ColumnWillem Vissers

Alsof de sportliefhebbende mensheid opnieuw is geboren na corona

null Beeld

Alleen al die duizenden ogen vol geluk verhieven het sportweekend tot dagen om te koesteren. Alsof het leven zijn officiële heropening beleefde. Alsof de druk van het soms claustrofobisch strak zittende korset in één keer was verdwenen. Adem uit.

Al die mondkapjesloze gezichten, met hun ontsluierde lach. De drommen, de bijna dierlijke gezangen, de ongecontroleerde emoties in de stadions. Het was alsof de sportliefhebbende mensheid opnieuw was geboren na corona, of de pandemie nu al voorbij is of niet. De stadions waren voor het eerst helemaal vol in Nederland en eigenlijk draagt niemand nog een mondkapje. In Belgisch Brabant, in en nabij historisch Leuven, bezocht een onwaarschijnlijke massa de hoogmis van het WK wielrennen, om Julian Alaphilippe uiteindelijk oppermachtig te zien zijn, waar was gerekend op Wout van Aert.

Overal stonden ze en hingen ze rond bij het wielrennen, de mensen, in die schitterende omgeving van de studentenstad, met de botanische tuin, heuvels met illustere namen als Wijnpers of Sint-Antoniusberg. Het was een bevrijdingsdag. Ze stonden op de trappen voor de basiliek, om in elk geval iets te zien. Sommigen maanden Alaphilippe rustig aan te doen, want de Belgen lagen achter. Eén onverlaat gooide pils, op het laatste stukje. Alaphilippe keek even om. Zo van, wat doe jij?

Ja, ze gooien veel met bier in de stadions en dat is vervelend. Het is ook ontlading. Ik heb veel beelden nauwkeurig bekeken. Vooral achter de doelen staan duizenden jongens. Witte koppies. Veel studenten vermoedelijk, die anderhalf jaar opgehokt zaten. Geen dansclub bezocht. Hier, in het stadion, dansen ze in de openlucht en omhelzen ze elkaar na een doelpunt, al is dat misschien nog onverstandig.

Zie al die wapperende handen tegelijk in de zon, bij Willem II, als wuivend riet, nadat de zege op PSV gestalte heeft gekregen. Of de ontlading in Rotterdam bij Feyenoord na de late omkering tegen NEC. Of gewoon de vrolijkheid van duizenden in het derde shirt van Ajax, met de drie kleine vogels uit de song van Bob Marley die eindelijk vrijuit mogen vliegen.

Het hart van mijn jongste zoon huppelde omdat we vrijdag naar Telstar gingen. Het was op de laatste avond voor de versoepeling, maar wel met Louis van Gaal eenmalig en winnend op de bank, met daarna een kolderieke veiling waar Van Gaals trainingspak voor één dag 3.700 euro opleverde voor een goed doel. Duizenden euro’s voor een paar kaartjes voor Nederland - Noorwegen, een wedstrijd in november. Het is alsof alle remmen los zijn, alsof het leven weer tastbaar is. ‘Wat een avond’, zei de jongen toen we thuis waren.

Al die mensen op de fiets, op weg naar de stadions. Met hun shirtje. Korte mouwen in het zomerweer. Ontmoetingen op de omlopen. Geen anderhalve meter afstand meer. Geen gedoe. Zo soepel als de rijen krimpen om binnen te komen, in de geoliede machine van het voetbal. QR-code? Geen probleem. Ze staan graag in de rij, want ze mogen naar hun club, met zijn allen tegelijk nota bene. Pilsje drinken. Juichen. Schelden. De sport was een metafoor voor hervonden levenslust.

Meer over