nieuwsolympische spelen

Aandrijfkracht van zwemster Heemskerk is onvoldoende voor olympische medaille op de estafette

Femke Heemskerk had zoals gewoonlijk iets extra’s te bieden op de estafette 4 x 100 meter vrij in Tokio. Toch was het niet genoeg voor een Nederlandse medaille.

Femke Heemskerk in actie tijdens de 4 x 100 meter estafette zwemmen op de Olympische Spelen. Beeld ANP
Femke Heemskerk in actie tijdens de 4 x 100 meter estafette zwemmen op de Olympische Spelen.Beeld ANP

Als er één zwemster in Nederland is die in teamverband, de estafette, in staat is boven zichzelf uit te groeien, dan is dat Femke Heemskerk. De 33-jarige vrijeslagspecialist werd, tot het veroveren van de individuele Europese titel op de 100 vrij in mei te Boedapest, vooral de dienende kracht van de mooie, succesvolle kwartetten die Nederland door de jaren heen aan de start bracht.

Zondagochtend in Tokio was Heemskerk opnieuw de zwemster die iets extra’s kon in de estafette 4 x 100 vrij. Haar tijd van 52,05 seconden, een zogenaamde split, was van het hoogste mondiale niveau. Alleen de Australische Emma McKeon, uit de winnende ploeg, was was sneller (51,35) dan de Nederlandse die na 300 gezwommen meters door collega’s Kim Busch, Ranomi Kromowidjojo en Kira Toussaint van de zevende plaats de achtervolging moest inzetten.

Ze tikte aan als vierde, dezelfde klassering van Nederland als in Rio 2016. Nederland had in 2008 (Beijing) met Heemskerk en Kromowidjojo olympisch goud gewonnen en zilver in 2012 (Londen). In Brazilië was er destijds dikke teleurstelling. ‘Toen hadden we ons meer kans toegedicht, zeker na het WK-zilver van een jaar eerder, in Kazan.’

Hoop

Zaterdagavond, na de series waar Nederland met een flonkerende Heemskerk (51,90 split) als tweede uit was gekomen, was er toch weer iets van hoop in de nationale gelederen geslopen. Misschien was de topdrie toch te bereiken. ‘Het ging bij Canada en de VS in de series toch niet helemaal naar wens. Als bij ons alles zou kloppen, ja dan. We gingen er toch wel in geloven.’

Heemskerk, de statistica van het Nederlandse zwemmen, was aan het rekenen geslagen. Het Nederlands record van 3.31,72, uit het snelle pakkenjaar 2009, zou aangevallen moeten worden. Dan was er een kans op de positie achter wereldrecordhouder Australië, het team dat wijselijk buiten de berekeningen bleef. Wat bleek een halve dag later: 3.32,7 zou genoeg zijn geweest voor het olympische zilver.

‘Die tijd hadden we kunnen zwemmen, als alles had geklopt’, zo verbeet Heemskerk haar teleurstelling. Canada haalde zilver in 3.32,78, de VS brons met 3.32,81. Nederland werd geklokt op 3.33,70, zelfs een langzamere tijd dan de vorige avond (3.33,51).

Rubberpakken

De aanval op het Nederlands record zat er lang niet, hoezeer Heemskerk die ook gewenst had. Het is een inmiddels belegen tijd, de 3.31,72 van de WK in Rome in 2009, toen er door de innovaties van zwempakken - fullbody suits van polyurethaan met drijfvermogen - 45 wereldrecords sneuvelden. Nederland zwom daar het eigen wereldrecord van 2008 aan stukken. De ploeg, Dekker, Kromowidjojo, Heemskerk en Veldhuis, domineerde destijds de aflossing in het zwembad. Het olympische goud van dat jaar, in Peking, was daar een bevestiging van en ging in de boeken als het pronkstuk van de Golden Girls.

Iedereen leek enorm veel baat te hebben bij de rubberpakken van toen, waarbij sommigen het versierden om twee pakken over elkaar aan te trekken. Heemskerk had geen voordeel gehad van die technische innovatie, vertelde ze in de aanloop van Tokio 2021. ‘Bij mij hielp dat pak niet zozeer. Het was wel heel gunstig voor iets zwaardere zwemmers, of mensen die heel erg gespierd zijn, die dat beetje hulp nodig hebben om hoog op het water te liggen.’

Zij heeft dat van nature. ‘Toen ze me scoutten in het zwembad van Roelofarendsveen zeiden ze: O, dat meisje ligt zo mooi hoog op het water.’

Hoe ze dat kan? Ze heeft geen idee. Aangeboren misschien, of spontaan ontdekt, maar het is een groot voordeel. ‘Ze hebben wel de power in het water gemeten, daar scoorde ik niet hoog. Maar daarnaast was er de meting van weerstand. Die was bij mij laag. Dat is mijn kracht. Ik ben geen spierbundel, maar heb de voordelen van mijn hoge ligging.’

IJver

Heemskerk doet het allemaal anders, ze legt zich niet neer bij het voortschrijden der jaren. Want leeftijd is maar een getal, placht zij te zeggen.

Ze wil zich geen trainingsbeest noemen, maar ze is ijverig aangelegd. Ze doet 25 trainingen per week: acht keer zwemmen, driemaal kracht, zes landtrainingen, tweemaal swissball en soms nog twee fietstrainingen erachter aan. ‘Dat laatste heb ik toegevoegd aan mijn programma tijdens de lockdown. Ik kan goed fietsen, ik leende als kind al de racefiets van mijn moeder om bij oma een roze koek te gaan halen.’

Het waterdier Heemskerk heeft haar carrière jaar na jaar verlengd. ‘In Londen in 2012 hield ik er al rekening mee dat ik er in Rio vier jaar later niet bij zou zijn. Na Rio wilde ik nog een jaar knallen, maar mijn techniek was weg. Het kostte me een extra jaar. En toen ben ik weer doorgegaan.’

Zolang Heemskerk en haar maatje Kromowidjojo blijven doorzwemmen - dat zal nog zeker een jaar zijn - zal Nederland in de top van het estafettezwemmen vertegenwoordigd blijven. Het record van Rome 2009 lijkt echter van onneembaar staal en beton. Het is aan een nieuwe generatie om het als inspiratie te nemen, dat ‘ouwewijven record’ eens aan te vallen. Heemskerk zal ze souffleren. Haar les voor die 100 harde meters: ‘De eerste 50 met de kop, de tweede 50 met het hart.’

Meer over