Atleten blijven op Papendal onder de maat

Boem-tik-roffeltje-boem-tik. De drummer op het middenterrein slaat mee met de aanlooppassen van polsstokhoogspringer Laurens Looije. Atleet en muzikant lopen echter niet synchroon, het zachte handgeklap van het publiek spoort beter met het ritme van de atleet....

Even later is de drummer stilgevallen, ditmaal begeleidt de muziek van Steve Miller de vliegende speer van Johan van Lieshout: Fly Like an Eagle. Een klassieke popsong, maar Van Lieshout komt niet voorbij het tachtig-meterpunt. Ditmaal geen Nederlands record voor de speerwerper, laat staan de richtprestatie voor de WK in Sevilla.

Vervolgens is de drummer weer aan de beurt. Met enkele roffeltjes kondigt hij een van de attracties van de middag aan: de 110 meter horden, met Robin Korving in de baan, de enige Nederlandse atleet die internationaal meetelt.

Helaas, ook Korving heeft zijn dag niet: na enige horden loopt hij uit voorzorg het gras in, hij vertrouwt een van zijn kuiten niet. 'Nee, nee, geen échte blessure', zegt hij, 'het is meer een blessure in het hoofd'.

Dan, anderhalf uur later. Het koningsnummer van deze middag, de 'absolute apotheose', zoals de spreekstalmeester het nocmt. Marko Koers op de 800 meter. Opnieuw een opwindend muziekje, een roffeltje van de drummer, en weg zijn de atleten.

De Keniaan Robert Chirchir wint in 1.44,88, maar Koers eindigt achterin, zijn 1.49,13 zal hij zo snel mogelijk willen vergeten.

In de lommerrijke, geaccidenteerde omgeving van sportcentrum Papendal, wordt zaterdag de negende editie van de Papendal-Games gehouden. Op het heuveltje naar het complex hebben toeschouwers stoeltjes neergezet, om in de diepte naar de verrichtingen van de atleten te kunnen kijken.

De Papendal Games heeft geen Grandprix-status, het is vooral een wedstrijd voor Nederlandse atleten, met hier en daar een paar tweederangs buitenlandse atleten. Het handjevol vreemdelingen van wereldfaam - Bernard Barmasai, Habte Jifar - dat de reis naar het sportcomplex nabij Arnhem heeft ondernomen, laat het afweten. Nathaniël Esprit, de gelovige sprinter van Curaçao, vergist zich in de aanvangstijd en verschijnt helemaal niet.

De organisatie van de Papendal Games is er alles aan gelegen het publiek een aantrekkelijke en overzichtelijke wedstrijd te presenteren. Dus wordt het programma kort gehouden, tikt de drummer-met-paardenstaart als een metronoom mee op het middenterrein en is er een aantal speakers dat met loopmicrofoons de atleten meteen na hun wedstrijd om een reactie vraagt.

Een loffelijk streven. Spijtig dat de eindtijden soms wat al te lang op zich laten wachten. Jammer ook voor de microfonisten en het publiek, dat het vooral de woorden 'shit', 'klote' en 'net-niet' zijn, die de atleten gebruiken. De eerste twee woorden zeggen genoeg, het 'net-niet' slaat op het net niet behalen van de richtprestatie voor de WK in Sevilla.

Koers en Korving zijn al zeker van de reis naar Andalusië, een groot contingent anderen is nog op zoek naar de vorm waarmee voldaan kan worden aan de eisen van atletiekunie KNAU.

Ze zullen het nooit met zoveel woorden zeggen, maar de tijd begint te dringen voor Stella Jongmans, Gert-Jan Liefers, Rens Blom, Laurens Looije en Sharon Jaklofsky. Gezien hun huidige status zijn ze niet welkom in het lucratieve (en snelle) Grandprix-circuit. En, zoals Liefers het realistisch zei, een 3.35 loop je op de 1500 meter niet tijdens een avondwedstrijdje in Gorinchem.

Slechts Robin Korving is als enige Nederlander verzekerd van een startbewijs voor de Goldenleague-wedstrijden. Zelfs voor een atleet met de status van Marko Koers is het afwachten. Na een wat minder seizoen is hij uit de gratie bij de organisatoren van grote wedstrijden: 'Zo hard is topsport.'

De hoop voor de andere Nederlanders is gevestigd op kleinere wedstrijden, in Dessau, Linz of Hechtel, waar het dan maar dient te gebeuren. Op Papendal lieten ze de kans liggen. Het is veelzeggend dat Stella Jongmans en Jacqueline Goormachtigh de beste vaderlandse prestaties leverden. Het tweetal, dat bij de laatste EK slecht presteerde, zorgde voor een schraal hoogtepuntje.

Jongmans, die na een blessure weer langzaam in vorm komt, is zielsgelukkig met haar 2.00,89 op de 800 meter (voor 'Sevilla' moet ze nog ruim een seconde sneller lopen), Goormachtigh werpt haar discus naar 61.29 meter, zeventig centimeter onder de richtprestatie van de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie.

De Rotterdamse heeft wat mindere weken achter de rug. Haar trainer Piet Meijdam hield het voor gezien, de auto van de sponsor werd total-loss gereden. Maar toch is de voormalige uitsmijtster met een positieve instelling naar Papendal gekomen 'om 62 of 63 meter te gooien'. Het zal niet zo zijn. 'Ik ben een beetje onder de maat gebleven.' Goormachtigh, uiteindelijk zelfs nog winnares van de Papendal Award, doelt op haar eigen prestatie. Haar conclusie kan echter ook gelden voor nagenoeg álle andere sportieve verichtingen, afgelopen zaterdagmiddag. En laat dat vervelende 'een beetje' dan maar weg, ook.

Meer over