Beneliga moet handbal redden

In de gemeente die is opgedeeld door de grens tussen Nederland en België, bekrachtigden de twee buurlanden met een uitgeholde handbalcompetitie maandag hun wens om de sport van een verdere teloorgang te redden....

Van onze verslaggever Mark Misérus

Met een prijzenpot van 25 duizend euro – 10 duizend voor de winnaar – en een onkostenvergoeding in het vooruitzicht waren de Nederlandse landskampioen Volendam, BEVO Panningen, Aalsmeer en het Haagse Hellas snel bereid gevonden de geboorte van de nieuwe liga op te luisteren. Voorzitter Guus Hölscher van het Platform Eredivisie, waarin de belangrijkste verenigingen zitting hebben, zei dat hij zelfs clubs had moeten afwijzen.

De teams nemen het in het openingsweekeinde van 26 en 27 januari een keer in Nederland, en eenmaal over de grens op tegen de Belgische kampioen Sasja Hoboken, Initia Hasselt, United Tongeren of tegen Sporting Neerpelt. Vier clubs plaatsen zich voor de Final Four die op 31 mei en 1 juni wordt gehouden in Lommel.

Voorlopig blijft de Beneliga een competitie waarin louter financieel gewin kan worden behaald. Mogelijk krijgt de winnaar van het toernooi na twee jaar ook een sportieve beloning door het seizoen erop in de Champions League te spelen.

Maar na het gesprek dat Hölscher had met Jan Tuijk van de Europese federatie zei hij dat niemand zich rijk hoeft te rekenen. De Nederlandse landskampioenen van de afgelopen jaren overleefden de voorronde van het belangrijkste clubtoernooi meestal niet.

‘De kans om wedstrijden op een hoog niveau te spelen, moet voor de clubs de reden zijn om mee te doen’, zei Hölscher, die ook preses is van Aalsmeer. Volgens bondscoach Harry Weerman wordt de eredivisie gedragen door maar vier clubs. ‘De wedstrijden van andere teams zijn geen graadmeter.’

Ook de internationals moeten profiteren van de Beneligaduels, hoewel slechts vier spelers van Weerman de eredivisie nog niet zijn ontvlucht. De nationale ploeg heeft zich bovendien nooit geplaatst voor de eindronde van een toernooi. In België werd besloten actie te ondernemen nadat dat land het EK was misgelopen.

Omdat de Vlaamse clubvoorzitters bij hun Waalse collega’s geen gehoor kregen, werd de samenwerking met de noorderburen gezocht. In Nederland was het idee al langer gespreksonderwerp bij de clubs. De liga wordt buiten het Nederlands handbalverbond om georganiseerd. Hölscher: ‘Ze hadden er de mankracht niet voor. Dus hebben de clubs het opgepakt.’

Het Belgische sportmarketingbureau Score! maakte haast met de ontwikkeling van de competitie. Commercieel manager Carlo Vandekerkhof zei maandag niet te vrezen dat de 70 tot 80 duizend euro die hij met zijn bedrijf United Telecom in de Beneliga steekt, in rook opgaat door een gebrek aan toeschouwers en tv-aandacht.

‘We hebben een moeilijke sport als motorcross ook op tv weten te krijgen. Als je zelf kwalitatief goede beelden levert, is er altijd wel een zender in geïnteresseerd’, aldus Vandekerkhof. Hij zei graag andere sponsors te hebben gepresenteerd in het cultureel centrum van Baarle-Nassau. ‘Maar het is al een wonder dat we in drie maanden zo ver zijn gekomen.’

Het Belgische voorstel om alle clubs elkaar uit en thuis een keer te laten treffen, werd als een zware belasting gezien door het Nederlandse eredivisieplatform. Hölscher: ‘Dan heb je het over acht wedstrijden boven op de 34 wedstrijden die we al spelen. Dat kan alleen als handbal een semiprofessionele sport wordt.’

Meer over