Boogerd moet wennen aan nieuwe status

De achting voor Michael Boogerd stijgt; de nieuwe kopman van het Nederlandse wielrennen moet wennen aan de privileges die hem plotseling in en buiten het peloton ten deel vallen....

door Mark van Driel

DE PYRENEEENCOLS liggen Michael Boogerd beter dan de sterrenstatus.

In de bergen danst hij met de kampioen mee, de handen krachtig om het stuur, een grimas op het gezicht. Hij rijdt om bij Jan Ullrich te blijven en dat lukt. De drager van de gele trui heeft hem niet kunnen lossen. Sterker nog, hij is in twee bergritten voor de Duitser geëindigd. De glorie van een hoge eindklassering ligt voor de 26-jarige Hagenaar in het verschiet.

De status van de nationaal kampioen houdt gelijke tred met zijn prestaties. De achting voor de lichtvoetige Hagenaar stijgt in hoog tempo. Buiten het peloton groeit de schare bewonderaars; de renners van rivaliserende ploegen tonen met de dag meer respect; en ook binnen de Raboploeg verschuiven de verhoudingen.

Met de publieke bewondering kan Boogerd het beste overweg. Hij schenkt zijn krabbel geroutineerd aan kinderen die met zijn portret aankomen. Staatssecretaris Erica Terpstra dolt hij alsof ze een tante is. En prins Willem-Alexander verandert in zijn aanwezigheid in een verlegen leeftijdsgenoot.

In tegenstelling tot de prins vertoont de renner geen enkele vrees voor cameralenzen. Hij lacht, zonodig tientallen seconden achtereen, zonder de flonkering in zijn ogen te verliezen. De traagste fotograaf - een toeriste die haar zoons met Michael wil portretteren - kan zijn spontaniteit vastleggen.

Toch raakt de publieke bewondering Boogerd ogenschijnlijk minder dan het groeiende respect dat opklinkt uit het peloton. Dat ploegleiders hem in het Franse sportdagblad l'Equipe steeds vaker als een van de favorieten noemen, streelt hem zichtbaar. De branie, altijd enigszins aanwezig in zijn woorden, maakt ruimte voor verlegenheid als hij de lof ter sprake brengt.

Ook de bewondering van concurrenten brengt het jongetje in hem boven. Dat hij namens zijn ploeg wordt aangesproken over een korte stop op de Col du Portet-d'Aspet ter herdenking van de verongelukte renner Fabio Casartelli, ziet hij als een erkenning.

En als Jan Ullrich hem tijdens een klim vraagt om het voortouw te nemen in de jacht op de ontketende Pantani geniet hij stilletjes. Al kan hij van vermoeidheid geen trap extra doen.

Dat de Hagenaar moet wennen aan zijn nieuwe status blijkt ook uit de korte zinnetjes waarmee hij zijn wedstrijdanalyses doorspekt. Ullrich, Pantani en Jalabert duidt hij onophoudelijk aan met 'ze'. 'Toen ze gingen aanvallen', zegt hij in zijn vermoeidheid. En: 'Ze moesten daar tempo maken'.

Wie Boogerd in een rustig moment op zijn taalgebruik wijst, krijgt de wind van voren. Met bluf: 'Op de televisie zeggen ze altijd: 'Kan Boogerd vandaag met de grote jongens mee? Blijft Boogerd in het wiel van de grote mannen?' Dat moet maar eens afgelopen zijn. Ik behoor tot de grote mannen, ook als ik misschien een slechte dag krijg. Die anderen krijgen na een slechte dag ook niet meteen te horen dat ze minder zijn.'

Binnen de Raboploeg wordt niet meer getwijfeld aan de vierdejaars profrenner. Na de successen in Pyreneeën is besloten om de tactiek volledig op hem af te stemmen. Tot Parijs is hij de enige en absolute kopman van de Nederlandse ploeg.

Boogerd zelf moet merkbaar wennen aan die status, meer dan aan de publieke belangstelling en de lof van concurrenten. Hij wordt zonder erom gevraagd te hebben - zelfs zonder eraan gedacht te hebben - door zijn ploegleiders overspoeld met voorrechten.

Hij vertelt er met ontwapenend enthousiasme over.

Wat hij prachtig vindt, is dat hij als enige Raboman permanent drie fietsen in de koers heeft. Een om op te rijden en twee reserverijwielen. Zijn ploegleiders willen voorbereid zijn op panne en hebben daarom beiden een complete Boogerd-fiets op het autodak. 'Daar krijg ik echt een kick van.'

Dat hij meer steun van andere renners krijgt, doet Boogerd ook goed. Kort na de aankomst op het hooggelegen Plateau de Beille sprak de tengere atleet de verwachting uit dat slechts een man hem tot de Alpen bij zou staan. Meer is niet nodig, zei hij onder het genot van een zakje winegums ('Dat krijgen we elke dag om het suikergehalte op peil te brengen.').

Maar een dag later had de ploegleiding anders voor hem beslist. De komende dagen zullen drie renners voor hem werken. Geen trap teveel mag hij maken, geen windvlaag dient hem af te remmen, geen drinkbus zal hij halen. Zichzelf terug laten zakken om water voor vermoeide ploeggenoten te halen - wat hij maandag in de hitte van de etappe naar Pau nog deed - zal hem nu op een fikse uitbrander van zijn ploegleider komen te staan. 'Dat doe ik nu echt niet meer hoor.'

De rust is noodzakelijk, beseft Boogerd, want in de Alpen moet hij aantonen of zijn status niet tot grotere hoogten is gestegen dan zijn prestaties.

Die druk hindert hem niet, zegt hij. Hij gaat met vertrouwen naar de Alpen. 'Op de televisie heeft het misschien geleken alsof ik in de Pyreneeën een paar keer van de kopgroep afwaaide. Maar ik zit graag op het elastiek. Dat is mijn manier van rijden. Tot nu toe heb ik in de finales op reserve gereden, uit angst om kapot te gaan. Dat strijdplan hou ik vol. Ik blijf bij Ullrich, tenzij hij door het ijs gaat.'

Meer over