Als het maar mooi is

Voordat Wim Jonk (30) profvoetballer werd bij Ajax, Internazionale en PSV, was hij huisschilder in Volendam. 's Ochtends om zes uur werd hij opgehaald, met zijn broodtrommel en thermosfles....

Niet uit ijdelheid, hij is Volendammer per slot van rekening en Volendammers krijgen de kans niet om ijdel te zijn, maar louter om zichzelf te gerieven, smeedde Wim Jonk de hoogtepunten uit zijn loopbaan samen op een videoband. 'Mooi bandje is het geworden.'

Jonk (30) zegt 'mooi bandje' zoals Volendammers dat plegen te zeggen en hij grijnst er tevreden bij.

In Volendam laat hij momenteel op een 'mooi stukkie grond' aan de buitenkant van het dorp een huis bouwen. Zijn talent is op bevredigende wijze ten gelde gemaakt, sinds vorig jaar is hij weer international en zondag wordt hij hoogstwaarschijnlijk, voor de tweede maal na 1990, maar voor de eerste keer als speler van PSV, kampioen van Nederland.

Twintig jaar geleden kreeg Wim Jonk, als hij had gescoord, een Mars van zijn opa en hoorde hij iedere dinsdagochtend zijn vader vertrekken, naar Zuid-Limburg, om in Beek vis te verkopen.

'Mijn vader wist wat hard werken was. Hij vertrok dinsdags vroeg naar Beek en kwam op zaterdag pas weer thuis. En op maandagmorgen moest hij dan al weer vis inkopen op de afslag in IJmuiden, om een uur of vijf. 's Middags bereidde hij het spul voor en de volgende dag reed hij vroeg weg.

'Mijn twee broers doen nu hetzelfde, Erik zit in Oldenzaal, Nico in Almere, met van die hele grote viskarren. Ik heb heel veel waardering voor ze, hoe ze op hun vakgebied proberen uit te blinken.

'Ik kan toevallig goed voetballen, en toevallig krijg ik meer geld voor wat ik doe dan zij. Maar ze zijn niet jaloers of zo, nee zeg. Ze zijn trots. Bovendien kunnen ze zelf ook verschrikkelijk goed voetballen.

'Ik heb ook de andere kant leren kennen. Ik ben vijf jaar lang schilder geweest, totdat ik naar Ajax ging. Werd ik 's ochtends om zes uur gehaald, broodtrommeltje en thermosflessie mee. Eerst schilderde ik veel nieuwbouw. Later mocht ik bij de woningbouwvereniging in Volendam werken, dat was makkelijker voor me. Dan was ik wat vroeger thuis en kon ik 's middags trainen.

'Ja, ik was een goede schilder. Kijk hem nou, zullen ze wel weer zeggen, maar het was wel zo.'

Nóg een bewijs van een geslaagde carrière: een elegant armbandje, aaneengeschakeld met plaatjes in de kleuren van Volendam, Ajax, het Nederlands elftal, Internazionale en PSV.

'Daar komt nog wel een plaatje met een ander kleurtje bij, denk ik.' Onlangs kwam hij met PSV een contract overeen tot 2000. Jonk is 33 jaar als de verbintenis afloopt.

Zijn liefde voor het voetbal, voor een bepááld soort voetbal, zal dan ongebroken zijn. 'Ik kijk heel veel dingen terug. En ik knutsel nog wel eens wat, dan zet ik op een videoband mooie acties en doelpunten achter elkaar, met een muziekje erbij.'

Van twintig banden met wedstrijden van John McEnroe maakte hij er één, is óók een mooi bandje geworden. 'Ik nam alles op van die goser. Ik vond het zo fantastisch mooi hoe hij speelde, die techniek, die kleine bewegingen.

'Ik herken er mezelf in. Zoals ik zaterdag tegen FC Utrecht dat balletje gaf op De Bilde, op zo'n moment heb ik ook die touch. Net McEnroe. Niet met kracht, maar met souplesse, stijlvol.

