Blijvend geloof in onmogelijk wonder

De waterpolocoach van Nederland gelooft in God, zijn god. Robin van Galen, coach van een olympische kampioensploeg, droeg in de catacomben van het Natatorium van Peking zijn geloof – en bijgeloof – uit en zei dat hij voor de beslissende wedstrijd een schutter met een van god gegeven talent aan...

Van onze verslaggever John Volkers

Daniëlle de Bruijn was de meermin van de fantastische vrouwenfinale, waarin de Amerikaanse spierballen en onderwatertrucs het 26 seconden voor tijd moesten afleggen tegen de schotkracht van de linkshandige De Bruijn. Zij maakte zeven van de negen Nederlandse goals in de eindstrijd (9-8). Zij maakte het verschil.

De Amerikaanse speelsters, reuzinnen met groot drijfvermogen, klaagden na afloop dat ze alles goed hadden gedaan tegen de nummer negen van de laatste WK, maar dat ze die verduivelde De Bruijn niet hadden kunnen afstoppen. Ze werd als topscorer van het toernooi (zeventien treffers) als eerste in het wereldteam gekozen.

Op haar grote kwaliteiten was ook Van Galens geloof in de goede afloop gebaseerd. ‘Wij kunnen van de tien keren dat we tegen de Verenigde Staten spelen, een of twee keer winnen. En dat kon in deze finale. Daarin heb ik altijd geloofd.’

Van Galen begon drie jaar geleden het karwei met de Nederlandse waterpoloploeg. Hij hapte pas toe, nadat hij met De Bruijn, van zijn club Widex GZC Donk, had gesproken. De twee kennen elkaar uit een ver clubverleden, in Gouda.

Coach en speelster hebben een persoonlijke band, gaf de emotionele Van Galen donderdag toe. ‘Ik heb destijds tegen Daan gezegd dat ik het alleen zou doen, als zij het ook zou doen. Ze nam bedenktijd, maar belde me na een paar dagen op. Ga maar tekenen, zei ze, want ik doe het.’

De Bruijn was de topscorer van het olympisch toernooi van 2000, het debuut van het waterpolo voor vrouwen op de Olympus. Het leverde haar, behalve een contract bij Athlon Palermo, een blikken medaille op.

Nederland, eens de grootmacht bij de vrouwen, was, toen het serieus werd, voorbijgestreefd door landen die sport nog professioneler benaderen.

De nederlagen van Sydney 2000 waren uiteindelijk de reden dat De Bruijn en generatiegenoot Gillian van den Berg onder Van Galen toch terugkeerden in de nationale ploeg. Donderdag lagen de twee voor hun afscheidswedstrijd in het water.

Van den Berg (36) stond na afloop met zoontje Luca op de arm. De Bruijn vertelde dat ze met een kapotte kruisband had gespeeld. ‘Ik had er in het water geen last van. Maar ik laat me nu eerst opereren.’

De Bruijn deed luchtig over de voorbije jaren. ‘Toen ik ja zei tegen Van Galen en het Nederlands team, moest ik mijn leven opzij gooien. Ik werkte. Dat kan niet, als je fulltime waterpoloot.’

Van den Berg liet huis en haard in Italië – ze vond in Palermo de man van haar leven – achter en ging ook het strenge regiem aan. De twee hielden het vol door de geweldige sfeer in de ploeg.

De historische fout van het mislukte toernooi in Sydney was dat het team gemiddeld te oud was geworden. Speelsters verlengden hun loopbaan, omdat ze zo graag de Spelen wilden meemaken.

Voor Athene, de Spelen van 2004, kwalificeerde Nederland zich niet. Maar voor Peking was de ploeg van Van Galen als eerste geplaatst. Vorig jaar augustus werd in Rusland het olympisch kwalificatietoernooi gewonnen.

Toen al bleek de wisselwerking tussen ervaring en jeugd (Van Belkum, Van der Meijden, Cabout) uitstekend te werken. Er was ‘flow’, verklaarde iedereen. Die roes, de tunnel van trance, was er ook weer in het Chinese badwater.

Toen, in het Russische Kirisji, begon Daniëlle de Bruijn voor het eerst te geloven in een klein wonder. Een medaille bij de Spelen, dat was in grote vorm en uitstekende conditie een mogelijkheid. ‘Maar goud, nee, dat heb ik nooit voor mogelijk gehouden.’

De nationale ploeg werd olympisch kampioen, omdat het de favorieten uit de Verenigde Staten volledig overdonderde. Shock and awe, noemen ze dat in de VS. Na 3 minuten en 37 seconden stond Nederland met 4-0 voor. De Amerikaansen kwamen terug, zelfs driemaal gelijk (5-5, 7-7, 8-8), maar ze hadden te veel moeite met de steeds wisselende spelsystemen van Nederland.

Een ‘man meer’ in de slotminuut werd door de vrouwen van Van Galen optimaal uitgespeeld. Het dreigen van De Bruijn, drie schijnschoten op rij, eindigde met een geweldige uithaal met links. De pols, het gewricht dat een bal snelheid geeft, functioneerde optimaal. De score: 9-8.

Daarna waren er in de slotseconden twee reddingen van nog zo’n van god gegeven talent, de 19-jarige keepster Ilse van der Meijden. Van Galen wees naar boven en dankte zijn heer.

Meer over