Olympische SpelenZevenkamp

Anouk Vetter sluit donkere periode af met zilver op de meerkamp

Anouk Vetter en Emma Oosterwegel hebben zilver en brons veroverd op de zevenkamp. Vetter deed dat in een Nederlands record van 6.689 punten, Oosterwegel noteerde met 6.590 punten een persoonlijk record

Anouk Vetter gaat voorop. Zij won zilver op de meerkamp. Emma Oostwegel verraste met een bronzen medaille.
Foto: Klaas Jan van der Weij Beeld Klaas Jan van der Weij
Anouk Vetter gaat voorop. Zij won zilver op de meerkamp. Emma Oostwegel verraste met een bronzen medaille.Foto: Klaas Jan van der WeijBeeld Klaas Jan van der Weij

Wist vader en atletiekcoach Ronald Vetter al begin mei op de Ter Specke Bokaal in Lisse hoe het zat met zijn dochter, zevenkamper Anouk? Op de vraag hoe ze ervoor stond, antwoordde hij, staande in de stromende regen, met een kort knikje. ‘Goed. Goed.’ Vooral de blik was veelbetekenend. Reken maar op iets moois, verderop in het seizoen. Enkele weken later stelde ze deelname aan de Olympische Spelen veilig.

Maar of vader Vetter dit had voorzien, na een lange periode waarin de 28-jarige Amsterdamse alle plezier in de sport was kwijtgeraakt? Donderdagavond loopt ze in het olympisch stadion van Tokio met de Nederlandse vlag om de schouders om te vieren dat ze zojuist de zilveren medaille heeft veiliggesteld. Pas in de laatste fase van de meerkamp moet ze buigen voor de Belgische titelverdediger Nafissatou Thiam.

En had coach Vetter ook hierop durven hopen? Naast haar, ook gehuld in het rood-wit-blauw, loopt Emma Oosterwegel uit Diepenveen, 23 jaar, debutant, trainingsmaatje van Vetter en meteen winnaar van de bronzen medaille. Op de afsluitende 800 meter stuift ze naar de tweede plaats om over de Amerikaanse Kendell Williams te wippen, dan derde in de totaalrangschikking.

‘Dit is bizar’

Achter haar komt Vetter over de finish, als een na laatste, molenwiekend om haar evenwicht te bewaren. De twee volle ronden zijn haar normaal gezien een gruwel, maar nu, met een medaille in zicht, is het voorbij voordat ze er erg in heeft. Ze komt uit op een Nederlands record van 6.689 punten. Het duurt even voordat ze het zilver beseft. Samen met Oosterwegel zit ze op de baan. Ze zegt alleen maar: ‘Wat is er gebeurd? Wat is er gebeurd. Dit is bizar.’ Nooit eerder stonden Nederlandse meerkampers op een olympisch podium. Nu staan er twee.

Pas als Vetter haar vader op de tribune ziet, komen de tranen. Die zijn er niet zomaar. De Europees kampioen van 2016 en de bronzen medaillewinnaar op de WK in Londen (2017) kampte met mentale problemen. Het leidde twee jaar geleden op de WK in Doha tot een dramatische opgave, met alleen nog de 800 meter te gaan. Ze kon naar eigen zeggen niets meer. Verlamd, onzeker, alles beu. Het was de neutrale opstelling van haar vader die haar de durf gaf verstek te laten gaan. Hij zei: wat je ook gaat doen, ik ben je vader en ben supertrots op je.

Gebukt onder haar ambities

Ze ging, vertelde ze later, gebukt onder haar eigen ambities. Het was nooit goed genoeg. Ze was te kritisch op zichzelf geweest. Het verblijf op Papendal, waar ze al vanaf haar 17de woont, vond ze benauwend. Ze ging eerst in haar eentje op vakantie, surfen in Sri Lanka, waar niemand haar kende, zocht daarna contact met een sportpsycholoog en besloot vervolgens terug te gaan naar Amsterdam.