'Op het bandje van Jonk staan veel hoogtepunten, vanaf de tijd bij Volendam. Ook wel dieptepunten natuurlijk, maar toch vooral hoogtepunten. De mooie dingen hè. De band duurt wel een uur of twee.

'Een paar vrienden heb ik wel eens een stukje laten zien. Het is niet om op te scheppen. Ik vind het gewoon mooi. Als ik daar rustig zit in dat kleine hokkie, zit ik te genieten. Ja, Jonk geeft aan, Bergkamp scoort, zo één zit er ook bij. De goal van Ajax - Vitesse, op woensdagavond. Ik pass, hij neemt de bal in de lucht aan en schiet over de keeper. Schitterend.'

Tot het oeuvre van Jonk behoren ook de mislukte pogingen van Bergkamp en hem om Internazionale te hervormen en de wedstrijden bij PSV die hij, ondanks hoge verwachtingen, niet naar zijn hand kon zetten.

Niet zelden dissoneert zijn talent met zijn spel. 'Ach, zonder dieptepunten zouden hoogtepunten niet bestaan.'

- Waaraan ergert Wim Jonk zich als hij zichzelf op videobeelden in actie ziet?

Jonk: 'Tja, het verdedigen hè. Als ik mezelf soms zie verdedigen denk ik, verdomme, kan dat nou niet anders. Ik kan mezelf heel goed beoordelen, ik weet donders goed als ik iets fout doe.

'Heel vaak sta ik mijn man te dekken, maar hou ik tegelijkertijd in de gaten waar de bal is. Een echte verdediger blijft zijn man in het oog houden, ik niet. Ffffft, weg man. Dat weten ze hè, Jonk is kwetsbaar in de rug, hup, over hem heen en wegwezen.

'Het is heel moeilijk om dat te veranderen. Het zit in me. Ik ben soms te gefocust op het spel zelf. Ik probeer het wel op trainingen, maar ik blijf naar die bal kijken.

'Al duizend maal heb ik gehoord wat ik fout doe. Het zijn bekende kreten geworden. Dick Advocaat hoeft het niet meer tegen mij te zeggen. Ik weet hij hoe er over denkt, hij weet hoe ik er over denk.

'Ik ben een voetballer die altijd zijn eigen spel bewaakt. Bij Inter heb ik een tijdje mijn aard verloochend, toen sloeg ik door naar de andere kant. Ik ging rennen en draven. Ik kwam er gelukkig op tijd achter dat het slecht voor me was. Ik zat thuis, na een wedstrijd, en dacht: dit kan dus niet.

'Voor het elftal was ik dan wel waardevol geweest, maar ik kon er niet mee leven. Ik negeerde mijn eigen principes. Alles waar ik voor stond, vergat ik. Zo'n type speler ben ik nu eenmaal niet, van tackles en sprints moet ik het niet hebben.

'Ik kreeg na afloop te horen dat ik zo hard had gewerkt. Nou, op dat soort complimenten zit ik niet te wachten als voetballer. Hard gewerkt, tja. Ik wil winnen èn lekker voetballen.

'Het was niet verwonderlijk dat het me juist bij Inter overkwam. Iedereen liep daar maar tegen me aan te zeiken, we waren zó wisselvallig. Nooit zat er een constante lijn in, nooit een bepaald stramien. Altijd was het weer afwachten of het kwam, of niet. In de wedstrijd zelf moesten de spelers het maar uitzoeken, we waren nergens op voorbereid door de trainer.

'Ik wist dat Dick een totaal andere trainer was. Op het WK in Amerika leerde ik hem en zijn aanpak kennen. Ik wist hoe hij over voetbal dacht. Daarom heb ik ook voor PSV gekozen. Ik koos voor de trainer, en het toekomstperspectief. Ik had het plaatje in mijn hoofd en dacht meteen: hee, dat kan wel wat worden met PSV.

'Stukje bij beetje is het gaan kloppen. Vorig seizoen wonnen we de beker en bleven we heel dicht bij Ajax. Dit seizoen worden we kampioen. Met horten en stoten ja, dat wel.'

