Bellaarts verwende ploeg mist karakter

Passie, karakter en een uitgekiend strijdplan waren de eenvoudige ingrediënten waarmee de Spaanse hockeyers gisteren in eigen huis de finale van de Europese titelstrijd bereikten....

De teleurstelling verbijtend wilde bondscoach Joost Bellaart niet ingaan op de verslapte mentaliteit van zijn spelers. Hij benadrukte slechts dat de 'supervorm' die er slechts enkele weken geleden bij de winst van de Champions Trophy in Amstelveen nog wel was geweest, zijn formatie in Barcelona in de steek had gelaten.

Het gebrek aan die vorm betekende volgens de coach het verschil tussen scoren en niet scoren. Nederland had op basis van de kansen inderdaad de overhand in de halve finale tegen Spanje, maar sprong daar zeer onzorgvuldig mee om. De scherpte ontbrak, ook in de verdediging en in het aangeven van de corners, en dat kon de spelers wel degelijk worden aangerekend.

De vraag drong zich daarom op of de door de bondscoach zo omstandig geprezen voorbereiding achteraf wel zo ideaal was geweest. 'Ik sta nog steeds honderd procent achter die beslissing', zei Bellaart echter. Dat Duitsland, met een B-selectie naar het toernooi om de Champions Trophy gereisd, gisteren wél de finale bereikte (de Duitsers wonnen zonder veel moeite met 5-1 van Engeland) kon hem niet van op andere gedachten brengen.

'De Duitsers zullen nu wel in hun vuistje lachen', veronderstelde Bellaart. 'Maar ik heb heilig geloofd in datgene wat we aan het doen waren. Ik was er alleen niet op voorbereid dat we hier niet in de finale zouden staan.'

De ploeg die in negen edities van het EK pas één keer eerder in de finale ontbrak, had het vizier echter alweer te veel op de hoofdprijzen gericht waardoor er op de weg daarnaar toe teveel fouten werden gemaakt. De 3-0 nederlaag in de groep tegen Engeland had een waarschuwing moeten zijn, maar het gemak waarmee alsnog de halve finale werd bereikt suste de Nederlandse spelers opnieuw in slaap.

Met hetzelfde wapen waar Nederland op de internationale hockeyvelden zo om wordt gevreesd, de strafcorner, sloeg Spanje toe, en de coach - Maurits Hendriks, een oude bekende - gaf toe dat hij daar in de voorbereiding veel nadruk op had gelegd.

Niet voor niets werd Toon Siepman, ook al een Nederlander, als assistent aan de Spaanse begeleidingsstaf toegevoegd om het Nederland in zowel verdedigend als aanvallend opzicht uitermate lastig te maken. Hendriks slaagde met glans in die opzet. Slechts één corner werd door Nederland ietwat gelukkig benut. Hendriks kon, hoewel hij benadrukte nog altijd veel respect voor de Nederlandse spelers te hebben, een glimlach daarom niet onderdrukken.

Voor het eerst sinds 1974, de enige keer dat Spanje - toen óók in eigen huis - de titel veroverde, stond de ploeg weer in de eindstrijd en niemand die bovenop de Montjuic nog durfde te beweren dat het daarin tegen wereld- en Europees kampioen Duitsland kansloos is.

Daarvoor had het team tegen Nederland teveel indruk gemaakt. Hoewel er één helft lang weinig gevaar dreigde voor het elftal van Bellaart sloeg Spanje op slag van rust toe. Met de 2-1 deelde uitblinker Freixa, goed voor vier van de vijf Spaanse treffers, een mentale tik uit die Nederland de hele tweede helft niet meer te boven kwam.

Tot die tijd leek er weinig aan de hand, zeker niet nadat Nederland met een prachtige en op volle snelheid uitgevoerde aanvalscombinatie tussen De Nooijer, Klaver en de scorende Geeris had bewezen absoluut niet onder te doen voor de tegenstander.

Maar terwijl de Nederlanders achterover leunden en er te gemakkelijk vanuit gingen dat de doelpunten vanzelf wel zouden vallen, trokken de Spanjaarden voortvarend ten strijde en bouwden zij de voorsprong uit naar 4-1.

Gelaten leek Nederland zich in dat geweld naar een nederlaag te katen leiden. Het team richtte zich nog eenmaal op, zes minuten voor tijd na een treffer van Taekema uit de strafcorner. Die opleving kwam echter te laat.

Meer over