Allround in alle facetten van het spel

Bijna was Rob Clerc helemaal niet naar het WK dammen in Ivoorkust gegaan. De aanstormende jeugd leek meer kansen op uitzending te hebben, maar Clerc stond op de internationale ratinglijst net iets hoger....

EGBERT VAN HATTEM

MET zijn gedeelde eerste plaats op het WK dammen in Abidjan verbaasde Rob Clerc (1955) vriend, vijand en zichzelf. De Zoetermeerder leek op zijn retour en verdiepte zich steeds meer in het bridge-spel waarin hij grote vorderingen maakte. Tijdens het laatste NK in Steenwijk verloor hij in de openingsronde verrassend van het aanstormende talent Erno Prosman. Eenmaal terug in het ritme werkte Clerc zich in de schaduw van de jeugd alsnog op en eindigde hij in zijn 21ste kampioenschap van Nederland, dat hij liefst zesmaal won, slechts één punt achter Gérard Jansen en Erno Prosman die direct bij zijn debuut Nederlands kampioen werd.

De deelname aan het WK scheen voor Clerc ver weg. De opvolging door de jeugd, in de persoon van Prosman, leek definitief. Toen bleek dat Clerc op de internationale ratinglijst juist voor Géard Jansen geklasseerd stond, kon Clerc alsnog de reis naar Ivoorkust aanvaarden, dit tot ergernis van het damtalent uit Huissen. Eenmaal geplaatst voor de finalepoule groeide de vorm van Clerc en versloeg hij gerenommeerde namen: hij nam revanche op Prosman, won van oud-wereldkampioenen Guntis Valneris en Anatoli Gantwarg, en in de slotronde van Aleksandr Schwarzman die aan remise genoeg had om, in ieder geval gedeeld, eerste te worden.

Daarmee liep het toernooi anders dan Clerc in zijn stoutste dromen zal hebben verwacht, maar ook anders dan hij vooraf zelf zal hebben uitgestippeld. In de NK-toernooien waar hij jarenlang succesvol was, spreidde Clerc grote deugdelijkheid tentoon. 'Een dampartij winnen is heel moeilijk. Wanneer je vier partijen wint en niet verliest, ben je Nederlands kampioen', aldus Clerc. Van de strategie die simpel klinkt maar alleen met ijzersterk en degelijk spel functioneert, maakte Clerc in diens glorietijd zijn handelsmerk.

In Afrika, waar hij in Dakar 1984 ooit vlak finishte achter Anatoli Gantwarg, doorbrak Clerc anno 1996 alsnog zijn eigen adagium door te winnen van de besten, maar ook door niet te verliezen. De kracht van Clerc valt moeilijk te omschrijven. Hij is allround in alle facetten van het spel. Door zijn grote kennis van het spel en door zijn grote ervaring, weet hij maar al te goed waar zijn praktische kansen liggen. In Ivoorkust toonde hij aan dat wanneer de inspiratie en het ritme aanwezig zijn, hij nog steeds tot de sterkste dammers ter wereld gerekend moet worden. De gedeelde eerste plaats in Abidjan is het beste resultaat ooit van Clerc die in 1973 jeugdwereldkampioen werd. Meteen al in 1976 legde hij bij de senioren beslag op de derde plaats. In 1982 en 1984 volgden tweede plaatsen. In 1985 mocht hij Anatoli Gantwarg uitdagen, een match die hij verloor met 21-19. Hoewel hij aan alle titeltoernooien deelnam liet Clerc pas in Toulon 1992 weer van zich spreken. Hij werd opnieuw gedeeld tweede maar moest in de daarop volgende barrage met Wiersma en Baljakin afhaken. Op het WK in Den Haag (1994) eindigde Clerc als tiende.

Misschien kan Clerc zijn kaarten nog eenmaal diep terugstoppen in de kast en zich met overgave storten op de beslissingsmatch met zevenvoudig wereldkampioen Aleksej Tsjizjov.

Egbert van Hattem

Meer over