Nieuws

‘Acceptatie homoseksualiteit in mannelijk profvoetbal beneden de maat’

Mannelijke profvoetballers geven de acceptatie van homoseksualiteit in het Nederlandse betaald voetbal een forse onvoldoende. Tegen het Mulier Instituut noemen spelers het gedrag van supporters en de heersende machocultuur als grote belemmeringen. Voor hun eigen rol hebben voetballers minder oog.

Feyenoord-coach Dick Advocaat getooid met regenboogspeldje voor een microfoon in regenboogkleuren bij de wedstrijd tussen VVV Venlo en Feyenoord, december vorig jaar. Het was onderdeel van de campagne #OneLove van de KNVB voor (seksuele) diversiteit. Beeld ANP
Feyenoord-coach Dick Advocaat getooid met regenboogspeldje voor een microfoon in regenboogkleuren bij de wedstrijd tussen VVV Venlo en Feyenoord, december vorig jaar. Het was onderdeel van de campagne #OneLove van de KNVB voor (seksuele) diversiteit.Beeld ANP

Om de homoacceptatie in het voetbal te onderzoeken, bevroeg het Mulier Instituut, gespecialiseerd in sociaal-wetenschappelijk sportonderzoek, de ervaringen van mannelijke voetballers uit de twee Nederlandse profcompetities. De profvoetballers zeggen zelf geen enkele moeite met homoseksualiteit te hebben, maar leggen de schuld bij hun omgeving.

Zo noemen voetballers het gedrag van supporters en de heersende machocultuur als de belangrijkste belemmeringen voor de acceptatie van homoseksuelen. Zeven op de tien spelers beoordelen de huidige situatie met een onvoldoende: het gemiddelde cijfer is een 4,6.

Voor hun eigen rol in die omgeving hebben de spelers beperkt oog. Vrijwel alle respondenten zouden een homoseksuele ploeggenoot weliswaar openlijk steunen, maar tegelijkertijd vindt de helft het niet nodig dat een scheidsrechter optreedt wanneer een speler ‘homo’ of ‘mietje’ als scheldwoord gebruikt. Drie op de tien spelers zeggen regelmatig grappen of negatieve opmerkingen over homoseksualiteit voorbij te zien komen, al worden die over het algemeen als ‘onschuldig’ beoordeeld.

null Beeld

Blijven praten

‘Het kan altijd beter’, zegt voorzitter Evgeniy Levchenko van de Vereniging van Contractspelers (VVCS), die samen met de Alliantie Gelijkspelen opdracht gaf tot het onderzoek. Tijdens zijn spelerscarrière kwam Levchenko onder meer uit voor de eredivisieclubs Vitesse, Sparta Rotterdam en FC Groningen.

In de professionele competities zijn tot nog toe geen homoseksuele spelers openlijk voor hun geaardheid uitgekomen. Als een voetballer uit de kast komt, zal de kleedkamer dat wel accepteren, denkt Levchenko. Daarbuiten is het belangrijk om er veel over te blijven praten – in de media, maar ook door supporters, de KNVB en spelers zelf. ‘Als meerdere spelers tegelijk uit de kast komen, zou dat veel gemakkelijker zijn. Spelers zijn misschien bang dat het hun carrière blokkeert, maar ik denk dat ze juist veel positieve aandacht krijgen.’

Vorig jaar deed het Mulier Instituut een soortgelijk onderzoek in de top van het Nederlandse mannenhockey. Hoewel de hockey- en voetbalwereld elkaar op het oog misschien veel ontlopen, waren de resultaten vergelijkbaar. ‘Soms wordt gedacht dat het bij hockey helemaal niet speelt’, zegt onderzoeker Agnes Elling. ‘Zowel tophockeyers als topvoetballers zeggen: ik heb geen probleem met een homoseksuele medespeler, maar je moet niet te veel zeuren over de grapjes die we maken.’

118 profvoetballers

Het lijdt geen twijfel dat op het gebied van homo-acceptatie in de voetbalwereld nog winst te boeken is. Toch is het de vraag of dit onderzoek een goed beeld geeft.

Het onderzoek werd onder aanvoerders van de verschillende voetbalteams uitgezet. Via WhatsApp werden zij verzocht de vragenlijst onder hun teamgenoten te verspreiden. Voetballers rechtstreeks benaderen lukte niet, licht Elling toe. ‘Liever hadden wij hun natuurlijk direct een uitnodiging laten sturen, maar het VVCS zet hun studies onder profvoetballers op deze wijze uit. Bij andere onderzoeken, bijvoorbeeld onder topsporters met een status van NOCNSF, bestaat er wel een contactgegevensbestand. Toch denken we dat dit een redelijk representatief beeld geeft.’

Uiteindelijk deden 118 van de 1.044 profvoetballers uit de eredivisie en eerste divisie aan het onderzoek mee, gelijkmatig verdeeld over beide competities. ‘Dat is een kleine groep’, zegt Peter Lugtig, survey-onderzoeker aan de Universiteit Utrecht. ‘Daardoor zijn de uitkomsten vrij onzeker.’

Meer over