‘Affaires hebben naam Rabo niet geschaad’

Er vallen stiltes of er volgt juist een tegenaanval. Het woord blijkt gewraakt bij de leidinggevenden van de Rabobank-wielerploeg en de vertegenwoordiger van de sponsor....

Van onze verslaggever Mark Misérus

Directeur Harold Knebel van de ploeg gebruikt liever een verzachtende term, hoofd sponsoring van de bank Heleen Crielaard schudt haar hoofd als het begrip ter tafel komt. Ook ploegleider Erik Breukink wil er niet aan.

Toch geven oud-Raborenners als Theo Eltink en Thorwald Veneberg, geroutineerd renner Koos Moerenhout en ploegleider Adri van Houwelingen het toe: de veranderingen van het afgelopen jaar hebben geleid tot een verzakelijking bij de ploeg.

Of dat erg is? Daarover verschillen de meningen, blijkt uit een rondgang langs alle geledingen van de ploeg. De algemene opinie: de wielersport moet verzakelijken en professionaliseren om de uittocht van sponsors te stuiten en een vuist te kunnen maken in de strijd tegen doping, zowel op juridisch als medisch vlak.

Dus ook Rabobank, dat de afgelopen anderhalf jaar leergeld betaalde voor enkele affaires die de ploeg ongewenste publiciteit bezorgden.

De Tour kreeg in 2008 weliswaar geen tweede Rasmussen-zaak te verwerken. Maar een afscheid met slaande deuren zoals dat van Thomas Dekker en Thorwald Veneberg, en de verwijten van boegbeeld Michael Boogerd dat de ploeg niet naar hem omkeek nadat hij zijn loopbaan had beëindigd, leidden tot ongewenste publiciteit.

Normaliter hoefde Rabobank zich alleen te verdedigen als er weer niet was gewonnen in de Amstel Gold Race of er naast het podium van de Tour was gegrepen. ‘Alsof we altijd alleen brave schoonzonen aan boord hebben gehad. Het tegendeel is gebleken’, zegt ploegleider Adri van Houwelingen.

Crielaard, hoofd sponsoring bij de bank, verblikt of verbloost niet als de affaires op een rijtje worden gezegd. ‘Geen van die zaken hebben onze naam geschaad.’ Ook niet een beetje? ‘Ook niet een beetje.’

Over Boogerd zegt ze dat de gestopte prof en de mensen om hem heen ‘heel goed weten’ dat de bank bereid was nazorg te verlenen. De breuk met Dekker legt ze uit als een ‘elegante oplossing’ het contract te beëindigen met een talent dat zich volgens haar niet wilde conformeren aan de nieuwe regels in de ploeg. ‘Jammer dat zo’n talent niet meer voor ons fietst, maar het is goed dat de ploeg voor structuur kiest en niet voor mensen. Dat is de enige manier waarop je kunt professionaliseren.’

De renner, die uitweek naar het Belgische Silence-Lotto, mag niet gedetailleerd op de zaak ingaan, op straffe van een geldboete. Het enige dat Knebel erover kwijt wil: ‘We hebben een verstandig besluit genomen.’

Het is een beslissing geweest waarin de bank een aandeel van ‘nul procent’ had, zegt Crielaard. Volgens haar wordt de bank geïnformeerd door de ploeg, niet betrokken in de besluitvorming. Als de ploegleiding oordeelt dat Denis Mentsjov zich het beste op de Tour de France kan voorbereiden door op zijn hoofd te lopen, is dat aan de ploegleiding. De bank zal zich er volgens haar niet mee bemoeien.

Het klinkt onwaarschijnlijk voor een van de de langstzittende sponsors in het profpeloton die in de Tour ingreep toen de val van Rasmussen onvermijdelijk was. Crielaard erkent dat de controle op de ploeg is vergroot, zoals het zelf in gang gezette rapport-Vogelzang aanbeval.

Een raad van commissarissen, met daarin oud-staatssecretaris Vliegenthart, wordt door Knebel op de hoogte gehouden van wat er speelt in de ploeg. Maar ook die relatie is eendimensionaal.

Vanuit de bank werd Knebel, volgens het advies van Vogelzang een topman van buiten de wielersport, naar voren geschoven. Commercieel manager Mark van de Camp werd nauwer bij de ploeg betrokken. Niet omdat de bank zich wilde profileren, maar om de ploeg te professionaliseren, stelt Crielaard.

In zijn eerste maanden deed Knebel naar eigen zeggen niet meer dan achterstallig onderhoud wegwerken. De grafiek die zijn voorganger, interim-directeur Henri van der Aat, tekende om aan te geven hoezeer de ploeg aan het professionaliseren was, bleek te optimistisch. ‘Als je niet zorgt dat er een stevige basis komt, wordt het begrip professionaliseren een papieren tijger’, zegt Knebel.

Het wielrennen is een professionele sport met een niet-professionele aanpak, oordeelt oud-volleybalinternational Crielaard. ‘Hoe kan het dat een renner dag in dag uit traint in zijn eentje? Als mijn coach bij de Spelen van 1992 knipoogde bij een stand van 14-14, wist ik al wat hij daarmee bedoelde. Omdat ik twee jaar elke dag met hem in een sporthal had gestaan.’

De sport die Rabobank met het hockey en de paardensport heeft omarmd, is volgens Crielaard bezig met een mentaliteitsverandering. De ploeg loopt daarin voorop, met de bank als ‘trouwe’ partner, zegt ze. ‘We zouden best wat meer krediet mogen krijgen bij de fans, want we hebben het wielrennen nooit in de steek gelaten.’

Knebel: ‘Je zou het een kwestie van durf kunnen noemen om als sponsor actief te blijven in de wielersport. Mede daarom willen we als ploeg de regels scherp neerzetten.’

Meer over