Sport in de VS

Amerikaanse kampioensploegen weten weg naar Witte Huis weer te vinden

Vanuit New York belicht Koen van der Velden wekelijks ontwikkelingen in de Amerikaanse sport. Vandaag: Giannis Antetokounmpo en Milwaukee Bucks krijgen pluim van president Biden.

Koen Van Der Velden
Giannis Antetokounmpo richt zich vorige week woensdag tot president Joe Biden bij het bezoek van Milwaukee Bucks aan het Witte Huis.  Beeld EPA
Giannis Antetokounmpo richt zich vorige week woensdag tot president Joe Biden bij het bezoek van Milwaukee Bucks aan het Witte Huis.Beeld EPA

Voor het eerst sinds 2016 meldde een kampioen uit de Amerikaanse basketbalcompetitie NBA zich afgelopen week bij het Witte Huis. De eer was aan Milwaukee Bucks, dat de traditie voortzette na een jarenlange onderbreking tijdens het presidentschap van Donald Trump.

Diens opvolger, Joe Biden, kreeg een Bucksshirtje overhandigd met daarop het rugnummer 46, verwijzend naar zijn status als 46ste president. Basketballers maakten selfies op de South Lawn, sterspeler Giannis Antetokounmpo stond stil bij zijn onwaarschijnlijke pad naar de top, van een Griekse achterstandswijk naar op de koffie met de president van de Verenigde Staten. Wie weet zou hij in 2024 zelf een gooi doen naar het Witte Huis, grapte Antetokounmpo.

Biden prees de de onverzettelijkheid van de kampioen, maar vooral de voortrekkersrol die de spelers van de Bucks op maatschappelijk vlak hadden gespeeld. Toen de zwarte Jacob Blake in augustus van 2020 door een politieagent werd neergeschoten in Kenosha, in de buurt van Milwaukee, leidden de Bucks een staking onder spelers van de NBA. Ook voerde de club een vaccinatiecampagne. Biden had gezien hoe ‘een team niet alleen met winnen het goede voorbeeld kan geven’.

Knielen bij het volkslied

Het was diezelfde maatschappelijke betrokkenheid die de kampioenen uit de competitie de voorgaande jaren had weggehouden bij het Witte Huis. In 2017 had Golden State Warriors als eerste de kans om langs te gaan bij de nieuwe president, Donald Trump. Die voerde op dat moment oorlog met zwarte spelers uit American footballcompetitie NFL, die uit onvrede over racisme en politiegeweld knielden tijdens het volkslied. Volgens Trump moesten ze worden ontslagen. De Warriors luisterden.

Nog voor ze officieel waren uitgenodigd, verklaarden aanvoerder Stephen Curry en de zijnen geen zin te hebben in een bezoek aan het Witte Huis, tenminste, niet zolang Trump de ambtswoning betrok. Ze waren toch al niet welkom, reageerde die snel. Een jaar later ging Golden State, opnieuw kampioen, bij een bezoek aan Washington DC met een groep kinderen naar een museum voor Afro-Amerikaanse geschiedenis en cultuur.

Ook opvolger Toronto Raptors besloot niet te gaan. ‘Een hard nee,’ verwoordde schutter Danny Green het sentiment in de spelersgroep. Los Angeles Lakers vond eerder dit jaar, na de verkiezing van Biden, geen tijd voor een bezoek aan het Witte Huis. Bovendien bemoeilijkte het coronavirus de zaak.

Op bezoek bij de president

Kampioenen uit de andere grote competities gingen de afgelopen jaren wel op audiëntie bij Trump, al besloten sommige spelers thuis te blijven. NFL-kampioen New England Patriots kwam langs – tot teleurstelling van Trump zonder zijn oude vriend Tom Brady –, net als honkbalkampioenen Houston Astros en Washington Nationals en de ijshockeyers van Pittsburgh Penguins en Washington Capitals.

Bij een bezoek van het American footballteam van de universiteit van Clemson, schotelde Trump de jonge sporters een tafel vol hamburgers van een fastfoodketen voor.

De traditie van het onthalen van sportploegen zou ontstaan zijn in het jaar 1865, toen president Andrew Johnson de amateurhonkballers van Brooklyn Atlantics en Washington Nationals ontving. In 1925 meldde honkbalclub Washington Senators zich als eerste kampioen bij het Witte Huis, toen bewoond door president Calvin Coolidge.

Boston Celtics ging in 1963 als eerste NBA-kampioen naar het Witte Huis. Voor een rondleiding, was de bedoeling, tot John F. Kennedy, opgegroeid in de staat Massachusetts, zich aan de spelersgroep kwam voorstellen. American footballkampioenen gaan sinds 1980 naar het Witte Huis, de ijshockeyers uit de NHL volgden in 1991, tijdens het presidentschap van George H. W. Bush.

Emmer popcorn

Het was Ronald Reagan die in de jaren tachtig de visite van sportkampioenen een jaarlijks terugkerend fenomeen maakte. Ook zette hij de toon voor een luchtige bijeenkomst. Reagan gooide soms zelf een balletje mee en kreeg in 1987 een emmer popcorn van New York Giants-speler Harry Carson over zijn hoofd gegooid.

Barack Obama stond erom bekend om individuele spelers de maat te nemen. ‘Ik wil in het bijzonder het shirt van J.R. Smith welkom heten,’ grapte hij over de basketballer van Cleveland Cavaliers, die het kampioenschap van 2016 grotendeels met ontbloot bovenlijf vierde. Voor het bezoek aan het Witte Huis had hij een uitzondering gemaakt.

Ook vóór het presidentschap van Trump lieten sporters verstek gaan, al waren het nooit complete ploegen. Vooral grote namen kwamen niet altijd opdagen, simpelweg omdat ze wat beters te doen hadden.

Brady liet ook een uitnodiging van Obama links liggen, omdat hij tijd met zijn familie wilde doorbrengen. Larry Bird, het gezicht van Boston Celtics, liet in 1984 een boodschap achter voor Reagan: ‘Als de president me wil zien, weet hij waar hij me kan vinden.’ Toen Chicago Bulls in 1991 het Witte Huis bezocht, schitterde Michael Jordan door afwezigheid. De sterbasketballer ging liever een potje golfen.

Meer over