Amsterdam voorheen wielerstad

De ronde van Italië start zaterdag in Amsterdam. Maar een wielerstad is Amsterdam niet meer...

Ronde van de Orteliusstraat, Ronde van de Kinkerstraat, Ronde van de Dapperstraat, Ronde van de Markthallen, Ronde van de Lindengracht.

Onafhankelijk van elkaar dreunen Piet van Heusden en Joop Middelink de criteriums op, die tot halverwege de jaren zestig in Amsterdam werden verreden. Van Heusden: ‘Het waren er bij elkaar wel zo’n dertig of veertig per jaar. Dat kon ook gemakkelijk, want er stond in elke straat niet meer dan één auto. Kom daar nu nog eens om.’

De nu 80-jarige Van Heusden, die in 1952 wereldkampioen achtervolging op de baan werd, was zelf een van de deelnemers. ‘Ik had eerst gevoetbald en gekorfbald, maar dat was niets voor mij. Ik was geen type voor een teamsport. Holde ik de benen uit mijn lijf, stond een ander te lummelen. Toen heb ik zelf maar een fietsje in elkaar gezet.’

Wielrennen was in de jaren vijftig een volkssport die kon wedijveren met voetbal, ook in Amsterdam. Van Piet Dickentman, Hein ‘Tarzan’ van Breenen, Henk Faanhof, Jan Derksen tot Peter Post was de hoofdstad een belangrijke leverancier van talent.

Piet van Heusden: ‘Er was in die tijd niet veel te beleven en het wielrennen bood een hoop spektakel. Het Olympisch Stadion zat voor alle wedstrijden afgeladen vol.’ Die straatraces waren daarvan een soort afgeleide. ‘Anders dan de grote wegwedstrijden was het goed te volgen. Later, toen de televisie opkwam, was het afgelopen met die rondjes.’

Van Heusden volgde altijd dezelfde tactiek. In het begin probeerde hij wat prijzen te pakken en hield zich daarna een tijdje koest om weer energie te hebben voor een gooi naar de eindzege. ‘Je had in al die straten ook nog een hoop winkels en die vulden de prijzenpot wel.’

Voorbij die tijd van autovrije straten en gulle middenstanders.

Joop Middelink zag van de week een reportage op de lokale televisie waarin de winkeliers in de Vijzelstraat werd gevraagd naar hun verwachtingen van de aanstaande doorkomst van de Ronde van Italië. ‘Er waren er twee die het wel aardig vonden omdat familie uit de provincie langs kwamen om te kijken. De rest liep alleen maar te zeiken.’

Om zijn nek bungelen twee gouden kettinkjes met een racefietsje eraan. Joop Middelink is voorzitter van wielerclub Olympia, onder veel meer. Nu is het bestuur compleet, maar hij heeft er als manusje van alles altijd een hoop bijgeklust. Pdg noemen ze hem binnen de club: president-directeur-generaal.

Olympia is met zijn 111 jaar de oudste wielerclub van Nederland en was tot aan de jaren zeventig ook de grootste. Op het bord met ereleden achter de bar staan de bekende namen, de meeste met een kruisje erachter.

In de ene hoek van de kantine hangt de racefiets waarop Piet Dickentman, de eerste Nederlandse profstayer van wereldklasse, wereldkampioen werd in 1903. Aan de andere kant hangt een foto van de ploeg die Olympia in 1981 het clubkampioenschap bezorgde. Michel Cornelisse, de laatste Amsterdamse renner van naam, was een van de coureurs.

Naast de bar hangt, in brons gegoten, de karakteristieke kop van Joop Middelink senior. Hij was in 1955 de drijvende kracht achter de heroprichting van Olympia’s Tour, de belangrijkste rittenkoers voor amateurs.

Vroeger behoorde die ronde tot de hoofdstedelijke paradepaarden, waarvoor vroeger het startschot werd gelost op het Rembrandtplein. Middelink junior lacht schamper bij de herinnering.

Nog meer naam maakte zijn vader als de wielercoach die in de jaren zestig en zeventig een reeks van wereldkampioenen afleverde. ‘Ze werden van ver buiten de stad lid van Olympia, omdat ze dachten dat mijn vader wel een kampioen van ze kon maken.’

Joop junior werd dus groot met wielrennen en hij zal de sport nooit ontrouw worden, maar de liefde komt wel steeds meer van één kant. Het is moeilijk de club draaiende te houden en Amsterdamse kinderen warm te maken voor wielrennen. Dat heeft te maken, het spijt hem dat te zeggen, met andere culturen, waar doorzettingsvermogen te wensen over laat.

Voor het gebouw wapperen de roze vlaggen die verwijzen naar de Ronde van Italië. Op de wielerbaan begeleiden clubleden de scholieren die in een gemeentelijk programma kennismaken met wielrennen. Middelink vindt het een mooi initiatief, maar verwacht er weinig van. ‘Ze komen wel, ze blijven niet.’

Zo kijken Piet van Heusden en hij ook aan tegen het binnenhalen van de Ronde van Italië. Mooi dat het gebeurt, maar het gaat vooral om het spektakel dat Amsterdam in huis heeft gehaald. Het is zeker geen eerbetoon aan een wielerstad, want die bestaat niet meer.

Meer over