Blessure hoort bij risico van het beroep topsporter

Steeds vaker klagen sporters over een te vol wedstrijdprogramma. De ziekenboeg vult zich met topsporters met fysiek ongemak. Wordt er onder druk van de commercie inderdaad te veel geëist van de topsporter?...

'Blessures zijn inherent aan topsport', zegt Babette Pluim, arts bij de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond. 'De belangen zijn zo groot dat topsporters dikwijls tegen de grens functioneren. Als tennisbond proberen we spelers al op jeugdige leeftijd te wijzen op de risico's van overbelasting. De kinderen krijgen aan het eind van de zomerperiode verplicht vrijaf. Maar topspelers stellen hun eigen schema samen.'

Els Stolk, arts bij de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie, is het met Pluijm eens: 'Als sportbond kunnen we atleten slechts informatie geven om blessures als oververmoeidheid en overbelasting te voorkomen. Maar we kunnen ze niet vertellen waaraan ze wel en niet kunnen meedoen.

Volgens Stolk komt dit omdat veel atleten van sport hun beroep hebben gemaakt. Een beroep waarin veel trainingsuren en wedstrijden niet alleen tot aansprekende prestaties moeten leiden, maar ook tot het grote geld. Sporters komen in een financiële en sociale positie waarin ze zelf kiezen waar ze wel of niet willen sporten.

Sportarts Peter Vergouwen noemt deze grotere keuzevrijheid voor de sporter echter slechts schijn. 'De topsporter heeft ook een club, een sponsor en een loopbaan waaraan hij moet denken.'

Daar ligt volgens Adrie van Diemen, inspanningsfysioloog bij de Rabo-wielerploeg, de kern van het probleem. 'Waar het grote geld te verdienen valt, is de druk op de sporter vaak het grootst. Hoe groter het geld, hoe groter de druk.'

Volgens Vergouwen leidt dit tot allerlei excessen: 'Sporters moeten dikwijls prestaties leveren die het predikaat bovennatuurlijk of ongezond verdienen. Kijk maar naar de Tour de France, de Ronde van Italië of de Ronde van Spanje. Daarin moeten de renners bijna zonder rust de ene zware etappe na de andere fietsen.

'De organisatie van zulke evenementen hebben met begrippen als hematocrietcijfers en dopinglijsten de mond vol van gezondheidsbescherming, maar dat vind ik hypocriet. De gang van zaken bij deze evenementen verdient eerder het predikaat gezondheidsbeschadiging.'

Maar volgens Van Diemen ligt de schuld niet alleen bij sponsor of organisatie, maar ook bij de sporter zelf. 'Een topsporter wil presteren. Ook al heeft hij pijn in de schouder of in de knie, toch gaat hij door. Daarbij vergeet hij dikwijls dat een aantal keren presteren op korte termijn ten koste kan gaan van het presteren op de lange termijn.'

Vergouwen meent dat vooral jonge topsporters te weinig durf tonen om tijdelijk te stoppen. 'Als volleyballer of roeier is het heel moeilijk je te onttrekken aan het team. Als je als sporter geblesseerd wegvalt, krijgt de concurrentie het immers makkelijker. Dat maakt je kwetsbaar. De sportregenten hebben daarmee een extra wapen in handen en dat maakt een oplossing voor het blessureleed moeilijk.'

Het codewoord bij een sportblessure blijft herstel, zegt Vergouwen. Dit woord lijkt echter steeds meer onder druk te staan. 'Het werk voor de sportarts wordt daardoor ook erg moeilijk. Er worden wonderen van ons verwacht. Kennelijk moeten eerst ongelukken gebeuren voordat de mensen bereikt worden.'

Vergouwen vindt het daarom tijd worden dat sportbestuurders en sportorganisaties ter verantwoording worden geroepen. 'De Nebiolo's, tennisfederaties en wielerunies moet je ompraten. Maar hoe je dat zou moeten doen, is me een raadsel.'

Topsporters moeten zich verenigen, meent Vergouwen, maar dat blijkt nogal lastig. 'Individueel roepen de sporters wel dat het allemaal te veel wordt, maar als groep is het moeilijk ze achter één tafel te krijgen.'

Meer over