Bij de kantine kan Bolhuis 't al zien

'Wanneer we afspreken dat Nederland in Sydney dertig medailles moet halen dan kunnen we dat realiseren. Want zodra je hebt vastgesteld wat je morgen moet presteren, kun je vandaag alle vitale stappen formuleren.'..

Helaas formuleert André Bolhuis, teruggetreden Olympisch chef de mission, die vitale stappen niet. Maar hij figureert waarachtig wel als hoofdpersoon in een boekje van de Hay Management Consultants: Succes is te managen.

Bolhuis, tandarts, thans vice-voorzitter van de hockeybond en elftalbegeleider van de Nederlandse ploegen die zich op het WK van Utrecht voorbereiden, doet een vergeefse poging om te beweren dat succes níet te managen is. Het aardige van sport is nu eenmaal dat het resultaat onvoorspelbaar is. Een bedrijf kan als doelstelling hebben in het jaar 2000 marktleider te zijn, de Olympisch topsporter moet soms in minder dan tien seconden op één bepaald tijdstip zijn doel bereiken.

Maar interviewer/managing director Cees Pronk weet van geen wijken. Hij is bezeten van de idee om Bolhuis tot een topmanager uit te roepen en nu ja, diep in zijn hart moet Bolhuis ook wel toegeven dat hij het allemaal geweten en voorzien heeft. 'Vreselijk' is het als we gaan geloven in 'medaillemanagement', want sport gaat om mensen, maar het is natuurlijk niet voor niets dat het aantal Nederlandse medailles bij de Spelen van Barcelona en Atlanta ten opzichte van het vroegere moyenne verdubbelde. Geweldige corporate sfeer natuurlijk, geen onvertogen woord is bij zijn laatste missie gevallen.

Goed, even weg met die prietpraat. Twee opmerkingen van Bolhuis vragen wél om nadere onderzoek. Op de eerste plaats is hij na acht jaar tot de conclusie gekomen dat domheid funest is: 'Om een prijs te winnen, moet je beschikken over óf een behoorlijke intelligentie óf over een gigantische portie boerenslimheid.'

Hoe is dit te aan te tonen?

En de tweede 'diagnose': 'Iedere sport heeft zijn eigen roots. Je kunt al op de parkeerplaats met 75 procent zekerheid zeggen om welke sport het gaat. Als je de deur van de kantine opent, weet je ongezien met wie je te maken hebt. Volleyballers blijven oude schoolmeesters, een judocoach grijpt je meteen bij de schouder. Altijd achterdochtig, altijd vechten, ook geestelijk.'

Aardige hypothese die eveneens uitwerking vraagt? Of parkeerplaatswijsheid?

Meer over