Analyse

Bijna 30 miljoen euro uitgetrokken voor die ene medaille in de teamsporten

Zes teamsporten, een medaille: het goud van de hockeysters. Dat lijkt een gering succes, gezien de bijna 30 miljoen die NOCNSF investeerde in de teamsporten de afgelopen vijf jaar.

Verslagenheid bij de handbalsters na de nederlaag tegen Frankrijk,  Beeld ANP
Verslagenheid bij de handbalsters na de nederlaag tegen Frankrijk,Beeld ANP

Het record van Atlanta 1996 was al uit zicht. Bij die Spelen deed Nederland met liefst zeven teams mee aan de olympische landencompetities. Joop Alberda, de coach van de gouden volleyballers, sprak destijds van de vrucht van het Nederlandse poldermodel. Nederlanders, vond Alberda, waren uiterst geschikt voor teamsporten.

Die filosofie van toen bestaat nog steeds, al heeft dat in Tokio weinig eremetaal opgeleverd. In Tokio deed Nederland aan zes teamsporten mee: hockey (mannen en vrouwen), handbal (v), waterpolo (v), voetbal (v) en de nieuweling basketbal 3 x 3 (m). Alleen de hockeysters grepen een medaille; goud. Voor de vijf andere ploegen was de kwartfinale het eindstation.

Bovendien ontbraken tal van nationale ploegen op de Spelen. De voetballers, honkballers, softbalsters, beide volleybalteams, de waterpoloërs en de rugby sevens misten om allerlei redenen de kwalificatie voor de OS.

De inspanning vanuit Papendal voor teamsporten is al 25 jaar fors. In 1996 leverde dat twee van de vier gouden medailles op: het bejubelde goud van de volleyballers en het iets meer vertrouwde succes van de hockeyers.

Vooral de volleybalprestatie legde een fundament aan de oplevende topsportcultuur in Nederland. De gedachte van hard en professioneel trainen – in Nederland tot dat moment vaak niet serieus genomen – kreeg voet aan de grond. Joop Alberda werd in 1997 technisch directeur van NOCNSF, later opgevolgd door Charles van Commenee (2005-2008) en Maurits Hendriks (2009-2021).

Allemaal full-profs

De huidige lichting topsporters, mannen en vrouwen met de zogenaamde A-status ontvangen een salaris, is full-professional. Amateurs, ooit de basis van het olympisch gedachtegoed, zijn verdwenen. Het was destijds een ongelijke strijd tussen de staatsamateurs van de Oostbloklanden en de echte amateurs uit het westen.

Toch is geld geen garantie voor succes. In de teamsporten is de internationale concurrentie enorm geworden. De hockeybond incasseerde in vijf jaar aan olympische subsidie 8,5 miljoen euro. Dat was het hoogste bedrag uit de ruif van NOCNSF. In totaal keerde het nationaal olympisch comité 29,3 miljoen euro uit voor de campagne van teamsporten. Dat bracht alleen de hockeysters van bondscoach Alyson Annan succes.

Aan het beleid zal weinig veranderen volgens prestatiemanager teamsporten Arjen Boonstoppel van NOCNSF. Hij meent een opwaartse trend te bespeuren sinds 2004, toen er slechts twee hockeyploegen meededen aan de Spelen.

Feest bij de hockeysters na de 3-1-zege op Argentinië in de finale.  Beeld AFP
Feest bij de hockeysters na de 3-1-zege op Argentinië in de finale.Beeld AFP

Weinig tickets te verdelen

Boonstoppel wenst te verduidelijken hoe moeilijk het is om als Europees land een olympisch ticket te veroveren. ‘Bij het vrouwenvoetbal gaan de beste drie van het WK naar de Spelen. Daar hoorde Nederland in 2019 bij. Maar in de kwartfinales van dat WK waren zeven van de acht teams Europese ploegen.’

Boonstoppel wijst ook op de tijd die nodig is om een team van formaat te bouwen. Het handbalteam bij de mannen kent aardige resultaten, maar zal niet binnen drie jaar de olympische kwalificatie aankunnen. Er is al wel, naar het voorbeeld van de meisjesopleiding, een academie voor jongens gestart.

Bij de vrouwen duurde het na 1996 – plan Meiden met een Missie – vijf toernooien voor de nationale ploeg in 2016 eindelijk de gedroomde Spelen bereikte. Het was de handbalacademie op Papendal, fulltime en intern, die het niveau waarlijk opkrikte. In 2016 werden de handbalsters vierde. In Tokio ging het, door tal van blessures, reeds in de kwartfinales mis en moet vanaf nu weer aan een nieuwe ploeg worden gebouwd om in Parijs 2024 van de partij te kunnen zijn.

Voetbal onderschat Spelen

Wie wil meedoen op het hoogste niveau in de grote teamsporten, moet blijvend investeren. Nederland met zijn vele mannelijke voetbaltalent produceerde in de voorbije zestig jaar alleen in 2008 een voetbalelftal onder 23 dat in de eindronde meedeed. Dat toernooi in Beijing werd toen onderschat en eindigde in een deceptie. Of er voor 2024 serieuze revanche komt, zal blijken. Het A-elftal wordt te vaak belangrijker geacht dan het olympische elftal.

Dan zijn er nog de beperkte startvelden. In waterpolo was dat bij de vrouwen lange tijd een schema van acht. Nederland, de olympisch kampioen van 2008, miste zo de toernooien van 2012 en 2016. In Tokio was het team er weer bij en kon alle geïnvesteerde tijd en geld niet waarmaken.

Boonstoppel: ‘Er waren deze keer tien landenteams bij de vrouwen toegelaten, maar twee belangrijke Europese landen, Italië en Griekenland, zaten thuis op de bank. Het is zuur als je dat overkomt. Onze waterpolosters kennen het gevoel.’

Honkbal werd ook getroffen door het kleine startveld: zes. Waarschijnlijk wordt pas in 2028, in Los Angeles, weer honkbal toegevoegd aan de olympische teamsporten. Het zal zeven jaar voorbereiding vergen om daar bij te zijn.

Investeringen in olympische teamsporten

Hockey (mannen en vrouwen): € 8.525.058

Voetbal (vr): € 2.709.200

Handbal (vr): € 2.388.724

Waterpolo (mannen en vrouwen): € 4.978.542

Volleybal (vr): € 2.998.527

Honkbal/softbal: € 5.220.236

Basketbal (vr + 3x3 ma): € 2.493.914

Totaal € 29.314.201

Meer over