Bij Heerenveen blijft het nooit bij voetballen alleen

Heerenveen brengt de glorie van zijn verleden weer tot leven. Voor de nationale bekerfinale, die morgen plaats heeft, reizen 25 duizend Friese supporters naar Rotterdam....

Van onze verslaggever

Wio Joustra

HEERENVEEN Ook al is het op de kop af 55 jaar geleden, Jan Wisman herinnert het zich nog als de dag van gisteren. De eerste van de negen opeenvolgende keren dat Heerenveen noordelijk kampioen werd. In Groningen, tegen GVAV. Op 29 maart 1942.

'Barstensvol zat die extra stoomtram. Indiase taferelen. Ik had een lauwerkrans zo gemaakt dat die opgevouwen in een koffer kon. Want stel je voor dat het mis was gegaan. Vijf minuten voor tijd stond Heerenveen met 2-0 voor. Toen heb ik de krans uit de box gehaald en na het eindsignaal om de nek van aanvoerder Hennie Jonkman gehangen. Op de terugreis brak in het feestgedruis per ongeluk een ruit van de tram. Daar schaamden we ons allemaal diep voor.'

Dat jongeren niet denken dat de Friese diaspora naar het beloofde voetballand op Hemelvaartsdag 1997 zo bijzonder is. Want in de tijd dat een bal nog 'het lederen monster' heette en niet de Rus Igor of de Deen Jon Dahl maar gewoon Abe, ús Abe, de mensen in vervoering bracht, was SC Heerenveen in het noorden ook al een hype.

'Naar wij vernemen worden er door de Supportersvereeniging pogingen aangewend om voor de uitwedstrijden van Heerenveen, welke in één dag heen en terug kunnen worden bezocht, extra treinen te laten loopen', stond in 1947 in de regionale krant. Het was het seizoen dat Heerenveen het dichtst bij de landstitel kwam. Slechts Ajax was te sterk. Op het plein voor de MULO stonden duizenden mensen te luisteren naar de ooggetuigenverslagen uit verre oorden als Amsterdam, Nijmegen, Den Bosch en Maastricht.

En ook toen overheerste de sfeer van saamhorigheid, van trots, van plezier. Ook toen al was er sprake van dat speciale 'Heerenveen-gevoel'. 'De Supportersvereeniging', zo vervolgt het artikel, 'zal voor versiering en verlichting zorgen. Het is een mooie geste van het bestuur om de helft van de entree af te staan aan de Vereeniging 1940-1945, de vereeniging die er voor zorgt dat de nagelaten betrekkingen van in den verzetsstrijd gevallenen niets tekort komen.'

Bij Heerenveen bleef het nooit bij voetbal alleen. In de Hongerwinter werden adspiranten van de vier hoofdstedelijke clubs uit de eerste klas - Ajax, Blauw Wit, De Volewijckers en DWS - bij pleeggezinnen in Heerenveen ondergebracht. Omdat het bestuur van de voetbalclub vond dat 'de onderlinge sportsolidariteit niet enkel bestaat in het trappen tegen een bal, doch juist in moeilijke maatschappelijke omstandigheden de sportiviteit moet uitkomen'.

Het was in die geest dat ondernemer Robert van der Werf (32) handelde toen hij een symbolisch biertreffen tussen supporters van de 'superboeren' en de 'boeren' in een weiland bij Doetinchem wilde organiseren, vlak voor de wedstrijd De Graafschap - Heerenveen van afgelopen zaterdag. Alles was rond, tot en met het blaasorkest en een gesponsord biereiland toe.

Maar tegenwoordig regeert de angst in voetballand. Het bestuur van De Graafschap blies het treffen af. Het zou verkeerde elementen kunnen aantrekken. Van der Werf, Heerenveen-fan in hart en nieren: 'Het is de wereld op z'n kop. Nu hebben ze iedereen een petje opgezet met als tekst Heerenveen en De Graafschap tegen supportersgeweld. Dat sloeg de plank net mis. Vóór voetbalplezier, daar ging het mij om. Want daar staat Heerenveen voor.'

'De rijkdom van Heerenveen ligt in de historie en Abe Lenstra is nog steeds de spil waar alles om draait', zo wijkt voorzitter Riemer van der Velde af van het adagium van Matt Busby dat niemand groter is dan de club. Thuis met 1-5 achterkomen tegen Ajax en toch nog met 6-5 winnen. Uit tegen MVV al na een half uur met 4-0 achterstaan en in de 87ste minuut toch nog 6-7 scoren en met de volle winst terugvliegen naar Friesland. Duels die bijdroegen aan de mythevorming rond Heerenveen en rond Abe.

Een halve eeuw later is van een vergelijkbare hype sprake. Een hype die Heerenveen tot de, op Ajax en Feyenoord na, bekoorlijkste club van Nederland heeft gemaakt. Zes jaar geleden begonnen, met het duel tegen SVV in De Kuip. Op 5 mei 1991. Om in het eerste eredivisie-seizoen in de geschiedenis van de club het vege lijf te redden, moest Heerenveen winnen. Onder het motto It Sil Heve! veroverden zestig bussen met supporters De Kuip en werd SVV met 2-1 verslagen. Uiteindelijk kwam Heerenveen één doelpunt tekort. Degradatie werd 'gevierd' met twaalfduizend toeschouwers op de tribunes in de slotwedstrijd tegen FC Groningen. Want 'Als we gaan, gaan we met z'n allen', stond op het spandoek.

