EK-toernooi

Als er nergens gezwommen kan worden, is er (onder strikte voorwaarden) altijd nog Boedapest

Altijd weer Boedapest. De hoofdstad van Hongarije is met recht de zwemhoofdstad van Europa en ook van de wereld. Als geen land een groot toernooi wil organiseren – geen geld, weinig belangstelling – steken de Hongaren de vinger op. Zo ook nu weer bij de EK.

De Duitsers Timo Barthel (links) en Patrick Hausding tijdens het synchroonspringen vanaf de 10-metertoren. Beeld AFP
De Duitsers Timo Barthel (links) en Patrick Hausding tijdens het synchroonspringen vanaf de 10-metertoren.Beeld AFP

Laat ons het maar doen, zegt dan de sportminister van het land, Tunde Szabo, de winnares van olympisch rugslagzilver in Barcelona 1992. De regering-Orban, bekritiseerd in het westen van Europa, besteedt onmatig veel geld aan topsport en bouwt stadions als kastelen. ‘Brood en spelen, daar hechten ze hier aan’, zegt de Nederlandse zwemvoorzitter Marius van Zeijts die in de Europese zwembond (LEN) dezelfde positie bekleedt als Szabo: vicevoorzitter.

De Europese titelstrijd in het zwemmen, de marathons openwater, de baanwedstrijden in het 50-meterbad, het schoonspringen en synchroonzwemmen, is een omvangrijke organisatie. Het omvat, zelfs zonder waterpolo, liefst veertien dagen competitie. Er zijn 3.028 deelnemers uit 51 (van de 52) Europese landen, van sporters tot officials, van vrijwilligers tot beveiligers en van journalisten tot kabelslepers, allen ondergebracht in een bubbel. Iedereen blijft strikt achter de gesloten deuren. Niemand mag zomaar de straat op. Sneltests en pcr-tests zijn dagelijkse kost. Eten op de kamer in plaats van het restaurant, het is een eis.

De bubbel van Boedapest werd al in de herfst van vorig jaar getest. Het Donaustadion, met zijn capaciteit van vijfduizend plaatsen, was in de zomer leeg gebleven. Toen had Hongarije het alweer zesde toernooi (sinds de primeur in 1926) om de Europese kampioenschappen binnen de eigen landsgrenzen willen ontvangen. De pandemie verhinderde dat.

Swimming League

In oktober kwam er toch weer ruimte om iets groots te ondernemen. De International Swimming League (ISL), de commerciële onderneming van de Oekraïense miljardair Konstantin Grigoriev, moest zijn plannen opgeven om van Azië tot Noord-Amerika zijn wedstrijden te organiseren en toen stak, uiteraard, Boedapest de vinger op.

Zes weken werd door de professioneel beloonde zwemmers, onder wie Nederlandse toppers als Ranomi Kromowidjojo, Kira Toussaint en Femke Heemskerk, in een zwaarbewaakte bubbel geleefd. Zelfs een wandeling bij de zwemhotels op het Donau-eiland Margaretha was strikt verboden.

Bij de EK is dat niet anders en zo mogelijk nog strenger, omdat het evenement vijf keer zo omvangrijk is. Technisch directeur André Cats moet nog in Boedapest arriveren, maar kent de strenge aanpak van de Hongaren. Enkele besmettingen en hele ploegen zullen worden buitengezet, dat is het schrikbeeld dat hier en daar in de mondiale topsport is opgetreden.

Strenge maatregelen

Cats: ‘Dit toernooi in Boedapest is ook een goede les voor Tokio straks. De Olympische Spelen zullen tweemaal zo streng worden aangepakt qua coronamaatregelen.’ Zwemmers die nog een uurtje zouden willen shoppen of een koffietje pakken op een terras, krijgen de kans niet. Toerisme is niet gepermitteerd.

Het olympische deel van de nationale baanploeg, op dit moment dertien in getal, is de voorbije weken ingeënt met het vaccin Pfizer. De tweede prik wordt later gegeven. Gewone zwemmers, zonder uitzicht op Tokio 2021, hebben die injectie niet gekregen. ‘Het is het voorrecht dat alleen aan olympiërs is voorbehouden’, benadrukt de technisch directeur.

Nederland had voor Boedapest 2021 dertig zwemmers ingeschreven, waaronder drie openwater specialisten: tweevoudig Europees kampioene Sharon van Rouwendaal, de onttroonde Europees kampioen Ferry Weertman en Lars Bottelier die zondag vijfde werd op de ware marathon, de 25 kilometer.

Valerie van Roon

Van de 27 baanzwemmers haakten er vorige week drie af. Onder hen was Valerie van Roon. Zij is een verhaal apart in het Nederlandse zwemmen. In oktober maakte zij deel uit van de ISL-ploeg van Ranomi Kromowidjojo, Team Iron met 32 koppen, met als coach oud-zwemster Saskia de Jonge.

De amateurzwemster van De Dolfijn pikte in het teamzwemmen een fijne topvorm op en was in december in Rotterdam op de 50 meter vrije slag sneller dan de eerder door Femke Heemskerk gehaalde kwalificatietijd voor Tokio. Heemskerk zat in quarantaine thuis, haar echtgenoot Guido was positief bevonden.

De tuchtcommissie van de KNZB draaide de beslissing van directeur Cats om het tweede ticket na Kromowidjojo aan Van Roon te gunnen terug. Zij schikte zich in die uitspraak en ging in een soort van swim-off in april in Eindhoven ten onder aan de uitermate gemotiveerde Heemskerk.

Van Roon leek toen de beheersing zelve, maar na maanden van spanning moet ze van binnen gehuild hebben. Haar coach Job van Duijnhoven meldde zaterdag dat zijn pupil zich had teruggetrokken wegens een blessure en dat zij bovendien niet in staat was zich op het zwemmen van een EK in te stellen.

Van Roon heeft van de KNZB geen enkele compensatie gekregen voor haar inschikkelijkheid. Er had een verbitterde juridisch gevecht uit voort kunnen komen, naar aanleiding van een matig geschreven kwalificatiereglement. Cats verklaarde zondag dat Van Roon in Boedapest de 100 meter vrij had mogen zwemmen, als vierde Nederlandse. Ze had daardoor misschien kunnen opschuiven naar een plekje onder de olympische reserves. Maar twee reserves inzetten, straks in Tokio, in de series van de 4x100 vrij, ‘dat kunnen we ons tegenwoordig niet permitteren, het is zwaar verleden tijd’, aldus Cats.

Meer over