- Stan Valckx zei onlangs dat Nilis en jij de ploeg nog te weinig sturen, opjuinen.

'In de eerste helft van het seizoen speelde ik goed, en Luc ook. Ik begrijp wel wat Stan bedoelt hoor. Maar ik ben geen speler als Lerby die door te schoffelen en te schelden het vuur opstookt. Daar moet ik het niet van hebben, en Luc al helemaal niet.

'Ik doe het op mijn eigen manier. Ik scheld ook wel eens iemand verrot hoor. Vampeta bijvoorbeeld als hij zomaar weer eens een bal inlevert, met een pass dwars door het centrum. Dat kan niet. Dan moet je hem terechtwijzen. Maar hij doet het nog steeds hoor. Elke dag weer. Ongelofelijk, elke dag weer. Als hij het volgend seizoen in de Champions League zou doen, is het meteen gebeurd met ons.'

- PSV heeft lange tijd niet als een kampioen gespeeld en jij kon het niet veranderen.

'Bij ons is het zó afhankelijk van momenten. Het zit goed, of het zit niet goed. De balans is niet in orde. Te vaak zijn we niet stabiel en dat zie je terug in bepaalde fases in wedstrijden. Dan raken we de grip kwijt en is het elftal niet meer te besturen.

'Nee, nee, met een gebrek aan coaching van de spelers onderling heeft dat niets te maken. Er is maar één remedie: de posities goed bezet houden, staan waar je moet staan, lopen waar je moet lopen. Vantevoren wordt het duidelijk gezegd, iedereen is van de afspraken op de hoogte, maar soms kunnen spelers het niet meer opbrengen. En dat gaat het mis.'

- PSV stond bovenaan, maar dwong geen respect af.

'Ons spel heeft nu veel meer dreiging. Een tegenstander durfde meer tegen ons omdat ons spel bijna geen diepte had. Eén tegen één speelden ze soms zelfs, tja, dat kon toen. Maar als ze dat nu doen, slaan we meteen toe.

'Nilis en Eijkelkamp waren geblesseerd. Met Zenden en Marcello hadden we een statische voorhoede. En dan is het weinig hoor, twee aanvallers. Maar we hadden geen keus.

'We hebben een hele slechte periode gehad, maar het mooie, en het fijne was dat we wisten wat de oorzaak was. Er was weinig aan te doen. Door blessures vielen de automatismen weg en had ons spel geen diepte meer. De middenvelders bleven waar ze waren. Nu komen Cocu en Petrovic, en ik ook, weer voor de goal.

'Natuurlijk was het hier rumoerig en onrustig in die periode. Feyenoord bleef winnen, wij waren uit vorm en gingen twijfelen. We hadden een probleem. Net op tijd heeft PSV zich hersteld.

'Tja, De Bilde hè. Hij schiet ze er makkelijk in. Je moet hem wel wakker houden hoor, hij laat zó zijn man lopen. Marcello was ook zo'n type, Ronaldo ook. Maar die spelers geven veel terug, doelpunten. En De Bilde werkt er hard voor. Maar je moet hem wel aan de gang houden, anders vindt hij het na een uurtje wel goed.

'Ronaldo loerde op één moment, een sluipmoordenaar noemde ik hem altijd. Je wist: die komt nog wel een keer. Ik speelde goed met hem samen, hij ging de diepte in, daar hou ik van. Lekker dat balletje meegeven in zijn voeten, zo snel mogelijk.

'De Bilde trainde eerst alleen maar mee. In het begin kon je niet goed zien wat zijn kwaliteiten waren. Wel zag je dat hij graag wil scoren. Hup, actie maken, naar die goal. Toen de wedstrijden in zicht kwamen, werd hij scherper. Toen schoot hij ook op de trainingen elke bal er in.'

- Je kreeg veel kritiek na je weigering om in Bursa tegen Turkije de strafschop te nemen.

