Als de Heilige Geest woning maakt in je hart

'Soms proberen ze je te pakken op je geloof. Zo gaat dat in een groepsproces als je anders bent dan anderen.' In vergelijking met vooral Amerika zijn er niet zoveel topsporters in Nederland, die serieus werk maken van het christendom....

DE BRAZILIAANSE international Jorginho leefde een jaar als christen toen hij met de nationale voetbalploeg een wedstrijd speelde tegen Colombia. Het jaar was 1987, de locatie La Paz, de hoogte 3600 meter en Brazilië de underdog.

'Natuurlijk wisten we dat we Colombia konden verslaan, maar we hadden allemaal veel problemen met de ijle lucht', schrijft Jorginho in zijn autobiografie Dieptepass.

Brazilië stond met 1-0 achter toen hij werd aangespeeld. 'Ik wilde op de bal afgaan, maar het ging niet. Ik had geen lucht meer en ik voelde met totaal uitgeput. Een kort schietgebedje (Heer, help me, ik ben doodop) redde de situatie. Ik kreeg als het ware een tweede stoot lucht, bereikte de bal en knalde hem tussen de palen.'

De Brazilianen wonnen uiteindelijk met 2-1, werden kampioen van Zuid-Amerika en Jorginho liet een foto van zijn treffer inlijsten. 'Telkens als ik die foto zie, moet ik aan die situatie denken en dank ik God voor dit doelpunt.'

Dit wordt een verhaal waarin Zijn naam met een hoofdletter geschreven gaat worden. Geen enkele keer zal Zijn naam ijdel gebruikt worden, als vloek of als uitroep van vertwijfeling. Dit verhaal gaat over christelijke sporters, over de inspiratie die zij putten uit hun geloof en over de problemen die zij moeten overwinnen in een wereld waarin zij zonderlingen zijn, waarin een training belangrijker wordt geacht dan de kerkgang.

De paar Nederlandse topsporters die serieus werk maken van hun christen-zijn leggen geen relatie tussen geloof en prestatie, zoals Jorginho doet. Folkert Velten, de voetballer die weigert op de Dag des Heren het veld te betreden: 'Religie en sport zijn voor mij gescheiden zaken. Ik ben niet zoals Nelli Cooman. In mijn sporttas zit nooit een bijbel.'

Maar ook hardloopster Cooman is er genuanceerder over gaan denken. 'Vroeger heb ik wel eens gezegd dat het God was die me liet winnen. Dat was een verkeerde manier van geloven. Geloven betekent niet dat je God voor je karretje spant.'

Stefan Aartsen is 21 jaar, lid van de Volle Evangelie Gemeente, gaat vier keer per week naar de kerk en zwom dit jaar namens Nederland op de Olympische Spelen.

- Volle Evangelie Gemeente?

'Dat is ongeveer hetzelfde als de Pinkstergemeente. Het neigt het meest naar het protestants-christelijk gebeuren. Wij kennen geen beelden of heiligenverering, zoals de katholieken. De bron is voor ons de bijbel en de openbaring van God. Niet al die fratsen erom heen.'

Het geloof is voor Aartsen geen inspiratiebron als hij in een zwembad duikt. Het helpt juist het zwemmen relativeren. 'Zwemmen is één groot toneelspel. Jij vindt de prestatie in het zwembad belangrijk, maar die is alleen maar belangrijk omdat jij dat vindt en omdat andere mensen om je heen dat vinden. Als je het zo gaat relativeren, brengt dat zwemmen in een bepaald perspectief. Of ik nou goed of slecht zwem, God houdt nog steeds van mij als ik uit het water kom.

'Dat maakt me rustiger en bovendien kan ik gemakkelijker een bepaalde spanning opbouwen voor de wedstrijd. Spanning is geen volumeknop die je harder of zachter kunt draaien. Door mijn geloof kan ik die spanning tijdens belangrijke wedstrijden heel natuurlijk op een bepaald niveau brengen. Door veel in de bijbel te lezen, te bidden en met God bezig te zijn.

'Maar dat wil niet zeggen dat ik goed zwem door veel te bidden en in de bijbel te lezen. Het is niet zo dat God de knuppel is waarmee ik de honkbal verder kan slaan. Het is een bepaalde rust en een spanning die een uitgangssituatie geven. Van daaruit kom ik tot goede prestaties.'

