Afgeschreven, opgestaan en zomaar de beste

Het was december 2008 en Jenson Button maakte na weer een troosteloos racejaar de balans op. Van het door hem aangekondigde jaar van de waarheid was, evenals in het seizoen ervoor, niets terechtgekomen. Dit jaar is alles anders.

Van onze verslaggever Mark Misérus

De vooruitzichten waren somber voor de Brit die jaren de hoop van een hele natie op zijn schouders had moeten torsen. De nieuwe Britse wereldtitel, na de laatste van Damon Hill in 1996, was er gekomen. Alleen stond de naam van Lewis Hamilton op de bokaal. Voor Button leek stoppen een logische optie.

In het nieuwe racejaar zou geen plek meer zijn voor hem, leek het. Het vacante stoeltje bij Toro Rosso waarop hij aasde, ging naar de Franse debutant Bourdais en de aangekondigde terugtrekking van zijn werkgever Honda uit de sport sloeg de bodem onder zijn voeten vandaan.

In feite wás Button in die tijd zoals Honda. Evenals het voortbestaan van de autofabrikant stond ook de racer aan de rand van de afgrond.

Maar waar Honda de sport vanwege de economische crisis de rug toekeerde, bleef Button voor de Formule 1 behouden. Velen waren hem er gisteren dankbaar voor, nadat hij in de straten van Monte Carlo zijn vijfde overwinning in de zes dit jaar verreden races had geboekt.

Button sprak van zijn mooiste triomf en noemde zijn, vanaf de poleposition ingeleide zegetocht een jongensdroom. De race door het kronkelende prinsendom mag dan steevast op een optocht uitdraaien, voor de coureurs geldt een overwinning er als het summum van een racecarrière. De technische vaardigheden moeten maximaal worden aangesproken.

Elke fout is er kostbaar. Maar Button maakte geen fouten, zelfs niet toen volgens hem de muren op hem af waren gekomen in de twee nerveuze slotronden. De Brit bekende toen pas voor het eerst aan de zesde GP-zege in zijn leven te hebben durven denken.

Button versie 2.0 is een veel betere uitgave dan de vorige. De geldverslindende playboy – een stigma waar hij nooit van afkwam – die niemand liever dan zichzelf zag, heeft plaatsgemaakt voor een bescheidener opvolger die eindelijk zijn racersinstinct volgt. Na acht vrij anonieme jaren en een goed seizoen (derde plaats met BAR Honda in 2004) lijkt het alsof zijn talent zich nu pas uitbetaalt.

De perikelen bij Honda en het bijna-einde van zijn carrière hebben hem met beide benen op de grond gezet. Bij Brawn GP, dat met Mercedesmotoren voortbouwt op de resten van Honda, stemde hij in met een salarishalvering. Het kost hem voor de komende drie jaar 17 miljoen euro.

Aan zijn contractbreuk met teambaas Frank Williams was hij al 10 miljoen euro kwijtgeweest. De man met een totaalinkomen van 70 miljoen euro in negen Formule 1-seizoenen legde het geld probleemloos op tafel. ‘Maar ik ben er wel een anders mens door geworden’, zei hij begin dit jaar.

Ook aan zijn escapades zonder overall is bij de start van een nieuwe loopbaan een einde gekomen, bekende de 29-jarige Button. Niet langer heeft hij last van ‘te veel bagage’, zoals zijn voormalige teambaas Flavio Briatore het verwoordde. ‘Men vond me verwend en egoïstisch. En terecht’, toonde de racer zich openhartig.

Of hij zijn zonden voorgoed heeft afgeworpen? Een winnaar heeft het gelijk altijd aan zijn zijde. En ook de 78 ronden aan de Cote d’Azur waren een demonstratie van zijn klasse .

Als zijn succesreeks zich doorzet, kan hij zich in Singapore, drie races voor het einde, al laten kronen tot opvolger van Lewis Hamilton. Zijn landgenoot is aan een desastreus jaar bezig is en na een kwalificatie die in de bandenstapels eindigde, wederom puntloos gebleven.

Zo verbazingwekkend als de wedergeboorte van Button is ook de dominantie van de renstal Brawn GP. Met het derde een-tweetje op het podium – de vorig jaar eveneens afgeschreven Barrichello nam opnieuw naast Button plaats – houdt de debuterende renstal gelijke tred met de grote namen uit het verleden. Ferrari, om er één te noemen.

Veelzeggend was hoe de Italiaanse scuderia die vorige week in de rechtszaal ook al een nederlaag leed tegen de internationale autosportfederatie bij een poging het budgetplafond voor komend jaar tegen te houden, de derde plaats van Kimi Räikkönen aangreep als een overwinning.

De jacht op eerherstel is ingezet, maar de achterstand van de Fin op Button is nu al ontzettend groot: 42 punten.

‘Misschien komt het allemaal goed’, zei Button in december 2008. Een half jaar later is hij op weg naar de titel in de koningsklasse van de autosport en zal voor hem elke tweede plaats als een nederlaag voelen.

Jenson Button tijdens zijn race in Monaco (AFP) Beeld
Jenson Button tijdens zijn race in Monaco (AFP)
Meer over