Columnpaul onkenhout

Alleen Wim Jansen heeft nooit geleden onder de fopduik van Hölzenbein

null Beeld
Paul Onkenhout

In zijn biografie uit 2021 van Wim Jansen, Meesterbrein, stelt journalist Yoeri van den Busken een onvermijdelijke vraag aan de hoofdpersoon die veel mensen vermoedelijk met ja zouden hebben beantwoord, als het hun was overkomen. De vraag was: ‘Heeft die fopduik van Hölzenbein lang door je hoofd gespookt?’

De vermeende fopduik werd op 7 juli 1974 in het Olympiastadion in München in de 25ste minuut van de WK-finale tussen West-Duitsland en Nederland uitgevoerd door een aanvaller van Eintracht Frankfurt, de behendige linksbuiten Bernd Hölzenbein. Aan de fopduik ging een sliding van Feyenoorder Jansen vooraf. Penalty. De strafschop werd benut door Paul Breitner en de voedingsbodem voor een nationaal trauma werd gelegd. De Duitsers kwamen op gelijke hoogte, kregen weer moed en wonnen, tegen de verwachtingen in, de wereldbeker.

Voor een 15-jarige was dit nauwelijks te verteren. Mijn oudste broer stond na afloop van de finale te snikken in de achtertuin. Het was verschrikkelijk, helemaal omdat dit plaatsvond in een tijd dat Duitsers nog moffen werden genoemd. Waren we er toch ingetuind.

Bijna een halve eeuw later gaat het bekijken van de sliding en de val nog steeds gepaard met een zeurend gevoel van onbehagen. Hölzenbein, alleen de naam al. Wat de teen van Iker Casillas (WK-finale 2010, Arjen Robben oog in oog met de Spaanse doelman) voor latere generaties is, een onvergetelijk spelmoment waarin de geschiedenis een ongewenste afslag nam, is de val van Hölzenbein voor de mijne. Het schot van Rob Rensenbrink op de paal in 1978 in de slotfase van de finale Argentinië-Nederland is goede tweede.

Op de vraag van zijn biograaf of de fopduik van Hölzenbein lang door zijn hoofd heeft gespookt, gaf Wim Jansen een kort en nonchalant antwoord dat hem in meer dan een opzicht typeerde: ‘Nee hoor’. Dat was het. Honderdduizenden mensen die de strafschop nog steeds nauwelijks kunnen verteren en wat is de reactie van de man die het trauma in gang zette? Nee hoor.

In feite zei hij dat zijn sliding – een actie met een onverantwoord hoog risico, laten we wel wezen – en de daaropvolgende fopduik van Hölzenbein hem volkomen koud hebben gelaten. Dit is moeilijk te begrijpen.

Tegelijkertijd zegt het veel over deze ingetogen man, een voetballer zonder opsmuk in de categorie Moulijn/Van Hanegem die deze week in de media terecht in de adelstand werd verheven. Jansen, een pragmaticus op het veld en daarbuiten, stond niet toe dat de fopduik de rest van zijn leven door zijn hoofd zou gaan spoken.

Ook internationaal werd hij deze week herdacht. In Duitsland maakte Der Spiegel ruimte voor hem vrij. De Fleißarbeiter van het legendarische Nederlands elftal van 1974, werd hij genoemd. Harde werker, betekent dat, maar in de rest van het stuk werd ‘der Stille Willem’ met lof overladen.

De fopduik komt uitgebreid aan de orde, onder het kopje ‘Hölzenbein fiel über Jansens Bein’. De samenvatting is volkomen objectief. Eerder in het stuk is al vastgesteld dat de geboortestad van Jansen, Rotterdam, in de oorlog is gebombardeerd door de Duitsers. In de reconstructie van de fopduik is Hölzenbein een profiteur – en Jansen de man die hem daartoe in staat stelde.

‘Jansen probeerde hem in de weg te lopen en versperde de weg van de Duitser. Hölzenbein nam de uitnodiging met tegenwoordigheid van geest aan, viel over het been van de liggende Jansen, de scheidsrechter floot voor een penalty, Paul Breitner kwam naar voren en maakte 1-1.’

Nooit heeft Hölzenbein toegegeven dat hij Jansen erin had laten tuinen. Nederlandse verslaggevers die hem tijdens het WK in 2006 in Duitsland interviewden, kwamen ook niet verder. Ze constateerden wel dat Bernd Hölzenbein een ‘aangename man’ was. Voor veel Nederlanders kwam dat als een grote verrassing.

Meer over