200 meter schoolslag

Arno Kamminga zwemt dwars door de pijngrens heen opnieuw naar zilver

Na zijn tweede plaats op de 100 meter schoolslag, finishte Arno Kamminga op de dubbele afstand ook als tweede. Een fraaie beloning voor zijn trainingsarbeid en onverzettelijkheid.

Arno Kamminga gaat uit zijn dak na zijn tweede zilveren medaille, nu op de 200 meter schoolslag.  Beeld Klaas Jan van der Weij
Arno Kamminga gaat uit zijn dak na zijn tweede zilveren medaille, nu op de 200 meter schoolslag.Beeld Klaas Jan van der Weij

Zwemmen, zegt Mark Faber, de eminente coach van Arno Kamminga deze glorieuze ochtend in broeierig Toko, ‘zwemmen gaat over potjes winnen, van Dordrecht tot Tokio. En niet over pr’s, over persoonlijke records aanscherpen’.

In die competitieve sfeer, alles voor het resultaat, leidde Faber de leergierige Arno Kamminga op tot de winnaar – geen geboren winnaar – die bij zijn olympische doop nog tevreden moest zijn met tweemaal zilver. Na de tweede plaats op de 100 meter schoolslag van maandag realiseerde de 25-jarige zwemmer dezelfde uitslag op de loodzware 200 meter schoolslag.

De tijd, 2.07,01, juist boven het persoonlijke en Nederlands record (2.06,85) van Kamminga, was donderdag in de finale van de 200 school van ondergeschikt belang. Het ging deze ochtend, in dat enorme stadion, om tactiek. Hoe diende de concurrentie uitgeschakeld te worden? Hoe hard moest welke baan?

Start onder wereldrecord

Een baan staat voor 50 meter. Kamminga koos ervoor keihard af te gaan. Tot 150 meter zwom hij onder het wereldrecord. ‘Mijn eerste 100 in 1 blank (1.00,01, JV) was de hardste ooit’, sprak de zwemmer zelf.

Het was allemaal bedoeld om de Rus Anton Tsjoepkov, de Europees kampioen van mei in Boedapest, kapot te maken. Dat lukte met die aanpak, maar ‘de pot’ werd gewonnen door de 22-jarige Australiër Izaac Stubblety-Cook. Hij had nog brandstof over, voor een eindsprint van jewelste. Zijn tactiek was nog uitgekookter dan die van Kamminga. Uiteindelijk gaat het ook inhoud. Wie die wil aanspreken moet onbarmhartig voor zichzelf kunnen zijn.

Want na de P’s van pot en pr was er donderdag de beslissende P van pijn. Wie kan het meest de pijn verdragen van een race, waarin het lichaam volkomen wordt uitgewoond?

Zeldzaam zwaar nummer

Tweehonderd meter vol doorhalen, na een seconde of 25 in de verzuring raken, dat is zwaarder dan 1.500 meter schaatsen, de afstand van de bloedsmaak in de mond. Ook verder dan de 800 meter uit het atletiekprogramma, een heftig nummer, met een eindschot.

Kamminga beschreef donderdag, met die enorme smile van hem, nog eens de pijn. Die hij op dat moment, kort voor de huldiging, opeens niet meer voelde.

De laatste twintig meter van het 200-nummer brandden zijn longen als nooit tevoren. Het was, zei hij, alsof er messen in al zijn spieren werden gestoken. Het zal hem zwart en rood voor ogen zijn geweest. ‘Of je in de fik staat, zo omschreef hij de fysieke ervaring over het loodzware nummer, waarbij de armen ongenadig op hun donder krijgen.

De pijn moet genegeerd worden. Wie zich laat afleiden, is weg. De handen moeten telkens goed door het water gehaald worden. De stuwvlakken niet verwaarloosd. ‘Want een of twee fouten op zo’n 200 meter en je bent laatste van die acht zwemmers in zo’n finale. Zo dicht ligt dit alles bij elkaar’, was de verklaring van de Katwijker Kamminga.

Allrounder

Hij benoemde zichzelf tot de allrounder. Zijn coach legde het nog eens uit. Er zijn schoolslagzwemmers, als de Brit Adam Peaty, die de 100 meter aankunnen. Het is rukken en rammen om zo hard mogelijk te gaan. De Peaty-stijl, haast opdrukken uit het water, is door niemand langer dan 50 meter vol te houden, behalve door de Brit zelf.

Dan zijn er de pure 200-zwemmers, de mannen van het duurvermogen. Faber: ‘Deze Australiër die hier wint werd kan niet eens onder de minuut zwemmen op de 100 (24e in 1.00,05, JV). Hij heeft twee dagen rust gehad, voor de drie beurten van de 200 aanbraken.’

Kamminga zwom zes dagen op rij. Hij heeft beide stijlen onder de knie en vergelijkt zich graag met de schoolslaglegende uit Japan, Kosuke Kitajima. Die was in 2004 (Athene) en 2008 (Peking) dubbelkampioen, meester van beide afstanden. Daarna lukte niemand dat meer. Tot 2021. Kamminga, met zijn dubbele zilver, is dertien jaar later een trede lager in diens Japanse voetsporen getreden. De kenners weten hoe knap dat is.

Laatbloeier gaat door

De zwemmer, een laatbloeier die in 2016 in handen kwam van de zorgzame coach Mark Faber, heeft grote plannen voor de toekomst. Hij heeft groot vertrouwen dat hij nog beter kan worden. Het niveau van 2021 is zeker niet zijn plafond. Met hard trainen denkt hij nog verder te komen. Zorgen dat zilver goud wordt, in Parijs 2024.

Als vooraankondiging daarvan heeft hij zijn eigen houding, zijn zelfverzekerdheid gecultiveerd. ‘Rondlopen als een winnaar. Zwemmen als een winnaar. Anders ga je nooit winnen’, is zijn methode. Zo schetst hij de pot van goud die hij aan de horizon vermoedt.

Meer over