Agassi na 'slordige jaren' bezig aan sterke inhaalrace

Misschien speelt hij nog twee jaar, misschien zelfs nog drie jaar, maar hoe dan ook weet Andre Agassi dat het einde van zijn tenniscarrière niet ver meer is....

Al maanden is Agassi bezig met een inhaalrace, een jacht op titels die zijn naam alsnog die plaats in de geschiedenis moeten geven die allang vanzelfsprekend zou moeten zijn. Zie hem spelen op de US Open.

'Het is ongelooflijk, zo goed hij is. Dit is de beste Agassi ooit. Het is zonde dat hij al die jaren hiervoor zo slordig met zijn talent is omgesprongen', zei televisie-commentator John McEnroe nadat Agassi in New York zijn eerste twee tegenstanders had verpletterd.

Natuurlijk, sinds zijn overwinning in juni op Roland Garros is zijn naam als legende gevestigd. Die zege maakte Agassi lid van het selecte gezelschap spelers dat alle vier Grand Slams op hun erelijst wist te schrijven. Don Budge, Fred Perry (beiden in de jaren '30), Rod Laver en Roy Emerson (beiden in de jaren '60) delen die eer met hem. Maar bovenal is er zoveel dat Agassi nìet bereikte, omdat zijn ambities te vaak werden overwoekerd door een te flamboyante levenswandel.

'Op een dag word je wakker en stelt jezelf de vraag: wat heb ik met mijn mogelijkheden gedaan', zei Agassi na zijn overwinning in de tweede ronde op de Duitser Pretzsch. Het antwoord liet zich raden. Maar voor een speler van 29 jaar hoeft het nog niet te laat te zijn, concludeerde Agassi. 'Ik heb het gevoel dat ik nog twee of drie grote titels moet kunnen winnen.'

In New York is veel te winnen voor Agassi, een vijfde Grand slam-titel voorop, maar ook de wetenschap eindelijk eens officieel een jaar af te sluiten als 's werelds beste tennisser. Met een overwinning verdringt hij de huidige nummer één Sampras.

Het zou de eerste keer sinds zijn entree in het circuit in 1986 zijn dat Agassi een jaar als nummer één besluit. Altijd zat Pete Sampras hem dwars. Viermaal kwamen beide Amerikanen elkaar tegen in een Grandslam-finale, met driemaal de Las Vegas Kid als verliezer. Alleen in januari 1995 bij de de Open Australische kampioenschappen mocht Agassi zich de beste noemen. Uitgerekend deze week in New York heeft zijn kwelgeest, Sampras, geblesseerd het toneel moeten verlaten.

'Heel jammer', reageerde Agassi, en het klonk oprecht. 'Ik heb weliswaar vaker van Sampras verloren dan gewonnen, maar dat heeft me nooit bang gemaakt of gefrustreerd. In de vorm die ik nu heb, kan ik van iedereen winnen. Sampras en Rafter zijn de beste hardcourt-spelers van de laatste twee jaar; het is jammer dat zij hier geblesseerd zijn geraakt. Maar het zal mij niet van mijn doel afleiden, het zal een titel niet minder waard maken.'

Als een wervelwind raast Agassi over Flushing Meadow. In zijn eerste twee wedstrijden, tegen de Zweed Kulti en de Duitser Pretzsch, stond hij totaal slechts tien games af. Volgens coach Brad Gilbert, sinds vijf jaar Agassi's steun en toeverlaat, wordt zijn pupil gedreven door de gedachte om voor het eerst in zijn loopbaan twee Grand Slams in één jaar te winnen. 'Dan kan er geen twijfel over bestaan wie dit jaar de beste was.'

De schermutselingen van de eerste week doen vermoeden dat slechts Kafelnikov enige illusies mag koesteren om Agassi's missie een halt toe te roepen. Hun confrontatie staat gepland voor de halve finale, tenzij één van beiden zich voordien verslikt. Kafelnikov heeft Björkman en (vermoedelijk) Krajicek nog op het menu, Agassi rekent op duels met zijn epigoon Kiefer en de grillige Rios.

En Agassi weet als geen ander hoeveel valkuilen een Grand Slam telt. 'Of je eerste, tweede of tiende geplaatst bent, zegt niet zoveel. Op een Grand Slam maak je altijd één mindere dag mee. Dat zal mij ook overkomen. Op die dag moet je vechten en proberen overeind te blijven. Als dat lukt, mag je pas aan de titel denken.'

Maar misschien is dat juist wel hetgeen Agassi momenteel het beste kan, vechten. Anders zou hij in juni toch ook nooit gewonnen hebben op Roland Garros. 'Daar moest ik in vier wedstrijden terugkomen van een achterstand in sets. In de finale stond ik zelfs twee-nul achter in sets. Maar ik won, ik laat geen kansen meer liggen.'

Meer over