijn ouders heeft Coen tijdelijk uitgeleend aan het Feyenoord Museum. In het Home of History, wemelt het trouwens van de topstukken uit Noorden.

‘Schitterende treinreis’, herinnert Aad zich.

‘Vooral terug. Zwitserland! Die mensen op de viaducten’, zegt Nico.

‘We sliepen met zijn zessen in een coupé’, ziet Aad weer voor zich. Wacht even, wacht even. Ze kondigt ‘een leuk verhaal’ aan.

‘We waren gewaarschuwd voor zakkenrollers. Nico moet ’s nachts altijd plassen als ie een pilsje op heeft. Hij in het donker uit zijn bedje. Je lag toch boven? Schrikt Jan de Balvert wakker van dat gestommel en geeft Nico een knal. Dacht ie dat er een zakkenroller in de trein was.’

Als het gelach is verstomd, móet deze voorzet worden benut voor de noodzakelijke, zij het schuchter gestelde, vraag.

En het hoogtepunt van de treinreis? Van de reis terug naar Rotterdam? Wat was nou het meest memorabele?

‘We kwamen langs het PSV-stadion in Eindhoven. Daar werd het voetbal gewoon stilgelegd’, kopt Nico in.

Of bedoelen we soms, nou ja dát?, aarzelt Aad.

‘Ja, joh. Mooi hè? Maar je weet het natuurlijk nooit zeker. Of het toen precies is gebeurd. Uitsmijter?’

Coen de Jong, van 5 februari 1971, is inderdaad een liefdesbaby. Zegt hijzelf. Een product van intens geluk tussen man en vrouw. Resultante van een samenzijn van man en vrouw dat gerust als een hoogtepunt in het leven mag worden beschouwd. Uiteraard is Coen de Jong vernoemd naar Coen Moulijn, speler van het elftal van 1970, de beste linksbuiten aller tijden.

Waar precies en onder welke omstandigheden Coen is verwekt – was het ter hoogte van een viaduct in Zwitserland? In de nog stilstaande trein op het station van Milaan? – doet helemaal niet ter zake. Vindt Coen zelf. Evenmin of het honderd procent waar is. Iedereen heeft zijn eigen waarheid. Dat geldt al helemáál voor fanatieke voetbalsupporters.

Aan de toog wijst Coen de Jong op een foto aan de wand. ‘Mijn vorige meissie. Nina. Mooi, hè?’ Zijn huidige mag er ook wezen. Zeventien jaar jonger, studeert nota bene in de stad van de vijand. Juist: liefde maakt blind.

De eigenaar van café ’t Leeuwtje kijkt op zijn horloge en besluit dat het tijd is met Bali te bellen. Als het contact is ontstaan: ‘Hé, gozert! Hoe is het weer?’

De gesprekspartner blijkt Hans van Vliet, oud-verslaggever van Radio Rijnmond, Feyenoordspecialist, nu eigenaar van een weeshuis.

Na uitwisseling van beleefdheden attendeert Coen Bali op de aanwezigheid van de pers. Van Vliet moet vermoedelijk weer terugdenken aan die wedstrijd Feyenoord - Juventus (november 1997, 2-0) toen zijn radioverslag de Volkskrant haalde (‘Jaaa!! Feyenoord wipt de Oude Dame gewoon. Sssjonge, dit is wippen! En niet zomaar! Een veeg!’) want vanuit het verre Indonesië is zelfs per telefoon – aan het oor van Coen de Jong – het aanbod goed te verstaan: ‘Geef die gozert een pilsje!’

Tja, mijmert Coen even later, ‘het is dus niet zo verwonderlijk dat Feyenoord in mijn bloed zit’. De liefde is gezaaid. Feyenoord staat nummer één, in figuurlijke zin welteverstaan. Dan komt ‘het meissie’. En pas dan het café. Hoewel het café uiteraard heel belangrijk is. Hij leeft er van. Zijn broer Patrick trouwens ook. Die heeft een kilometer verderop in Nieuwkoop een café.

Voor het geoefende oog heeft café’t Leeuwtje overal wel iets met/over Feyenoord hangen – op het toilet van de bijbehorende snackbar hangt bijvoorbeeld een kalender in clubkleuren – maar storend of dominant is dat niet. Daar heeft Coen over nagedacht. Ook cafébezoekers van de vijand brengen geld in het laatje.

‘Er komt hier vaak een koppeltje van hun. Als ze voetbal willen kijken zet ik de grote tv, hier bij de bar, voor hun aan.’ Coen heeft tenslotte een abonnement op Eredivisie Live. Hij tapt ook nog wel een biertje voor de vijand, uiteraard. Zelf gaat hij dan naar een ander deel van zijn uitspanning waar ook een tv is. ‘Nee, Noorden is nog steeds niet 020-vrij’, sombert hij.

Zijn dorp, Coen is er geboren en getogen, ligt even ver van Amsterdam als van Rotterdam en Utrecht.

Het sportieve hoogtepunt voor Feyenoordfan Nico de Jong gaat terug naar 6 mei 1970, in Milaan. Dat wordt nooit meer overtroffen, vermoedt de hele familie. Coen de Jong (39) is te jong om enige herinnering te hebben aan hoe Feyenoord nadien, in 1974, weer als eerste Nederlandse club de UEFA Cup veroverde.

Het warmst wordt Coen de Jong van het kampioenselftal van 1993. Kiprich, De Wolf, Fräser. Dat Appie Happie-elftal dat op de laatste speeldag de titel verwierf. Vooral met dank aan Willem, de trainer.

Verrek, Willem! Coen de Jong moet nog even bellen dat Willem in hemelsnaam geen spullen weggooit nu hij zijn woning in Overveen aan het verbouwen is. Coen belt. De voicemail staat aan. Coen heeft als het ware de motor van de auto al draaiende. Vanavond komt trouwens Jan Peters even langs. Nee, niet die Jan Peters, Jantje! Jantje Peters van Feyenoord. De spits die eind jaren zeventig naast Petur Petursson speelde.

6 mei. Coen heeft iets met die datum. Deze 6de mei wordt weer een mooie dag, voorspelt hij. Als de vijand in de Kuip komt voor de tweede bekerfinale. Hét hoogtepunt had voor Coen eigenlijk 8 mei 2002 moeten worden. Feyenoord speelde de UEFA Cup-finale tegen Borussia Dortmund. En won. Een hoogtepunt? ‘Nee, dat was het toch niet.’

Coen de Jong leunt op zijn toog. Hij draait zich om en loopt naar een foto die pontificaal naast de kassa staat. Het is de beeltenis van een jongeman. Coen loopt terug naar de bar en streelt de foto. ‘Mijn neef Maurice. Hij was net zo oud als ik. Ook een Feyenoorder.’

Na een gelukzalige avond in de Kuip, 8 mei 2002, kreeg Coen de Jong ’s nachts thuis te horen dat zijn neef Maurice de strijd tegen kanker had verloren. ‘Om acht uur overleden. Vlak voor de aftrap.’

Meer over