Belgische ontwikkelingshulp voor honkballers

Haarlem Of de werpers van het nationale team tijdens de Haarlemse Honkbalweek echt op de proef zijn gesteld kan Steve Janssen niet zeggen....

Met dubbele overwinningen op ploegen uit Taiwan, Japan en Amerika, en een zege alsmede op de slotdag de enige nederlaag tegen een Cubaanse selectie, wist het Nederlands team van bondscoach Jim Stoeckel de Honkbalweek voor de derde keer winnend af te sluiten. ‘Mooi om als speler op je curriculum te vermelden’, zegt Janssen. ‘Of het nu een EK, WK of Haarlemse Honkbalweek is, als de score wordt bijgehouden speel je om te winnen.’

In het verleden is het toernooi in de breedte wel eens sterker bezet geweest. Dit neemt niet weg dat de startende werpers van Nederland een goede indruk achterlieten. Geen verrassing voor Janssen. Diegomar Markwell, Leon Boyd, Kevin Heijstek, Rob Cordemans en David Bergman ‘wisten de lijn die ze in de competitie volgden netjes door te trekken.’

Nochtans noteerde Janssen een actiepunt. ‘We moeten extra aandacht schenken om een runninggame in het verloop van de wedstrijd tegen te houden. Tegenstanders kunnen te gemakkelijk het tweede honk stelen. We bieden de catcher daarvoor te weinig gelegenheid iets te ondernemen.’

Vrijdag begint het toernooi om het Europees kampioenschap in Duitsland. Nederland verdedigt daar de titel.. Voor Janssen is het zaak om de vorm bij zijn werpers vast te houden.

‘Een kwestie van gevoelsmatig werken. De jongens moeten mentaal in orde zijn. Het zit vooral tussen de oren. Tot die tijd doen ze wat aangepaste trainingen. Proberen het goede gevoel mee te nemen dat ze nu hebben. En hopen dat iedereen gezond blijft.’

Janssen moet de werpers klaarstomen voor de grote evenementen. Een pittige klus voor de belangrijkste pionnen in het veld. Al speelt een team nog zo goed, als de werper faalt verlies je altijd. ‘Binnen de werpersgroep probeer ik rust en vertrouwen te bewaren. Ik ben niet iemand die robots wil creëren. Ik ga uit van het individu. Als iemand op een onorthodoxe manier gooit en daarmee effectief is, laat ik hem begaan.’

Sinds vorig jaar vraagt Janssen (38), voormalig catcher en Belgisch honkbalinternational en tegenwoordig hoofdcoach bij Neptunus in Rotterdam, speciale aandacht van de werpers voor de opbouw van de arm. ‘Ik ondervind in Nederland dat werpers te weinig gooien met de bal. Ik bedoel niet het pitchen, maar gewoon de bal overgooien. Een verloren art. Terwijl het zo belangrijk is. Tegenwoordig zit iedereen in het krachthonk. Leuk en aardig, dat moet ook, maar ik zeg wel eens voor de grap: ik heb nog nooit een werper een gewicht naar de catcher zien gooien. Je moet als werper toch vooral aandacht hebben voor de bal.’

Tal van werpers, niet alleen in Nederland, ook in Amerika, raken geblesseerd. ‘Zeker 90 procent van de blessures ontstaat omdat het lichaam niet is voorbereid op de arbeid die moet worden verricht’, meent Janssen. ‘Als een werper de hele week rustig aan doet, een beetje hardloopt, wat balletjes gooit en vervolgens als starter de heuvel op moet om honderd ballen te gooien, komt hij in de problemen. Voor mij is hierin een mooie weg te gaan om de ontwikkeling van de werpers te verbeteren.’

Eind 2009 werd Janssen uitgeroepen tot de beste coach van Europa. De organisatie van Europese vakbroeders was onder de indruk dat iemand afkomstig uit een klein honkballand een topclub als Neptunus naar de Nederlandse titel had geleid.

De onderscheiding, zeker omdat die van collega’s afkomstig is, kan Janssen wel waarderen. Tegelijkertijd weet hij te relativeren. ‘Ik ben dezelfde coach die een jaar eerder geen kampioen werd en daarvoor bij Sparta/F ook niet.

‘Het is simpel, als coach ben je afhankelijk van het talent en de groep waarmee je werkt. Je mag dan wel de beste coach zijn, als je geen geschikt team hebt, wordt het nooit wat. Aan de andere kant: je hebt ook teams waar je iedereen voor kunt zetten en die dan ook alles winnen.’

Meer over