De vergrotende trap was de bekerfinale tegen Ajax in 1993. Op Hemelvaartsdag, in De Kuip. De rapen binne gear; Heerenveen doet het weer: 220 bussen, acht treinstellen en een boot vervoerden een legioen van 23 duizend supporters naar Rotterdam. Voor het eerst had de doorgaans saaie bekerfinale iets weg van de sfeer van Wembley op de dag van de Cup-final. Een historische dag voor het Nederlandse voetbal. Het grote Ajax won, gemakkelijk, met 6-2. Maar Heerenveen vierde feest. Het feest van de hernieuwde erkenning als voetbalbolwerk.

De overtreffende trap is morgen, de strijd der perifere voetbalgrootmachten. Roda JC tegen SC Heerenveen. Limburg tegen Friesland. Het 'bronsgroen eikenhout' tegen 'het beste land van aarde'. Het voorspel is voor Heerenveen. De Kuip wordt een zee van pompeblêdden. Friesland had het stadion gemakkelijk kunnen vullen. Vijfentwintigduizend supporters komen, minimaal evenveel fans blijven teleurgesteld achter. Hele Friese dorpen lopen leeg. Het team van Foppe de Haan mag dan een vreemdelingenlegioen zijn, alles er omheen is Fries.

'Dit wordt het tweede Elfstedentochtgevoel van het jaar', zegt Appie Bokma, bestuurslid van de grootste businessclub in het betaald voetbal (500 leden) en creatieve geest achter de slogans waarmee het Friese legioen furore maakt. No komme de pipen út 'e sek; Heerenveen gaat voor een Europese plek, is het deze keer. Nog slechts één hindernis scheidt de Friese club van de ultieme roem en eer: een nationale titel, met als beloning een Europees toneel waarop de zegetocht van het Heerenveen-gevoel kan worden voortgezet.

Meer dan voetbal alleen. Nog altijd. Trainer De Haan, die na de winterstop een moderne variant op het stopper-spilsysteem van de jaren vijftig terugbracht: 'Via het voetbal heeft dit deel van Friesland zich gemanifesteerd. Die trots is er nog steeds. Dat gevoel van 'dit flikken we toch maar'. En in het land verbaast men zich over onze benadering. Lekker aanvallend spelen. Het heeft iets ouderwets. Naïef realisme noem ik het maar. Als tegenhanger van de verzakelijking. Het leven in de grote steden is harder, meer resultaat-gericht. Daar denken ze meer in termen van wat levert het op? Dat is niet onze eerste vraag. Misschien is dat onze kracht.'

Het Heerenveen-gevoel. Ooit is het ontstaan vanuit een inferioriteitscomplex. Een relatief arme, doch eigenzinnige streek verhief zich door middel van de populairste volkssport en kon zich op die manier meten met de rest van het land. Voetbal bracht glorie en gaf cachet aan een geïsoleerd bestaan. 'Heit, ze willen m'n paspoort zien', stond in 1993 nog op een spandoek in De Kuip. Die tijden zijn voorbij. Het nieuwe Heerenveen-gevoel stoelt op zelfvertrouwen.

De Haan: 'Er is een omslag in het denken. Dat zie je aan de kern van de club, aan de kwaliteit van de spelers, aan het feit dat vedetten als Kornejev en Thomasson hier niet alleen aarden, maar ook betere spelers worden. We gaan van onszelf uit, niet meer van de underdog-positie. Er is balans, er is stabiliteit. Het vertrek van sterspelers hoort bij die ontwikkeling. Daar ben ik niet bang voor, zolang we zorgen voor redelijke alternatieven. Alleen zijn extreme talenten in Friesland dunner gezaaid dan in Amsterdam of Rotterdam.'

In café De Cleef in Akkrum is een soort kapel ingericht. Onder een bord met de tekst 'Heerenveen Boppe, Akkrum Levert Foppe' ligt de clubvlag gedrapeerd. Op het tafeltje een fles Beerenburg met twee glaasjes. De bekende strafpleiters Hans en Wim Anker verhalen over 'hun' club. Zeges in de rechtszaal vieren ze niet, die van Heerenveen des te uitbundiger. De tweeling hecht aan de historie van de club, aan tradities als het volkslied en het shirt, aan de humor. De spanning van het dagelijks bestaan ontlaadt zich in het Abe Lenstra-stadion. Hans: 'Altijd beschaafd.' Wim: 'Je hebt wel eens ''blinde mol'' tegen de scheids geroepen.' Hans: 'Ik heb eens tegen een scheidsrechter geroepen dat hij qua gezichtsvermogen iets van een mol had.'

Tachtig is Wisman, zwager en vriend van Abe, in maart geworden. Meegaan naar De Kuip is niet goed voor 'de rikketik'. Maar hij zal er staan, morgen. Net als in 1993. Op het viaduct over de A6 bij het Tjeukemeer. Om de 300 bussen in een kolonne richting Rotterdam te zien vertrekken. En wanneer de exodus zich aan het oog heeft onttrokken, zal hij in gedachten zijn oude makker, de legendarische balvirtuoos met de zwarte kuif, toewensen dat hij dit nog had mogen meemaken.

Meer over