InterviewGerben de Knegt

Bondscoach De Knegt over WK veldrijden: ‘Op die klim rijdt de sterkste gewoon weg’

Met zeventien Nederlandse renners en rensters en 52 fietsen is bondscoach Gerben de Knegt neergestreken in het Amerikaanse Fayetteville voor de WK veldrijden. De Knegt over het parcours, de favorietenrol voor de vrouwen en de titelkandidaat bij de mannen.

Robert Giebels
Lucinda Brand, de grote favoriet bij de vrouwen, tijdens de training voor de WK in de VS. Beeld BELGA
Lucinda Brand, de grote favoriet bij de vrouwen, tijdens de training voor de WK in de VS.Beeld BELGA

Het parcours

Er is in het veldrijden geen enkele omloop in Europa die lijkt op het WK-parcours in Fayetteville, een stadje in de zuidoostelijke Amerikaanse staat Arkansas. ‘Het is atypisch’, zegt Gerben de Knegt. Hij is bondscoach van de mannen en vrouwen in alle drie de categorieën die in elk WK aan bod komen: de junioren, de beloften (jonger dan 23 jaar) en de elite. Het zou vooral een tegenvaller zijn als de vrouwen Fayetteville verlaten zonder wereldtitel.

‘Op dit parcours wint de sterkste’, voorspelt De Knegt. Wie beschikt over een surplus aan techniek, heeft daar op dit ruim drie kilometer lange rondje weinig aan. ‘Het is heel breed. Je kunt er bijna helemaal overheen met een auto.’ Fysiek is het wel zwaar, legt de bondscoach uit. En dat zit hem vooral in de, voor een crossparcours, lange klim: 250 meter lang met een gemiddelde stijging van ruim 7 procent, met een stukje van 15 procent. ‘Die gaat zeker beslissend zijn. Daarom is veldrijden mooi: het is vaak het recht van de sterkste.’

En dan is er nog die enorme trap met bijna veertig treden waar de renners met de fiets over de schouder elke ronde omhoog moeten. ‘Hij draait wat en je moet langs de binnenkant om niet te veel meters te maken. Alleen: de treden zijn ongelijk waardoor je niet in een bepaald ritme kunt lopen.’

Een derde uitdaging is een ‘schuin kantje’ waar het lastig balanceren is. Al met al bevat dit WK-parcours maar weinig technische uitdagingen waar ‘je je techniek kunt uitspelen’, zegt De Knegt. ‘Er zijn bijvoorbeeld geen modder- of zandstroken waar de een beter mee overweg kan dan de ander. Dit is gewoon hard fietsen.’

De vrouwenwedstrijd

Al het hele seizoen domineren Nederlandse vrouwen het veldrijden. Regelmatig stonden er bijna alleen Nederlandse vlaggetjes in de top tien van de uitslag van een veldrit, vaak met Lucinda Brand of Marianne Vos bovenaan. Oud-wereldkampioen Ceylin del Carmen Alvarado en belofterensters Puck Pieterse en Fem van Empel scoorden topplekken. De dominantie maakt die Nederlandse vrouwen favoriet voor de titel, zowel zaterdag in de elitekoers als zondag wanneer de beloften bij de vrouwen hun wedstrijd rijden.

‘Alle vrouwen kunnen podium rijden’, zegt bondscoach De Knegt, die twee podiumkandidaten, Denise Betsema (ziek) en Annemarie Worst (corona) in Nederland moest achterlaten. In de eliterace kan alleen de Hongaarse Blanka Kata Vas het Nederlandse feestje verstoren. De overmacht kan een valkuil zijn, erkent De Knegt. ‘Ik kan heel moeilijk tegen Lucinda zeggen dat ze voor Marianne moet rijden of andersom. Vas is alleen en dat kan een groot voordeel zijn.’

Ploegenspel is, anders dan op de weg, in het veldrijden nauwelijks mogelijk. ‘Normaal is dat je niet achter een landgenoot aanrijdt, maar met zoveel winstkansen voor de vrouwen kun je dat niet zomaar van iemand vragen.’ De Knegt wijst op de zware klim in het parcours. ‘Je kunt nog zoveel tactiek hebben besproken, dáár rijdt de sterkste gewoon weg, net als bergop in de Tour de France.’ Kortom: ‘Ook met vijf Nederlandse vrouwen vooraan wint de sterkste.’

Bondscoach Gerben de Knegt Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Bondscoach Gerben de KnegtBeeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

De mannenwedstrijd

Om financiële redenen rijden slechts twee Nederlandse mannen zondag de elitewedstrijd. ‘Dit is een hele dure trip’, zegt De Knegt. Top 5 was zijn criterium en daarmee hield de bondscoach twee mannen over: nationaal kampioen Lars van der Haar en de nummer twee Corné van Kessel.

Rugklachten weerhielden Mathieu van der Poel van een gooi naar zijn vijfde wereldtitel. Ook afwezig: de Belg Wout van Aert. Samen wonnen ze de laatste zeven (!) WK’s. Drie Belgen, Eli Iserbyt, Toon Aerts en Michael Vanthourenhout, de Brit Tom Pidcock en Nederlander Van der Haar gelden nu als de grootste kanshebbers.

Veel veldrijders hebben volgens de bondscoach een knauw gekregen van het ‘next level veldrijden’ van Van der Poel en Van Aert, waarbij een derde plek bijna gold als een overwinning. ‘Veel renners hebben moeten leren weer voor de winst te rijden. Lars ook.’ Van der Haar won de Europese titel begin november op de Drentse VAM-berg. ‘Dat heeft hem zeker over een drempel geholpen. De laatste weken is hij bij de beste drie in koers en normaal doet hij mee voor het podium en dus ook voor de winst.’

De lange, onregelmatige trap is nadelig voor de kleine Nederlander, maar daar staat tegenover dat er geen balken liggen op het parcours. Renners zoals Pidcock springen met fiets en al over die kunstmatige hindernissen, maar Van der Haar durft niet altijd op zijn sprongkracht te vertrouwen waardoor zijn concurrenten doorrijden als hij van de fiets moet.

Pidcock is wat De Knegt betreft zondag de te kloppen man. De Brit is olympisch kampioen mountainbiken en blinkt net als de laatste twee wereldkampioenen veldrijden ook uit op de weg. ‘Er wordt door wegrenners altijd laatdunkend gepraat over veldrijders', zegt de bondscoach en liefhebber. ‘Maar misschien is het niveau van wegrenners al jaren zwaar overschat. Ze zouden moeten veldrijden om aan hun techniek te werken. Dan vallen ze ook wat minder.’

Meer over