SchaatsenOlympisch kwalificatietoernooi

Als de olympische 1.500 meter op het spel staat, zijn alle slagen van Kjeld Nuis raak

Kjeld Nuis kan zijn olympische titel op de 1.500 meter verdedigen tijdens de Spelen van Beijing. Waar zijn missie woensdag op de 1.000 meter mislukte, haalde hij donderdag in zijn laatstekansrace zijn gram.

Dirk Jacob Nieuwboer
Kjeld Nuis na zijn winnende rit op de 1.500 meter. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Kjeld Nuis na zijn winnende rit op de 1.500 meter.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Kjeld Nuis kan heel snel schaatsen, maar zijn grootste specialiteit is misschien wel het terugkomen na tegenslagen. Op het olympische kwalificatietoernooi (OKT) voegde hij weer een nieuw, sterk hoofdstukje aan toe aan zijn opveer-oeuvre. Na het misgrijpen van een plek op de 1.000 meter op woensdag won hij een dag later de 1.500 meter wel.

Meteen na zijn rit wist hij eigenlijk al dat hij in februari in Beijing op die afstand wel zijn titel mag verdedigen. Zijn 1.43,85 was niet alleen de snelste tijd, het was ook een van de snelste tijden die Nuis ooit in Heerenveen had gereden. De gebalde vuist ging in de lucht bij het uitrijden, de kenmerkende glimlach verscheen weer op zijn gezicht. Hij had gedaan wat hij moest doen om toch naar de Winterspelen te gaan.

Een rit later wist hij het helemaal zeker. Toen was duidelijk dat hij zijn grootste concurrent Thomas Krol achter zich had gelaten. Met maar 0,02 seconde, maar genoeg voor een heel diepe zucht van Nuis. De opluchting nadat hij een dag eerder vierde was geworden op de 1.000 meter, en zich niet plaatste, was duidelijk van zijn gezicht af te lezen.

‘Het was een hel’, zei hij na afloop van zijn winnende rit over de afgelopen 24 uur. ‘En nog steeds eigenlijk wel. Het doet nog steeds ontzettend veel pijn dat ik op de 1.000 meter mijn titel niet mag verdedigen.‘

Lang niet alle olympische titelhouders is het na dit OKT gegeven hun titels te verdedigen. Sven Kramer, Ireen Wüst en Carlijn Achtereekte lukte het wel zich te plaatsen voor Beijing op de afstand die ze in Pyeongchang wonnen, maar Jorien ter Mors en Esmee Visser niet. Nuis mag nu een van zijn twee titels wel verdedigen.

Deuk in optimisme

Zijn gebruikelijke optimisme had na de 1.000 meter een flinke deuk gekregen. Hij had weinig geslapen – ‘meer een middagdutje’ – maar hield zichzelf voor dat het moest kunnen. ‘Zo moet ik denken’, zei hij voor de rit tegen de NOS.

Wie zijn carrière een beetje heeft gevolgd, wist dat hij ertoe in staat was. ‘Niemand heeft een vlekkeloze loopbaan, maar sommigen hebben net wat meer beren op de weg’, zei hij er eerder dit jaar in een interview in deze krant over.

Aan het begin van zijn loopbaan liep hij de Spelen van 2010 mis, omdat andere schaatsers een beschermde status genoten. Vier jaar later verprutste hij zijn eigen kansen op het OKT en mocht hij niet naar Sotsji. In 2018 kwam de revanche: Nuis plaatste zich niet alleen voor Pyeongchang, hij won er ook goud op de 1.000 én 1.500 meter.

Ook in de jaren daarna handhaafde hij zich op beide afstanden in de wereldtop. Een jaar na Pyeongchang schaatste hij in Salt Lake City een wereldrecord (1.40,17), het enige record dat nog altijd in Nederlandse handen is.

Lang niet altijd was hij de snelste. Van de Nederlanders was het Thomas Krol, uiterlijk zijn rustige tegenbeeld, die hem het vaakst aftroefde. De twee zaten enkele jaren in dezelfde ploeg (Jumbo-Visma), totdat Nuis in 2020 verkaste naar Reggeborgh, de ploeg van oud-olympisch kampioen ­Gerard van Velde.

Daar had hij bepaald geen soepele start. Vlak voor het begin van vorig seizoen kreeg hij corona en moest hij alles op de schop gooien. Pas tegen het eind van het jaar had hij zich zichzelf weer bij elkaar geraapt en pakte hij op de WK afstanden achter Krol zilver op de 1.500 meter.

Concurrentie

Maar die schaatsbubbel in Heerenveen is geen goede maatgever voor dit olympische seizoen. Dit jaar is de internationale concurrentie op de 1.500 meter veel groter. Vooral de Chinees Ning Zhongyan en de Amerikaan Joey Mantia vallen op, de Nederlanders blijven ver achter bij hun niveau.

Waar er bij Krol nog een stijgende lijn was – hij eindigde als derde in Salt Lake City – ging die van Nuis juist naar beneden: van een zesde via een zevende naar een elfde plek in Salt Lake. ‘Te wisselvallig’, vond hij ook zelf. En daar was hij wel ‘een beeetje klaar mee’.

Niet zo gek dus dat Nuis na het missen van de kwalificatie op de 1.000 meter er doorheen zat. Op die afstand domineren de Nederlanders al het hele jaar, daar lag de grootste kans op nieuw olympisch goud. Op de 1.500 zal dat veel lastiger worden.

Hij zal hoop putten uit het feit dat hij eindelijk Krol weer eens is voorgebleven. Zijn grote rivaal plaatste zich, als tweede, ook op deze afstand. Van Tijmen Snel, die derde werd in 1.45,16, is dat nog niet zeker. Mogelijk moet hij zijn plek afstaan aan iemand in de achtervolgingsploeg.

Meer over