Direct na afloop van de 800 meter realiseert Emma Oostwegel zich dat zij brons heeft op de zevenkamp, Anouk Vetter pakt het zilver. Beeld Klaas Jan van der Weij
Direct na afloop van de 800 meter realiseert Emma Oostwegel zich dat zij brons heeft op de zevenkamp, Anouk Vetter pakt het zilver.Beeld Klaas Jan van der Weij

Wat haar weer op de weg terug bracht, was de ontdekking dat welbevinden, familie en vrienden het allerbelangrijkst zijn. Pas als dat op orde is, kun je je optimaal presteren. Ze sloot weer aan bij de trainingsgroep op Papendal. Ze richt zich in haar sport nu vooral op de technische uitvoering. Dat is gezonder dan alleen maar de allerbeste te willen zijn. Voorheen was ze tijdens de wedstrijd vooral bezig met het eindresultaat. Dan graaf je je eigen valkuil. Nu, zegt ze in de kelder van het stadion, met de vlag nog om, dat ze de sport weer beleeft. ‘Ik grap wel eens: dit wordt mijn tweede carrière.’

Sterke eerste dag

Vetter liet al op de eerste dag in Tokio zien dat de vorm er was. Na vier onderdelen stond ze op de eerste plaats. Ze liep op de 100 meter horden 13,09, een persoonlijk record. Het hoogspringen sloot ze af op 1,80 meter, één centimeter onder haar beste prestatie. De kogel stootte ze naar 15,29 meter, de 200 meter raffelde ze af in 23,81.

Bijkomend voordeel was dat Thiam wat aan het worstelen was. Die verprutste haar 200 meter en presteerde op kogelstoten ondermaats. Ze zag een belangrijke concurrent zelfs helemaal wegvallen. De Britse Katarina Johnson-Thompson, regerend wereldkampioen, blesseerde zich op de 200 meter aan de kuit en strompelde de baan af.

Donderdag verspeelt Vetter dan toch de leiding aan Thiam, vooral door matig speerwerpen, een van haar sterkste troeven; ze is de dochter van tweevoudig nationaal kampioen Gerda Blokziel. Ze komt tot 51,20 meter, ver onder haar pr. Uit frustratie slaat ze de armen in het luchtledige. Dit was waardeloos. De Belgische gooit 54,68. Die heeft dan een veilige marge van 4,5 seconden op de 800 meter. Ze komt nog voor Vetter over de streep.

Er gaat altijd wel iets mis

De winnaar van het zilver: ‘Ik heb het met het speerwerpen wel laten liggen, ja. Maar het was op dat moment wel wat erin zat. Het was geen perfecte wedstrijd, maar, hé, dit is een meerkamp. Daar gaat altijd ergens wel eens iets mis.’

Nee, aan goud heeft ze niet gedacht. ‘Ik onderschat mezelf niet, maar mijn concurrenten ook niet. Ik ben wel tegen Nafissatou aan het strijden.’ Er was wel stress geweest, een medaille was na dag één zo dichtbij. ‘Ik dacht: hou het koppie erbij. Let op je techniek. Dat zie ik op de beelden als ik terugkijk. Ik zit zo in mijn eigen bubbel. Ik wilde gewoon die fucking olympische medaille. Als je een boek wil schrijven, is dit het happy end.’

Oosterwegel, zevende op de WK in Doha, had geen rekening met een medaille gehouden. ‘Ik wist dat ik fit was. Dat het er op elk onderdeel uitkomt, is bijzonder.’ Het begon te kriebelen na de eerste dag. Ze stond toen 11de, terwijl een 20ste plek voor haar gebruikelijk is. ‘Toen dacht ik: er kan iets moois gebeuren. En dat is gelukt.’

Wat vader en dochter Vetter tegen elkaar zeiden, tijdens die omhelzing op de tribune? ‘Niet veel eigenlijk. Ik geloof dat hij zei: o meid, ben je zo blij?’ Alsof hij uitgerekend dit toch niet had zien aankomen.

Meer over