nieuws

Basketbalclub Dallas Mavericks wil het volkslied liever niet spelen, maar moet van de NBA

Vanuit New York belicht Koen van der Velden wekelijks ontwikkelingen in de Amerikaanse sport. Vandaag: hoe het volkslied terugkeerde bij basketbalclub Dallas Mavericks.

De Dallas Mavericks en de Atlanta Hawks luisteren woensdag naar het teruggekeerde volkslied. Beeld AFP
De Dallas Mavericks en de Atlanta Hawks luisteren woensdag naar het teruggekeerde volkslied.Beeld AFP

Bijna twee maanden na het begin van de Amerikaanse basketbalcompetitie NBA viel het een journalist op: bij thuiswedstrijden van Dallas Mavericks werd het volkslied niet meer gespeeld. Een bewuste keuze, zo bleek, maar na een berisping van de NBA klonk de Star-Spangled Banner woensdagavond als vanouds. En opnieuw bleek het volkslied een heet hangijzer.

Bij alle profclubs in de Verenigde Staten wordt het voorafgaand aan wedstrijden gespeeld, maar op initiatief van eigenaar Mark Cuban had de club in Dallas voor het seizoen besloten om te breken met de traditie. Volgens sportblog The Athletic, dat de omissie ontdekte, waren de Texanen de eersten sinds mensenheugenis die het gebruik schrapten.

Racisme

‘Sommige mensen hebben het gevoel dat hun stem niet gehoord wordt’, verklaarde Cuban, verwijzend naar de demonstraties tegen politiegeweld en racisme van afgelopen zomer. ‘Zij vinden dat het volkslied hen niet vertegenwoordigt.’

In de coronavrije bubbel waarin de basketbalcompetitie haar seizoen vorig jaar volbracht, knielden bijna alle spelers en coaches uit protest tijdens het volkslied. Cuban zou er een vervolg aan hebben willen geven, om de dialoog op gang te houden.

De eigenaar had toestemming gekregen van NBA-baas Adam Silver, die de aankleding van wedstrijden dit seizoen bij uitzondering aan de teams zelf overliet. In het coronajaar zou toch al weinig bij het oude blijven - bij 11 van de dertig clubs zijn momenteel toeschouwers in kleine getalen welkom.

Het besluit van de club om het volkslied niet meer af te spelen, werd stilgehouden. Afgelopen week bleek waarom.

Verontwaardiging

In het conservatieve Texas leidde het nieuws tot een golf van verontwaardiging. ‘Een klap in het gezicht van alle Amerikanen,’ sprak Dan Patrick, de luitenant-gouverneur van de staat. ‘Cuban kan de club beter aan een echte patriot verkopen.’ Ook opperde hij het afspelen van het volkslied bij sportevenementen wettelijk te verplichten.

In het Witte Huis kreeg zelfs de persvoorlichter van Joe Biden vragen over de kwestie. Ja, de president respecteert de vlag, klonk het voorzichtig, maar vindt ook dat vaderlandsliefde betekent dat je beter van je land mag verwachten.

Vanuit de NBA kon Cuban vooral rekenen op bijval. ‘Dit moet overal gebeuren,’ zei Stan van Gundy, coach van New Orleans Pelicans. ‘Als je vindt dat het volkslied bij sportwedstrijden moet worden gespeeld, speel het dan ook af in bioscopen, concertzalen, kerken of aan het begin van een kantoordag. Wat heeft het voor zin?’

Woensdag was de nationale hymne weer te horen in de American Airlines Arena, waar Dallas tegen Atlanta Hawks speelde. Een dag eerder verklaarde de NBA nog de beslissing aan de clubs over te laten, maar daar kwam de competitie vervolgens haastig op terug. Cuban kon leven met het besluit. ‘We zouden het toch wel weer gaan spelen, waarschijnlijk als het publiek terugkeerde.’

Uit woelige tijden

De traditie stamt uit woelige tijden in de geschiedenis van de Verenigde Staten. Het volkslied zou voor het eerst gespeeld zijn in 1862, bij een honkbalwedstrijd tijdens de Amerikaanse burgeroorlog. In 1918, toen de Eerste Wereldoorlog tienduizenden Amerikaanse levens had gekost, werd het lied vaste prik bij wedstrijden in de honkbalfinale tussen Chicago Cubs en Boston Red Sox. Een van de spelers, een marinier op verlof, besloot te salueren. Anderen plaatsten hun hand op het hart.

Tijdens de Vietnam-oorlog besloot Pete Rozelle, baas van de Major League Baseball, zijn spelers te verplichten om tijdens het volkslied hun helm af te nemen en stil te staan.

De discussie over het volkslied werd in 2016 aangewakkerd door American football-speler Colin Kaepernick, die uit protest tegen politiegeweld knielde tijdens de hymne. Het zou zijn (voorlopig) laatste seizoen worden in de National Football League (NFL), die in 2018 een regel invoerde die staan verplichtte.

De NBA kende al langer een soortgelijk beleid, maar net als in de NFL wordt het in de praktijk nauwelijks nageleefd. Afgelopen zomer, na de dood van George Floyd, werd in vrijwel alle Amerikaanse competities geknield tijdens het volkslied.

Patriottisme

Het afspelen daarvan is een van de vele uitingen van patriottisme tijdens sportevenementen. Wie in de Verenigde Staten een stadion bezoekt, verzuipt erin. Overal klinkt het lied ‘God Bless America’, worden reusachtige vlaggen uitgerold of militairen op het veld herenigd met hun gezin.

Uit een rapport uit 2015, onder meer opgesteld door de inmiddels overleden, conservatieve senator John McCain, bleek dat het Pentagon clubs met name sinds 9/11 miljoenen dollars aan belastinggeld betaalde voor de promotiemomenten. Die gebruikte het als rekruteringsmiddel, zo werd zonder schroom toegegeven.

Onder het Amerikaanse sportpubliek zorgden de onthullingen nauwelijks voor opschudding. Tornen aan vermeend patriottisme, betaald of niet, ligt uiterst gevoelig. Hetzelfde geldt voor het volkslied, zo bleek in Dallas.

Meer over