Aanklacht Krajicek tegen medische wereld

'Ik ben het sportende kind' sprak Richard Krajicek gisteren tot 350 toehoorders uit de medische wereld. De tennisser deed 'als ervaringsdeskundige' een aanklacht tegen de medische stand....

Krajicek heeft het zelf allemaal meegemaakt en hij zei, op de Erasmus-universiteit, geen mens de blessures toe te wensen die hij sinds zijn tiende heeft gehad. De Wimbledonkampioen van 1996 is nu 31, 'en ik heb al twintig jaar pijn'.

Vijf operaties heeft hij gehad, driemaal aan de kniegewrichten. 'Maar ik sta nog elke dag met stijve knieën op. Ik vroeg er Agassi laatst naar. Die is een jaartje ouder. Of hij ook zo stijf opstaat? Nooit zei ie.'

De Haagse tennisser geeft niemand de schuld van zijn eigen martelgang. 'Ik heb mijn carrière kunnen spelen.' Wel zou hij willen dat jonge spelers niet alle lessen hoeven te leren die hij heeft gekregen. 'Ik heb alles zelf moeten ontdekken.'

Toen hij als elfjarig ventje in de Haagse districtsselectie zat, had hij na de korte instructiepauzes telkens last van zijn knieën. Hij had 'waarschijnlijk' last van Osgood-Schlatter, een aandoening die Krajiceks vaste chirurg dr Rien Heijboer tevoren op het congres had omschreven als een van de meest voorkomende blessures onder de sportjeugd: de kniepees is sterker dan het kraakbeen en dat breekt onder de knie uit.

'Ik zal dat gehad hebben', sprak Krajicek. Het recept van zijn trainer was niet om hem langs de dokter te sturen. 'Nee, hij zei dat we voortaan maar niet meer moesten pauzeren.'

Krajicek ontdekte aan de hand van sportarts dr Peter Vergouwen het eigen lichaam, maar toen was hij al bijna twintig en begonnen schouder en knie serieus op te spelen. Hij was, zo werd laat ontdekt, bijna zijn schouderspier kwijt. Krajiceks conclusies: de medici zijn verantwoordelijk, trainer en bond valt veel te verwijten, ouders minder en het kind helemaal niets.

'Op die leeftijd weet je van niks. Als ik toen geweten had, wat ik nu weet, had ik er heel anders voor gestaan. Jonge kinderen begeleiden is zo belangrijk. Mijn grootste geluk was dat ik op mijn tiende en elfde twee keer met gips rust moest nemen. Op je tiende kun je zoveel kapot maken. Tot die leeftijd kun je, ik zie het nu aan mijn dochter, alles zonder pijn.'

Het is het leren kennen van het lichaam. Organisator dr Cor van der Hart: 'Een vijftienjarige vindt dat veel moeilijker. Als je zegt dat een meisje niet mag hockeyen, speelt ze niet op het veld, maar wel op straat. Zo werkt dat. En ze voelen de instabiliteit van een gewricht ook veel minder goed aan dan iemand van 25.'

Maar soms vergeet zelfs een ouder iemand die zijn lichaam heeft leren kennen, het zicht op zichzelf. Krajicek uit eigen ervaring: 'Toen ik kort na een knie-operatie last kreeg van de elleboog, dacht ik: nu effe niet. Ik ging gewoon door, slikte 200 milligram pijnstiller. Ik gaf niet op, want ik wilde niet dat de kranten schreven dat Krajicek weer geblesseerd zou zijn. Het heeft me twintig maanden gekost.'

De hartenkreet van Krajicek werd als goedbedoeld ontvangen in de verzamelde medische wereld. Dr Simone van der Putten, arts bij Sport Medisch Adviescentrum SMA te Rotterdam, zei dat de tennisser wel een punt had. 'Maar er is veel veranderd. Wij krijgen tegenwoordig jonge sporters in onze praktijk. Meisjes van zeven, acht jaar, turnsters, of heel jonge tennissers, die twintig uur per week trainen.'

De steeds jongere leeftijd waarop sporters worden belast, leidt volgens algemene opvattingen tot meer voorste-kruisband laesies bij voetballers, maar Feyenoord-chirurg Heijboer wenste dat niet te bevestigen. 'Vijftien jaar geleden had ik er twee bij de jeugd, nu weer.'

Zware belasting van jonge sportmensen wordt vooral aangetroffen bij turnsters, meisjes die rond hun vijftiende op de top van hun kunnen moeten belanden. Bondsarts dr Liesbeth Lim kwam met een waslijst aan serieuze blessures. Rugspecialist dr. Frank de Nies benoemde het turnen zelfs tot 'een aparte entiteit', een andere wereld, toen hij kwam aanzetten met 63 procent rugafwijking bij olympische turnsters.

Meer over