'Als ik zelf spanning moet opbouwen, dan wordt het een opgeblazen gevoel, een ballon. Als je goed kijkt, dan weet je dat het een leeg omhulsel is. Terwijl als ik met God bezig ben, dan kan ik me natuurlijker èn soepeler èn gedegener opladen.'

Jerine Fleurke is 23 jaar, actief lid van de Baptistengemeente, 1.89 meter lang en werd met het Nederlands volleybalteam vijfde op de Spelen in Atlanta.

- Baptistengemeente?

'Er zijn meerdere kerken, waar het evangelie goed verkondigd wordt. Alleen de uiting van het geloof kan op verschillende manieren. De kern van het geloof is dezelfde. Het belangrijkste is dat ik een christen ben. Het gaat om God en zijn zoon Jezus Christus.'

Fleurke heeft lange tijd getwijfeld of in haar leven wel ruimte was voor topsport. Het volleybal nam zoveel tijd in beslag dat ze zich afvroeg: 'Heb ik God wel op de eerste plaats? Besteed ik niet te veel tijd aan de topsport?' Fleurke miste door die worsteling de Olympische Spelen van Barcelona in 1992.

'Nu denk ik dat het allebei kan. God heeft me niet voor niets dit talent gegeven. Het sporten levert wel gevaren voor me op. Ik moet oppassen om er niet te veel in op te gaan en voor mijn eigen eer te spelen, want dan zet ik God aan de kant.

'Soms is het erg moeilijk om voor een toernooi langere tijd in het buitenland te zijn met het nationale team. Je zit dan tussen allemaal niet-christenen. Je mist de diensten en de contacten met andere gelovigen. Het zijn dieptepunten in mijn geloofsleven. Maar Hij brengt mij gelukkig telkens bij Hem terug.'

'Toen ik nog twijfelde of topsport wel samen kon gaan met geloven, heb ik veel gebeden om toch door te kunnen gaan. God heeft me geleid en in contact gebracht met Sports Witnesses, een christelijke sportorganisatie.'

Ronald Lepez is veertig jaar, lid van de Baptistengemeente, debuteerde op z'n zestiende in het eerste elftal van Heerenveen, speelde daarna nog bij Cambuur, maar stopte al met voetballen op z'n 24ste.

Dat was een radicaal besluit en zo zit Ronald Lepez ook in elkaar, zegt hij zelf. Hij voelde zich niet op waarde geschat bij Cambuur. 'Ik was een lichtpuntje, schreven de kranten in die tijd. Maar ik werd er niet echt voor beloond. Toen ik duidelijk had gemaakt dat ik zou stoppen, werd het aanbod verviervoudigd. Maar toen hoefde het voor mij niet meer.'

Lepez wijdde vanaf die tijd al zijn krachten aan het onderwijs, tot een buurman hem De planeet die aarde heette van de Amerikaan Hall Lindsay leende. 'Een profetisch boek over de oliecrisis en de eenwording van Europa. Ik werd er erg door gegrepen. Ik ben met die buurman naar een kerkdienst gegaan. Toen begreep ik wie Jezus Christus was en dat hij voor onze zonden gestorven was.'

Dan wil ik U volgen, zei Lepez tot Jezus Christus en radicaal als hij is, voegde hij meteen de daad bij het woord. In 1986 ontmoette hij Arie Don, ook oud-voetbalprof, en samen begonnen ze Sports Witnesses. Op het visitekaartje is de t in een veranderd, Sports Winesses dus.

Zo keerde Lepez na vijf jaar terug in de voetbalwereld. Hij begeleidde een Amerikaans voetbalteam tijdens een toernee door Nederland. Ze konden goed voetballen, ze lazen elke dag in de bijbel en ze wonnen van Cambuur. 'Ik keek m'n ogen uit. Dat je ook op die manier met met voetbal om kon gaan. Alles viel opeens samen. Door mijn achtergrond in het voetbal kon ik een brug slaan tussen de sport en het christendom.' Hij gelooft niet in toeval.

Lepez en Don, die inmiddels gestopt is, gingen op studiereis naar Amerika en naar de Olympische Spelen. Ze leerden hoe ze een christelijke benadering van de sportwereld moesten vormgeven en vooral hoe dat juist niet moest.

De Sports Winesses willen niet al te opdringerig zijn. Er worden folders verspreid en pas als een sporter in een interview blijk geeft van zijn gevoeligheid voor het christendom wordt hij actief benaderd.

