Nieuws

Aflossen? Nee, duwen is de tactiek van de Noorse schaatsers bij de ploegenachtervolging

De Noorse schaatsequipe heeft voor de ploegen- achtervolging een nieuwe tactiek. Niet de snelste op kop, maar de traagste en die dan voortduwen.

Noorse schaatsers Sverre Lunde Pedersen, Hallgeir Engebraten en Allan Dahl Johansson in actie in de ploegenachtervolging tijdens de wereldbeker schaatsen in Thialf.  Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Noorse schaatsers Sverre Lunde Pedersen, Hallgeir Engebraten en Allan Dahl Johansson in actie in de ploegenachtervolging tijdens de wereldbeker schaatsen in Thialf.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

De Noorse achtervolgingsploegen baarden bij de wereldbekerwedstrijden schaatsen opzien met hun tactiek. Van start tot finish reden ze in dezelfde formatie, elkaar voortdurend duwend. Bij de laatste wereldbeker wonnen de mannen. De vrouwen verrasten met brons. Het heeft de Nederlandse schaatsers aan het denken gezet. ‘Misschien hebben we zitten slapen en ons niet doorontwikkeld’, erkent Ireen Wüst voorafgaand aan de WK afstanden die vandaag beginnen.

Jarenlang overheerste één aanpak bij de ploegenachtervolging, de discipline die sinds 2005 op het WK-menu staat. Trio’s rijden kop over kop, zoals dat heet. De gedachte daarachter is simpel: de schaatser op kop houdt zijn ploeggenoten uit de wind. Zij sparen hun krachten. Als degene vooraan moe wordt, laat hij zich afzakken en neemt nummer twee het over. Zo draait het door. Iedereen levert een inspanning en iedereen kan in het zog op adem komen.

De Noren doen het anders, want aan de traditionele manier kleven nadelen. Dat zit hem vooral in het moment van afgeven. Dan rijden er eventjes twee schaatsers naast elkaar met de neus in de wind: degene die van kop af gaat en degene die overneemt. Slechts eentje weet zich beschut. ‘Dat is een ramp’, zegt Bjarne Rykkje, bondscoach van de Noren. ‘En degene die van kop af gaat, rijdt ook nog eens een langere weg.’

Er zijn vaker achtervolgingsploegen geweest die niet of nauwelijks ronddraaiden. Nieuw-Zeeland rijdt al jaren met Peter Michael van start tot finish op kop.

En dat duwen? Ook dat doen veel achtervolgingsploegen, als de vaart er even uitgaat. Want dat een ‘Russische waaier’, zoals het in het wielrennen heet, voordelen biedt weet is bekend. Niet voor niets is in het reglement van de Elfstedentocht ‘opleggen’ verboden. Elkaar vasthouden, of het nu duwen of voorttrekken is, mag niet.

Helemaal niet wisselen

De combinatie van voortdurend blijven duwen en helemaal niet wisselen keken de Noren af van de Amerikanen. Tijdens de WK afstanden van vorig jaar in Salt Lake City kwamen drie middelmatige rijders zo tot de vijfde plaats en waren ruim sneller dan de Noren.

‘Wij hadden al jaren dezelfde tactiek’, vertelt Sverre Lunde Pedersen. Ze draaiden en hij nam het leeuwendeel van de kopbeurten voor zijn rekening, vaak wel zes van de in totaal acht ronden. Dat leverde in Pyeongchang olympisch goud op, maar bracht ze vorig jaar niet verder dan plek zeven. ‘Wij zagen de Amerikanen en wilden dat duwen ook wel eens proberen.’

Gemakkelijk is het niet. Voor de komst naar Thialf reden ze tweemaal een testrace in Noorwegen. De eerste keer ging te traag, de tweede keer vielen ze. ‘Het risico dat het misgaat, is groot’, zegt Pedersen, die als sterkste van het trio de laatste positie bezet.

Om elkaar te kunnen duwen moeten de schaatsers dichter op elkaar rijden dan normaal. Dat maakt de foutmarges klein. Vooral de bochten zijn lastig. Daarin duwen schaatsers hun heup naar binnen en draait hun bovenlichaam iets naar buiten, naar rechts. Om dan toch nog met de rechterhand hun linksaf slaande voorganger te kunnen duwen is wringen. ‘Ik moet mijn lichaam draaien en daardoor voel ik me onzekerder in de bocht’, zegt Pedersen. ‘Het is een stuk enger.’

De nieuwe aanpak is uit nood geboren, zegt bondscoach Rykkje. Een aantal rijders zag de ploegenachtervolging niet meer zitten. Allan Dahl Johansson bijvoorbeeld. ‘Hij had er geen zin meer in omdat hij voelde dat hij steeds de zwakste schakel was. Hij was sowieso niet op zijn gemak in het treintje omdat hij niet zo goed achter iemand aan kan schaatsen.’

Nieuwe opzet

In de nieuwe opzet is dat probleem verholpen. Johansson is de man op kop. Hij bepaalt de slag en weet dat hij vaart zal houden door de duwende Hallgeir Engebråten en Pedersen achter zich. ‘Maar dit is niet het ei van Columbus’, waarschuwt Rykkje. ‘Dit systeem moet wel bij je ploeg passen.’

Zijn Noorse schaatsers hebben allemaal ongeveer hetzelfde profiel: ze kunnen lang hetzelfde tempo volhouden. Rykkje: ‘Sven Kramer is juist iemand die tempowisselingen heel goed aan kan.’ Misschien is de Nederlander juist op zijn best bij de traditionele aanpak van zwaar kopwerk en dan even bijkomen, vermoedt Rykkje.

Even kopiëren is er niet bij, waarschuwen de Noren. Rykkje: ‘Je moet er veel op oefenen in dezelfde samenstelling. Dat zou voor Nederland, met de verschillende commerciële ploegen, een probleem kunnen zijn.’

En dan is er nog de vraag of de Nederlanders het Noorse duwtreintje wel willen navolgen. ‘Je moet je afvragen of dit de essentie van schaatsen is’, zei Sven Kramer dinsdag. Ook Patrick Roest voelde weerstand en vroeg zich hardop af of het niet reglementair verboden zou kunnen worden. ‘Het gaat steeds minder op schaatsen lijken. Het wordt een heel ander onderdeel.’

Toch zullen zij, net als de Nederlandse vrouwen met Wüst, hun tactiek aanpassen als vrijdag de ploegenachtervolging op het programma staat. Ze zullen minder vaak van koppositie wisselen en vaker duwen, al is het schoorvoetend. Kramer: ‘Iedereen moet meegaan met zijn tijd en als het mag, dan mag het.’

Meer over