Ruitersport

Bondscoach Jos Lansink: ‘Ruiters moeten keuzes maken’

De nieuwe bondscoach van de Nederlandse springruiters, Jos Lansink, laat zich direct gelden. ‘Als ruiters top willen zijn op grote toernooien, moeten ze keuzes maken.’

Natasja Weber
2006. Jos Lansink wordt gehuldigd tijdens de wereldruiterspelen in Aken. Hij kwam destijds uit voor België. Sinds 1 januari is hij bondscoach van de Nederlandse springruiters.  Beeld ANP
2006. Jos Lansink wordt gehuldigd tijdens de wereldruiterspelen in Aken. Hij kwam destijds uit voor België. Sinds 1 januari is hij bondscoach van de Nederlandse springruiters.Beeld ANP

Tot tweemaal toe bedankte Jos Lansink voor de eer toen de paardensportbond vorige maand bij hem aanklopte voor de post van bondscoach van de Nederlandse springruiters. ‘Technisch directeur Iris Boelhouwer was vasthoudend’, vertelt Lansink in het grand café van zijn stal in het Belgisch-Limburgse Meeuwen.

‘Ik was niet verrast dat de bond bij mij uitkwam, maar wel vereerd. Mijn aarzeling had te maken met mijn drukke werkzaamheden hier’, zegt de olympisch kampioen van 1992. Hij wijst op zijn trainings- en handelsstal met 57 springpaarden. ‘Als ik ergens voor ga, doe ik dat voor honderd procent.’

Na een paar goede gesprekken met Boelhouwer ging de 60-jarige Lansink overstag. Hij besloot om in zijn onderneming meer werk te delegeren en nam het aanbod met volle overtuiging aan. De springruiters hebben de laatste jaren weinig succes gekend op toonaangevende toernooien. Daar wil Lansink verandering in brengen. ‘Ik heb er heel veel zin in, ben ontzettend hongerig en wil prijzen winnen met het team’, zegt de nieuwe bondscoach die in 2001 uit praktische overwegingen de Belgische nationaliteit aannam.

Open kaart spelen

Lansink is de opvolger van Rob Ehrens die zestien jaar lang de nationale springploeg onder zijn hoede had. Afgelopen najaar sijpelde kritiek door op de aanpak van de Limburgse coach. Enkele springruiters vonden dat Ehrens zijn gezicht te weinig liet zien op concoursen. Er zou ook geen optimale chemie meer zijn tussen ruiters en coach.

Lansink wil niet oordelen over zijn voorganger maar laat duidelijk weten dat hij niet gediend is van sluimerende onvrede. ‘We maken allemaal fouten, ik zal fouten maken, de ruiters ook. Maar als er problemen zijn, moeten we daar meteen binnenskamers over praten om de sfeer goed te houden. We moeten eerlijk en direct met elkaar communiceren. Ik houd niet van ellebogenwerk.’

Nog voor zijn eerste werkdag als bondscoach op 1 januari belde Lansink alle ruiters uit het olympisch kader om kennis te maken en zijn werkwijze toe te lichten. Hij sprak onder meer met topruiters Maikel van der Vleuten, Harrie Smolders, Marc Houtzager en Willem Greve. ‘Alle neuzen moeten dezelfde kant op. Uiteindelijk willen we allemaal goede resultaten behalen en dat moeten we echt samen doen.’ Vanaf deze week voert Lansink gesprekken met zijn ruiters onder vier ogen.

Terug naar niveau

De belangrijkste opdracht waar de zevenvoudig olympiër voor staat is de Nederland weer aan medailles helpen op grote toernooien zoals EK’s, Wereldruiterspelen (WK’s) en de Olympische Spelen. De laatste teammedaille dateert alweer van acht jaar geleden op de voor Nederland zo succesvolle Wereldruiterspelen van 2014 in Frankrijk. Dit jaar staat voor Lansink en zijn ruiters alles in het teken van de Wereldruiterspelen komende zomer in Denemarken, tevens het eerste kwalificatiemoment voor de Olympische Spelen van 2024.

Succes staat of valt voor Lansink met een strakke wedstrijdplanning. Hij gaat er bij zijn ruiters strak op zitten om gezamenlijk tot een goede seizoensopbouw te komen. Als topruiter stond de geboren Twent erom bekend dat hij met een uitgekiende strategie zijn paarden in topvorm had op grote toernooien.

Naast zijn olympische titel in de landenwedstrijd in 1992 samen met Jan Tops en Piet Raijmakers werd Lansink in 2006 – als Belg – individueel wereldkampioen. ‘Alleen met een goede planning kun je resultaten behalen’, is de overtuiging van Lansink die tot zijn 57ste internationale wedstrijden reed. ‘Vooral ruiters die over één toppaard beschikken moeten alles zeer nauwkeurig managen om overbelasting van het paard te voorkomen.’

Cashen of winnen?

De spagaat waar veel topruiters in zitten is dat ze enerzijds veel geld kunnen verdienen in lucratieve wedstrijden zoals de Global Champions Tour en de Rolex-concoursen. Anderzijds moeten ze er voor hun vaderland staan in belangrijke landenwedstrijden. Lansink: ‘Iedereen wil wat geld verdienen, daar is niks mis mee. Maar je kunt niet eerst tien Global Champions Tour-wedstrijden doen en vervolgens maar hopen dat je paard op het WK nog in vorm is. Zo werkt het bij mij niet.’

In de hippische sport ligt altijd het gevaar op de loer dat een succesvol paard wordt verkocht. Zo werd kort voor de Olympische Spelen van Tokio het toppaard Carlyle van Jeroen Dubbeldam verkocht waardoor hij de Spelen miste. Als handelaar in paarden weet Lansink als geen ander hoe het werkt in de paardenwereld. ‘Verkoop is inherent aan de paardensport. Op een gegeven moment wil een eigenaar – na jarenlange investeringen – iets terugzien en daar moet je mee dealen. Nee, als bondscoach kan ik daar niks tegen beginnen. Dan zou ik de paarden zelf moeten kopen’, zegt Lansink met een lach. ‘Op de eerste plaats heb ik daar het geld niet voor en het zou ook tot scheve gezichten leiden in de ploeg.’

Meer over