'We willen alleen met oprechte christenen te maken hebben. We zijn liever klein en rein dan groot en een luchtballon. We willen geen fake-toestanden, zoals je die in Amerika hebt. Daar is het een markt. Sporters noemen zich christenen omdat ze daar financieel van kunnen profiteren bij het vinden van sponsors.'

Er waren veel vooroordelen te overwinnen, ook in eigen kring. 'Veel kerken zeggen: je mag niet sporten, want dat is niet bijbels. Maar God heeft je een lichaam gegeven om ervan te genieten. Bovendien is sport een goed middel om gemeenteleden tot elkaar te brengen. In Engeland is het heel normaal als de dominee meedoet met cricket. In Amerika hebben kerken vaak een eigen softballteam. In Nederland zou je leegstaande kerkgebouwen ook in die zin kunnen gebruiken door ze gedeeltelijk in te richten als sportzaal. Jezus stierf voor zondaars, niet voor sporters.'

Christenen die in een ploeg sporten, hebben meer met vooroordelen te kampen dan indviduele sporters. Toen Jorginho in Duitsland ging voetballen bij Bayer Leverkusen begon hij met een paar ploeggenoten een wekelijkse bijbelkring. 'Voor de pers waren deze avonden het meest buitenissige waarover kon worden bericht. Ook in de kleedkamer werden er grappen over gemaakt. Ik had soms het gevoel dat ik een pauzenummer was.'

Lepez: 'Je moet wel eens schipperen en op zich is dat niet zo erg. Ik bedoel: wij zijn zoekende, we kunnen de plank ook wel eens misslaan. Soms proberen ze je te pakken op je geloof. Heel onredelijk, maar zo gaat dat in een groepsproces als je anders bent dan anderen. Maar er is wel wat veranderd. Het is inmiddels wel wat gemakkelijker om er voor uit te komen.'

Nederland verandert door de invloed van andere culturen. Lepez: 'Daarin staan ze vaak meer open voor geloof. Ze zeggen ook wel eens dat de zwarten hier naartoe komen omdat Europa een zendingsveld is geworden door de ontkerkelijking. Het is vaak een andere beleving van het geloof, maar niet minder intens.'

Jorginho daarover: 'Het is vreemd dat men in Brazilië voor de Boodschap veel meer open staat dan in Europa. Komt dat doordat veel Brazilianen in financiële problemen verkeren en armoede lijden?'

Niet alle sporten kunnen op een warm onthaal van Sports Witnesses rekenen. Lepez: 'We hebben moeite met vechtsporten. Alle sporten die op do eindigen, gaan uit van oosterse godsdienst. Aan de andere kant zijn er ook christenen die het doen. Dus daar zijn we nog niet helemaal uit.'

- En boksen?

'Ook moeilijk. Kun je op zondag in de kerk verkondigen dat het lichaam een tempel van de geest is en op maandag iemand knock-out slaan?'

Sports Winesses is vooral een vraagbaak. Alleen krijgt een algemene vraag meestal een persoonlijk antwoord. Zoals: mag je sporten op zondag? Lepez: 'Dat mag als je je eigen diensten niet verzaakt. Doe het in elk geval niet om christenen voor het hoofd te stoten. Er is ook veel veranderd in dat opzicht. Het is een individuele keuze geworden. We leggen geen druk op. Dat doet Jezus ook niet.'

En mag je bidden voor een overwinning? Lepez: 'We hebben altijd gezegd nee. Maar de Brazilianen hebben tijdens het WK dagelijks gebeden en ze zijn wel wereldkampioen geworden. Aan de andere kant: de Zuid-Koreanen zullen dat ook wel gedaan hebben en hun wens is niet verhoord.'

Jerine Fleurke: 'Ik zal nooit bidden voor een overwinning. Dat vind ik niet kunnen en voor God is het ook niet belangrijk. Naar wie zou Hij trouwens moeten luisteren als er in het andere team ook een christen speelt?'

Stefan Aartsen: 'Ik heb afgeleerd om te vragen: Heer, wilt u mij die en die tijd laten zwemmen. Dat deed ik vroeger wel, je moet alles uitproberen natuurlijk. Maar dan merk je al snel dat je dat soort prestaties helemaal niet levert. Op momenten dat ik echt goed moest presteren, ging het belabberd en dan vroeg ik me af: Heer waarom? Waarom lukt het niet? Waarom heeft u mij niet getoond hoe ik het dan wel moest doen?