'Achteraf is het makkelijk praten. Ik had die penalty gewoon moeten nemen. Maar als ik me niet goed voel, doe ik het niet, daar ben ik makkelijk in. Ik had die ervaring al eerder, bij Ajax en Volendam. Ik voelde me niet goed, nam 'm en miste. Ik ken dat gevoel zo langzamerhand.

'Als ik een penalty moet nemen, moet ik het gevoel hebben dat de bal er in gaat. Voor Nilis geldt hetzelfde. Daarom hebben we hier de afspraak dat als de een zich niet prettig voelt, de ander 'm neemt.

'Dezelfde afspraak had ik in Turkije voor de wedstrijd met Frank de Boer gemaakt. Ik zei meteen tegen Frank: neem jij 'm maar. En dan gebeurt er zoiets en krijg ik alles en iedereen over me heen. Al dat gelul. Tja. Het leek wel een soap.

'De volgende penalty staat er los van. Als ik me dan wel goed voel, neem ik 'm gewoon. Een penalty is een penalty. Spelers die worden aangewezen, hebben een goede trap en ze durven het te doen. Bij mij is het geen kwestie van angst.

'Een paar dagen voor de wedstrijd tegen Turkije had ik er één gemist tegen Heerenveen. Dat speelt een rol. In je onderbewustzijn zit het, en als er later een penalty wordt toegekend, en je voelt je niet lekker, speelt dat op.

'Achteraf irriteerde het me enorm. Verdomme, dacht ik, verdomme, verdomme, wat je ben je toch een lul, een grote lul. Ik had een hekel aan mezelf.'

- Blijf jezelf, zei Toon Hermans ooit tegen je. Is dat gelukt?

'Jongen, er zijn al veel te veel nagemaakte mensen, zei hij ook. Als ik naar dat kassie kijk, de televisie, zie ik alleen maar nagemaakte mensen. Die spelen een spel, daar schuilt altijd wat achter. Dat kan ook komen door het wereldje waarin je zit, een wereld waarin je jezelf niet kán zijn. Probeer altijd jezelf te zijn, jongen, zei hij.

'Ik heb een enorme bewondering voor die man. Ik ben één keer bij hem thuis geweest, in Bosch en Duin. Een fotograaf kende hem goed en ik wilde heel graag een keer met hem praten. Daar voel ik me niet te groot voor; ik heb gewoon een hele grote bewondering voor Toon Hermans.

'Ik vond het leuk om met die man op de foto te gaan. Dan kan ik wel Wim Jonk zijn, maar dat maakt geen klote uit natuurlijk. Ook Wim Jonk bewondert mensen.

'Met zijn zoon was geregeld dat ik na de voorstelling wat met hem kon drinken en dan zou de foto worden gemaakt. Foto gemaakt, mislukt! Dat gebeurt! We hebben een tweede afspraak gemaakt en toen ben ik bij hem thuis geweest.

'Ik bewonder zijn kijk op de dingen, zijn visie. Hij doorgrondt het hè, en hij kan het prachtig verwoorden. En hij wil ook het beste, Toon is een enorme perfectionist. Hij kan niet tegen half werk, ook al is hij tachtig. Dat spreekt me aan.

'Hij vond het leuk om met mij te praten. Hij wilde ook dingen vertellen. Door mij is hij het voetbal goed gaan volgen.

'Op een gewoon stukkie papier schreef hij een tekst voor me, dat kreeg ik van hem mee. Het is een gedachte. Hij schrijft dat hij ooit was gevraagd door de VARA, voor een bepaalde uitzending. Komt hij daar, geheel onvoorbereid, vroegen ze plotseling of hij wat wilde vertellen aan de mensen in de zaal.

'Twee uur lang heeft hij daar staan lullen. Hij had geen lichten nodig, geen kostuums, geen clowns-petjes, geen make-up, geen poespas. Het was puur. En daar schreef hij een heel mooi stukkie over, voor mij.

'Hij praat veel over gevoelens. Denk daar nog eens aan terug, denk daar nog eens over na, zo eindigt hij. Mooi vind ik dat. Puur.'

Meer over