Alweer geflopte Spelen voor hockeyers

Als verdoofd stond bondscoach Max Caldas op het veld in Deodoro, een grauwe buitenwijk van Rio die zo illustratief bleek voor de status van het Nederlandse mannenhockey. De vierde plaats na de verloren serie shoot-outs tegen Duitsland voelde als een dolk in zijn rug. Caldas heeft zijn temperament en winnaarsmentaliteit niet weten over te brengen op een netniet generatie.

Robert Misset
Sander de Wijn gooit zijn stick weg na de nederlaag tegen Duitsland Beeld anp
Sander de Wijn gooit zijn stick weg na de nederlaag tegen DuitslandBeeld anp

De dreun na de uitschakeling door België in de halve finale galmde na in de strijd om het brons met aartsrivaal Duitsland, dat door Argentinië was vernederd. Het was een wonder dat het Nederlandse team met 1-1 de shoot-outs haalde, want Duitsland was superieur en miste maar liefst zes strafcorners. Het hoogtepunt werd verzorgd door de net 18-jarige Jorrit Croon.

Zijn schitterende treffer was een ode aan de jeugd. De shoot-outs waren illustratief voor een ploeg, die veel te zelden het beste in zichzelf naar boven bracht. Bakker dacht in de rebound te scoren, maar videobeelden bewezen dat hij de marge van acht seconden had overschreden. De Wijn kwam op de lijst te staan, toen een teamgenoot paste voor het naspel. Hij leek bij een 4-3 achterstand met een zak aardappelen op zijn rug naar keeper Jacobi te wandelen.

Lijdzaam toekijken

Twijfel, twijfel, niet durven, aarzelen en wachten op een vleugje magie dat niet kwam: met acht seconden lijdzaamheid typeerde de anders zo stoere verdediger De Wijn zijn toernooi. En wat zei keeper Stockmann nadat hij geen enkele shoot-out van Duitsland had kunnen stoppen? 'We hebben er wel op getraind, maar niet genoeg.' Het grootste manco van de hockeyers is dat ze weigeren in de spiegel te kijken.

Mirco Pruyser ging als de topschutter van de hoofdklasse naar Rio, maar bleef bij de Spelen op één goaltje steken. Hij had als enige een gelijkwaardig Nederlands team gezien tegen Duitsland. Met terugwerkende kracht zag voormalig bondscoach Paul van Ass, die in de spits van Amsterdam geen international zag, zijn gelijk bevestigd. Typerend was de reactie van aanvoerder Van der Horst na de afgang tegen België. 'Dit is niet representatief voor onze ontwikkeling.'

Brons deed er niet meer toe

Het tegendeel was waar. De ploeg had zich rijk gerekend na de galavoorstelling tegen Australië, maar het verval tegen België en donderdag tegen Duitsland was veel te groot. Tophockeyers bleken toch weer lifestyle sporters, toen het er echt om ging. Ze hadden België onderschat en konden zichzelf niet pijnigen om alsnog met brons naar huis te gaan. Die trend heeft Caldas niet kunnen keren. In zijn hart moet hij vooral de namaak-vedetten van zijn team hebben vervloekt.

Ze zijn vooral in naam dragende spelers, maar waren onzichtbaar toen het in Rio om de medailles ging. Huilend nam Mo Fürste, het Duitse hockeyicoon, afscheid met brons. Zijn passie in zijn laatste kraker tegen Nederland was ongekend. Van der Horst stopt als international in de wetenschap dat hij voor een hockeyer met zijn allure veel te weinig heeft gewonnen. De libero zakte in Rio door de ondergrens, toen hij moest opstaan en was een pseudo-leider in crisistijd.

Bob de Voogd baalt Beeld ap
Bob de Voogd baaltBeeld ap

Caldas

Ook de reputatie van coach Caldas als kampioenenmaker liep een flinke deuk op. Hoewel het deelnemersveld in Rio sterker was dan vier jaar geleden in Londen voelt de duikeling van zilver naar niets als een aardschok. Nederland is weer net zo ver als in Peking 2008, toen aanvoerder Jeroen Delmee de falende hockeyers als `een stel klootzakken' typeerde.

Caldas zal in Rio binnensmonds hebben gevloekt. 'Het zit dieper dan deze pijnlijke nederlaag', zei hij. 'Het is geen toeval dat Nederland al 16 jaar bijna niks gewonnen heeft. Mentale weerbaarheid laat zich lastig sturen.' Zijn bittere eindoordeel: 'Het kwam in Rio aan op het hoofd en het hart. Twee keer gaf de ploeg niet thuis.'

Caldas troost Sander de Wijn Beeld anp
Caldas troost Sander de WijnBeeld anp

Nederlandse hockey op de schop

Caldas pleitte voor een nieuwe revolutie om het Nederlandse hockey op de schop te nemen. Zelfgenoegzaamheid is al bijna twee decennia de grootste vijand. 'Er moet nog meer kapot worden gemaakt om daarna te gaan bouwen. Andere landen werken met fulltime programma's, wij houden vast aan een te lange competitie. De hoofdklasse moet uit acht of maximaal tien clubs bestaan, zodat er meer ruimte komt voor het Nederlandse team.

Zal dat de komende jaren gebeuren? Helaas niet.' Hoewel Caldas een contract heeft tot 2018 zegt hij ook op de Spelen van Tokio in 2020 bondscoach te zijn. Toch zal hem eerst een pittige evaluatie wachten van de geflopte Spelen in Rio. En de ware revolutie is toch hockeyers opleiden, die zich ook onder druk manifesteren als winnaars.

Meer over