nieuws

Alleskunner Van Aert wint twee etappes in slotweekend en vertrekt meteen naar Tokio

Niet lang na de huldiging in Parijs zat Wout van Aert in de auto naar het vliegveld voor zijn vlucht naar Tokio. Daar wil hij olympisch goud op de weg en in de tijdrit.

Wout van Aert (midden) flitst als eerste over de finish op de Champs-Élysées. Rechts Mark Cavendish (3de), links Jasper Philipsen (2de). Beeld Cor Vos
Wout van Aert (midden) flitst als eerste over de finish op de Champs-Élysées. Rechts Mark Cavendish (3de), links Jasper Philipsen (2de).Beeld Cor Vos

Het slotweekend van de Tour de France was traditiegetrouw toegesneden op de specialisten. Zaterdag was voor de tijdrijders en zondag, met de finish op de Champs-Élysées, voor de sprinters. En toch won beide dagen dezelfde man: alleskunner Wout van Aert.

De 26-jarige Belg bezorgde Jumbo-Visma een daverend slot van de Tour de France, die zo ongelukkig was begonnen met een overvloed aan valpartijen en het afstappen van onder anderen kopman Primoz Roglic. Uiteindelijk bereikten maar vier van de acht Jumbo-renners Parijs.

Dat was meer dan genoeg, want Van Aert klaarde het zaterdag vanzelfsprekend in zijn eentje. Hij won over het glooiende parcours tussen Libourne en Saint-Emilion met een gemiddelde snelheid van 51,5 kilometer per uur voor de Deen Kasper Asgreen en zijn eigen ploegmaat Jonas Vingegaard.

Zondag had hij maar één teamgenoot nodig: Mike Teunissen. De 28-jarige Nederlander leverde hem perfect af in het gedrang om de juiste posities. Van Aert kwam uit de laatste bocht met Cavendish in zijn wiel, die kon geen kant meer op en werd derde achter Jasper Philipsen. Ondertussen bekommerde Sepp Kuss zich om Vingegaard, die de Tour als invalkopman voor Jumbo-Visma als tweede besloot.

Dat Van Aert, die ooit nog de groene trui wil winnen, kan sprinten bewees hij al eerder. In de voorgaande twee edities van de Ronde van Frankrijk boekte hij in totaal drie massaspurtzeges.

Zijn goede tijdrit mocht ook geen verrassing zijn. Hij werd tweemaal Belgisch kampioen en won afgelopen voorjaar in Tirreno Adriatico de strijd tegen de klok, voor regerend wereldkampioen Filippo Ganna. En als hij in 2019 in Pau niet met zijn bovenbeen aan een dranghek was blijven hangen, had hij toen wellicht al een Tourtijdrit op zijn naam geschreven.

Klimmen, dat is toch wat anders. Vorig jaar kon hij al verbazend lang mee bergop in dienst van Primoz Roglic, maar dit jaar bleek hij nog beter. Hij won de elfde etappe, een van de zwaarste bergritten, waarin hij tweemaal de Mont Ventoux moest bedwingen. Terwijl hij 78 kilogram weegt, een zwaargewicht in wielertermen.

Zijn ploegmaat Vingegaard is een typische klimmer. De 24-jarige Deen is vederlicht, weegt slechts 60 kilo en reed de Ventoux op in 48 minuten en 24 seconden. Slechts tien keer werd daar sneller geklommen. Van Aert gaf, ondanks een lange zware dag in de ontsnapping, slechts 3,5 minuut toe. Dat was misschien wel zijn opzienbarendste prestatie in de Tour.

Het onderscheidt hem van Mathieu van der Poel. De twee waren aartsrivalen in het veldrijden en tegenwoordig ook in de grote voorjaarskoersen op de weg. Beiden zijn onwaarschijnlijk veelzijdig. Maar Van der Poel, die na de eerste week de Tour verliet om zich op de olympische mountainbikerace te richten, kan lang niet zo goed omhoog. Hij heeft het in elk geval nog nooit laten zien.

Niet lang na de huldiging in Parijs zat Van Aert in de auto naar het vliegveld voor zijn vlucht naar Tokio. Daar wil hij olympisch goud op de weg en in de tijdrit. Dat is ambitieus, maar Teunissen achtte hem bij de NOS tot alles in staat, zelfs na deze afmattende Tour de France. ‘Hij is zo sterk, misschien moet hij ook maar eens kijken of op de Spelen nog plaats is in de baanselectie’, grapte hij.

Meer over