Bloemendaal gekke ploeg in rare competitie

'Het kan niet meer verkeerd gaan. Het mág niet meer verkeerd gaan', mompelt een nerveuze supporter, terwijl ze haar ogen stijf dichtknijpt....

TYNKE LANDSMEER

Van onze verslaggeefster

Tynke Landsmeer

DEN HAAG

Het gebeurde dit seizoen al vaker. Tegen Hurley bijvoorbeeld, toen Bloemendaal een 2-0 voorsprong verspeelde en met een gelijkspel naar huis terugkeerde. Of in Tilburg, waar de ploeg tegen eenzelfde scenario opliep. Van

2-0 werd het toen 3-3. En van landskampioen Amsterdam werd ondanks een 2-0 voorsprong zelfs nog verloren.

Maar dat het allemaal nóg dramatischer kon, bewezen de Bloemendalers twee weken geleden. Tegen rode lantaarndrager Pinoké werd het dieptepunt bereikt. In plaats van een plek in de play-offs veilig te stellen, ging de ploeg kansloos met 4-0 onderuit.

'Als je heel reëel bent, horen we daar dus niet thuis', zegt Erik Jazet, die donderdagavond grieperig de training van zijn ploeg volgt. 'We hebben het aan onszelf te danken. We hebben te veel punten laten liggen. Maar met een beetje geluk halen we die play-offs toch nog.'

Dat Bloemendaal een raar team is, in een idiote competitie, geven coach en spelers volmondig toe. Want hoewel de hockeyers dit seizoen nog geen uitwedstrijd wonnen, hebben ze zondag nog steeds uitzicht op een plaats bij de laatste vier. 'Een minimale kans, weliswaar', zegt vertrekkend coach Dikmoet aan de vooravond van zijn - mogelijk - laatste wedstrijd.

Alles heeft hij geprobeerd om zijn ontspoorde ploeg weer in het gareel te krijgen. Maar het 'trainen-praten-trainen-praten', sorteerde nauwelijks effect. 'De balans in het team is zoek', zegt hij. Dikmoet zoekt de oorzaak in het vertrek van bepalende spelers als Floris-Jan Bovelander. De internationals Van Wijk, De Nooijer en Jazet hebben het respect van de jongeren nog niet weten af te dwingen. 'Individueel is er veel kwaliteit, maar het collectief ontbreekt nog.'

Het jonge team heeft een strenger regime nodig, iets wat de zachtaardige Dikmoet niet kan brengen. 'Ik heb er wel even onder geleden, niemand verliest graag. Maar je moet er niet te lang bij stil staan. Het leven is een gift, daar moet je van genieten.'

Zondag, in het laatste competitieduel tegen Klein Zwitserland, is die gezamenlijke strijd er plotseling wel, maar met winst alleen is Bloemendaal er nog niet. Op een steenworp afstand wordt de stadsderby HDM - HGC gespeeld, en HDM heeft aan een gelijkspel al genoeg om Bloemendaal in de eindstand voor te blijven. Tussen de twee stadions wordt daarom druk getelefoneerd.

Na twintig minuten rinkelt het draagbare toestel van manager Louk Meijer. Informant Frits Reek, verslaggever van het lokale radiostation Antenne Bloemendaal, heeft nieuws. HDM staat achter, met 2-0 maar liefst, en Bloemendaal kan heel even opgelucht ademhalen. De 1-0 voorsprong, door Rutger Wiese, is vooralsnog voldoende.

Overtuigen doet de ploeg echter nog niet tegen KZ, dat ergens onderaan de ranglijst bungelt. De eerste helft is rommelig en het doelpunt voor Bloemendaal een kadootje van verdediger Jansen. Wiese, normaliter in de verdediging actief, pikt de bal op en schiet hem eenvoudig langs doelman Peters.

Een kwartier na rust wordt de afwachtende houding van Bloemendaal genadeloos afgestraft. Calem Giles scoort uit de rebound van de zesde strafcorner 1-1. Het is het laatste zetje dat Bloemendaal nodig heeft. Voorin lijken De Nooijer en Van Wijk ruw wakkergeschud. Samen tekenen zij voor de 2-1. Als Smolenaars tien minuten voor rust de 3-1 intikt, en de man aan de telefoon een ruime achterstand voor HDM meldt, springen de bankzitters juichend op.

Het gáat niet meer verkeerd. Bloemendaal wint van Klein Zwitserland, terwijl HGC verder uitloopt naar 6-1. Een vette glimlach bij Dikmoet en twee vingers in de neus van Van Wijk geven aan dat de branie wel heel erg snel terug is bij de ploeg, die op sterven na dood was.

'Zo zie je maar. Je weet nooit hoe een koe een haas vangt', zegt Dikmoet, die zijn vertrek blijmoedig nog even uitstelt. 'Dit gevoel raken ze niet snel meer kwijt. In de nacompetitie kan weer van alles gebeuren.'

Den Bosch is de eerste tegenstander. Jazet: 'Uit hebben we nog nooit van Den Bosch gewonnen, thuis nog nooit verloren. Dat wordt dus spannend.'

Meer over