Als wervelwind de Franse slag te lijf

Al in het eerste gesprek met manager Eric Boyer liet Vincent Villerius er geen misverstand over bestaan. ‘Ik kom alleen onder mijn voorwaarden’, zei de bewegingswetenschapper na het aanbod om voor de Franse wielerploeg Cofidis te komen werken....

Van onze verslaggever Mark Misérus

Het was gewaagd, zegt hij er driekwart jaar later over. ‘Maar ik meende het wel, want ik weiger half werk te leveren. En zie: ik heb carte blanche gekregen.’

Als een wervelwind trok Villerius (32) door de geledingen van de profformatie. Vrijwel nooit kreeg hij nee te horen van Boyer, die onder de indruk was geraakt van het werk dat de wielertrainer bij de Franse federatie had verricht. De Nederlander was er binnengehaald door Frédéric Grappe, algemeen beschouwd als de trainingsexpert van het Franse wielrennen.

Omdat in het Nederlandse wielrennen geen plaats voor hem was, week Villerius voor zijn afstuderen uit naar de Franse bond. De taal was geen probleem voor de zoon van een Franse moeder.

Bij de FFC bood hij renners sportwetenschappelijke ondersteuning. Hij nam tests af, analyseerde lichamelijke vermogens en adviseerde trainingsschema’s aan renners en bondscoaches van alle leeftijdsklassen. Zijn naam als ‘vermogensspecialist’ snelde hem vooruit bij de lezingen die hij gaf voor zalen vol Franse wielerexperts.

Villerius noemt zichzelf een freak. Na de middelbare school wist hij al wat zijn roeping was. Hij studeerde landmeetkunde om een diploma te halen, maar was daarna tijdens zijn studie bewegingswetenschappen elk vrij uur in de faculteitsbibliotheek te vinden. Hij beschikt over een collectie van 2500 wetenschappelijke artikelen en liep alle congressen af die met het onderwerp te maken hadden. ‘Ik weet precies wat is onderzocht over trainingsleer in de sport.’

De renners van Cofidis hebben inmiddels al kennisgemaakt met de methode-Villerius, zegt de bedenker, niet zonder trots. Speerpunt zijn de ‘kwalitatieve trainingen’, die de aloude opvatting van het ‘uren maken om het uren maken’ van tafel vegen. ‘Twee keer per dag kort en intensief trainen is veel beter dan uren achter elkaar op de fiets zitten en een beetje omhoog rijden.’

Nog steeds ziet hij met lede ogen aan dat renners te weinig tijd nemen om te herstellen van hun inspanningen. Tijdens het gesprek belt Tristan Valentin. De Fransman blijkt op de hometrainer te zitten, terwijl hij had gezegd zich niet lekker te voelen. ‘Alsof dat op die manier verandert’, zegt Villerius als hij heeft neergelegd.

Hij vindt het niet toevallig dat hij als een revolutionair wordt gezien in het peloton. Volgens hem wordt het wielrennen nog steeds geregeerd door archaïsche gebruiken en wetten die in andere sporten allang door de moderne technologie zijn achterhaald.

De nieuwste trainingshulpmiddelen worden volgens hem door veel ploegen verwaarloosd. ‘Iedereen doet maar wat. Caisse d’Epargne is amateuristisch, maar bij CSC klopt er ook weinig van. Riis leidt de ploeg en doet ook de analyses van de SRM-systemen waarmee de renners fietsen. Daar kan hij helemaal geen tijd voor hebben als hij alles even goed wil doen.’

Als de hoofdsponsor het contract met de ploeg verlengt, heeft de wetenschapper de volgende stap naar verdere professionalisering op trainingsgebied al bedacht. Na een mislukte poging moet aan de Côte d’Azur alsnog een trainingscentrum verrijzen van waaruit renners hun trainingen verrijden, zoals de Milram-ploeg van plan is in Dortmund.

Villerius heeft haast, maar kan niet anders dan geduld betrachten. Het doorvoeren van een grote omwenteling kost tijd, weet hij. De Zeeuw maakte het zichzelf daarom wat gemakkelijker door het vertrouwen van de renners te winnen in 1 op 1-gesprekken. Na vijf minuten zei de Belg Monfort al meer te weten gekomen te zijn over trainen dan hij in één jaar tijd van z’n vorige trainer had opgestoken.

De kunst is iedere renner op een andere manier te benaderen, zegt hij. De een wil dichter op de huid worden gezeten dan de ander. ‘Iemand als Bingen Fernandez is 35, die heeft al drie trainers gehad. Bij hem voeg ik een beetje toe. Meer hoeft ook niet, met zijn ervaring.’

Toch blijft hij van de ene verbazing in de andere vallen. Zo blijken renners nog steeds heilig te geloven in de ‘Saiz-methode’. ‘Die eten dus woensdag voor de koers niets, omdat ze denken dat dat helpt. Het zit allemaal tussen de oren. Na de koers vroeg ik aan een renner wat hij dronk. Bleek er nul procent koolhydraten in te zitten. Hij had nooit wat anders gedronken, zei hij. Dus volgens hem werkte het.’

Over de Franse slag is hij duidelijk. ‘Alle vooroordelen zijn waar. Adri van Diemen, de inspanningsfysioloog van Garmin-Chipotle, zei me dat hij respect voor me had omdat ik dit ben gaan doen. Hij wist ook al dat het niet gemakkelijk is met Fransen te werken.’

Meer over