Als coach van Tsjechië kan Visser ook zijn gang gaan

Doodgemoedereerd maar tegen het uitdrukkelijke gebod van de judobond stond Willem Visser op de eerste dag van de Europese titelstrijd zijn persoonlijke pupil Martijn van Oostrum terzijde....

Van onze verslaggever

Hans van Wissen

OOSTENDE

Toen woensdag bij de Europese collegae bekend werd dat het bestuur van de Nederlandse judobond zijn voormalige bondscoach zo hoog mogelijk op de tribune wilde zien, boden vijf landen hem spontaan een badge aan. Hij koos voor de Tsjechische 'nationaliteit' en werd onmiddellijk opgenomen in de technische delegatie van dat land. Uit dien hoofde nam hij plaats op de stoel. Voorzitter Letterie moet achter de reling tandenknarsend hebben toegezien wat er gebeurde maar Vissers opvolger bij de JBN, Louis Wijdenbosch, bezwoor de rel in spe. De nieuwe bondstrainer (het woord 'coach' is geschrapt) trok zich terug omdat het belang van de judoka in kwestie prevaleerde. Wijdenbosch is er in Oostende niet om competentiegevechten aan te gaan en met die houding heeft hij het eerste pleit voor zichzelf gewonnen.

Het was begrijpelijk dat de gemaltraiteerde Visser zijn gram wilde halen. In de periode dat hij bondscoach was viel op prestaties, gedrag en reputatie weinig aan te merken. Maar collega Van der Geest attaqueerde hem desondanks bij voortduring en de bond wilde af van die tweespalt. Dus werd na het vrijwillige terugtreden van Van der Geest ook Visser de wacht aangezegd. 'Postuum' lijkt Visser in Oostende daarom te willen aantonen hoe groot de internationale waardering is. Hij kon voor het benodigde kaartje op zijn revers zowat kiezen uit half Europa.

Maar is die uitdagende houding in Oostende wel de goede? Riskeert hij niet nieuwe maatregelen van voorzitter Letterie; wordt pupil Van Oostrum niet de dupe? Visser: 'Wijdenbosch heeft het vuur niet aangestoken, hij trekt zich terug en zegt hier dat ik vanzelfsprekend kan coachen. Ik heb hem de stoel naast me aangeboden. Maar wat de judobond nu doet? Ik weet het niet. De wegen van het bestuur zijn ondoorgrondelijk. Misschien volgt nu de doodstraf. Letterie heeft als hoogleraar alle politieke systemen bestudeerd waarin de doodstraf nog ten uitvoer wordt gebracht, dus misschien voert hij die ook in het judo in. Of besluit hij met een leger Tsjechië binnen te trekken. Je weet maar nooit wat hij beslist.'

Visser zelf is misschien niet helemaal brandschoon. Voor hij bondscoach werd, kapittelde hij uittentreure de organisatie die hij vervolgens acht jaar zou dienen en die hij nu weer afschildert als fnuikend voor de topsport. Visser had natuurlijk sterker gestaan, als zijn leerling Van Oostrum gisteren de voorrondes was doorgekomen.

Martijn van Oostrum was met Audry Coppens echter de enige die op de eerste EK-dag van het toneel verdween. De pas vijftienjarige Coppens verloor in de min 48-klasse van de Française Medoux, winnares van de 'Open Nederlandse', en Van Oostrum ging eerst onderuit tegen de Italiaan Giovinazzio en werd vervolgens geworpen door de Duitser Melke.

Van Oostrum hoefde zich niettemin niet echt te schamen. Vooral omdat Giovinazzio als Olympisch medaillewinnaar buitengewoon goed weg kwam. De Italiaan, die tijdens de Open Italiaanse nog met een vol punt had gewonnen, bleef in de beslissende fase van het gevecht een passiviteitsstraf bespaard. Eén der arbiters stak al de hand op, toen Giovinazzio alsnog een (mislukte) schouderworp inzette. Voor de hoofdarbiter was dat aanleiding om zijn assistent niet te volgen. Als hij wel op de suggestie zou zijn ingegaan, was Van Oostrum winnaar geworden.

De judoka uit Malden ging vervolgens ook in de herkansing tegen Melek Melke ten onder. De Duitser strooide hem zand in de ogen. Van Oostrum zette twee schouderworpen in, had daar bijna succes mee en werd steeds overmoediger. Maar overmoed is funest in het judo. Hij was het na afloop met Visser eens dat hij uiteindelijk te onvoorzichtig was geworden. Hij verloor met het kleinst denkbare verschil (vier koka's tegen één yuko) en kon zich daardoor niet rechtstreeks voor het WK kwalificeren.

Enige terughoudendhoud was gisteren geboden. Het succes van vorig jaar in Den Haag - vijf maal goud, een maal zilver en eenmaal brons - valt na gisteren al niet meer te herhalen. Bij de mannen haalden Mark Huizinga, Dennis van der Geest en Ben Sonnemans rechtstreeks de halve finale, bij de vrouwen alleen Cindy Sneevliet.

Deze zwaargewicht neemt voorlopig de vacature Seriese waar. Maar Claudia Zwiers, winnares van het brons in Atlanta, kan haar Europese titel al niet meer prolongeren, en Karin Kienhuis heeft geen kans meer haar tweede plaats van vorig jaar te verdedigen. Zwiers, die na haar laatste partij hinkend van de mat kwam en meteen ijs op haar knie moest leggen: 'Ik ben niet scherp genoeg, te gefixeerd.'

Kienhuis: 'We gaan nu maar voor brons, het is niet anders. Ik zou het graag over willen doen maar het is niet anders. Ze had ooit een keer van de Roemeense Richter, een voormalige zwaargewicht, gewonnen, en het was hard nu over de knie te gaan. Morgen moet ze in de herkansingen, die eventueel nog uitzicht geven op brons, aantreden tegen de Française Essombe.

Zwiers won na haar Olympisch brons elk toernooi waaraan ze deelnam. Misschien, zo veronderstelde ze zelf, was het allemaal te gemakkelijk gegaan. Ze had bovendien na Atlanta meer rust moeten nemen. 'Ik kan niet stil zitten.' Toen Zwiers de laatste keer hardhandig op de tatami werd neergegooid, stond Olympisch goud op het spel. Ze haalde uiteindelijk brons en wist nauwelijks wat haar gebeurde. Maar daar hebben wel meer mensen in de judobond last van.

Meer over