'Op dat moment kon ik daar geen concrete antwoorden op vinden. Maar later zie je in dat je nooit zo sterk was geworden als je die periode met vallen en opstaan niet had meegemaakt.

'Nu vraag ik aan de Heer: ik ga naar deze wedstrijd toe en ik zou graag goed presteren, als dat uw goedkeuring wegdraagt. Dus nu houd ik er rekening mee dat hij zegt: ''Het lijkt me beter voor jou dat je nu een moeilijke periode doormaakt, dat je niet presteert zoals je graag had gewild''. Ik weet dat ik daar ook weer sterker uit kom.'

- Geeft God je duidelijke antwoorden op je vragen?

Aartsen: 'Ik kan heel goed met God praten via de Heilige Geest. Ik heb erover gedacht om een bijbelstudie te gaan doen en daar heb ik uiteraard ook voor gebeden. Maar ik had niet het idee dat de Heer zei: ''Ga dat maar doen''. Sterker nog, ik had eigenlijk economie willen studeren, maar de Heer zei tegen me: ''Ga jij maar lekker rechten studeren''. Dus toen kwam ik bij rechten terecht en dat bleek veel meer bij me te passen dan economie.

'Dat overleg ik met de Heilige Geest, want die woont in mij. Die komt woning maken in je hart. Dat is mijn contact met God.'

- Heb je wel eens het gevoel dat God je in de steek laat?

Aartsen: 'Dat is nou juist het mooie aan het geloof. God laat je nooit in de steek. Ook in slechte tijden staat hij naast je en dat kun je van de meeste andere vrienden niet zeggen. Ik ben wel eens boos geweest op God, wanneer ik niet goed zwom. Dan begreep ik niet waarom hij me niet wilde helpen.

'Maar de frustraties zijn grotendeels te danken aan het niet kennen van God. Door met elkaar te praten en te converseren leer je elkaar beter te begrijpen. Als je als topsporter door het leven wilt gaan, moet je ook slechte periodes doormaken. God stelt ons voor beproevingen.

'David zegt in de bijbel: met mijn God spring ik over muren. Zouden wij nog springen zonder muren? Om te leren springen, moeten er muren zijn. Om problemen te overwinnen, moeten er wel problemen zijn. Je moet leren overwinnen, dat kan nooit zonder een aantal keren te zijn ondergegaan in de strijd.

'Ik ben topsporter, dus ik moet me realiseren dat niet alles Zijn fout is. Ik kan ook wel eens fouten maken. En ik realiseer me terdege dat God me heel erg heeft gezegend met alles wat ik tot nog toe heb bereikt.'

- Wordt jouw manier van geloven door andere sporters geaccepteerd?

Jerine Fleurke: 'Vloeken komt helaas wel voor, maar er wordt met mij wel rekening gehouden. Zo hoor je Bert Goedkoop (bondscoach van het volleybalteam, red.) nooit vloeken, omdat hij weet hoe ik erover denk. Mijn geloofsovertuiging wordt zeker gerespecteerd in het team.

'Er wordt niet gek om gedaan als ik bid voor het eten en er wordt rekening mee gehouden dat ik 's zondags graag naar de kerk wil. Als we die dag een keer trainen, dan worden de tijden zo aangepast dat ik toch naar de kerk kan gaan.'

Aartsen: 'Binnen het Nederlands team wordt mijn geloof wel gerespecteerd. De Nederlander in het algemeen is wel tolerant ten opzichte van het geloof. Maar ik dring het de mensen ook niet op. Als ik wil bidden voor en na het eten, ga ik niet vragen: jongens kan de hele tafel even stil zijn, want ik moet bidden. Dat is iets voor mezelf.

'Alleen als ik veel over God praat, worden mensen wel eens kribbig. Sommigen stuit het tegen de borst en dan worden er wel eens prikkerige opmerkingen gemaakt: daar heb je hem weer met zijn geloof. Dan zeggen ze dat ik het opdring aan de mensen. Maar dat is absoluut niet zo. Als iemand erom vraagt, praat ik erover. Maar als er geen behoefte is, ga ik mezelf daarmee toch niet voor peer zetten of God daarmee belachelijk maken?'

Meer over