500

HÉÉÉ riep iemand paniekerig, waarna de muziek prompt werd afgebroken en zo'n honderd sporters van de eeuw overeind rezen voor een blozende blaag van net dertig jaar....

Zoals vrijdag toen ZKH in hoogsteigen persoon helemaal naar Leusden was gekomen om het boek DE TOP 500 in hoogsteigen ontvangst te nemen. Ruim 20 procent van de geportretteerden kon en wilde ook naar Leusden komen, zodat dat wel op een genoeglijk avondje moest uitdraaien. Laat dat maar aan Kapsalon Ruud ter Weijden over.

We babbelden ongemerkt van André Bolhuis, naar Richard Ross, naar Ties Kruize, naar Fanny Blankers-Koen en uiteindelijk naar ZKH. Het kon werkelijk niet genoeglijker.

De sporter van de eeuw reikte uit en de kroonprins van de eeuw ontving. 'Ik weet dat u het druk heeft, maar u moet het wel lezen, hoor', bitste de Tante Pollewop van de Nederlandse sport. 'Als u dat zegt, maak ik er tijd voor', antwoordde hij - met de monarchie gaat het volgende eeuw goedkomen.

Vraag is alleen: hoeveel tijd? Of eigenlijk luidt die vraag: wat moet ik met De Top 500? Uitgever Jacques van Leeuwen vindt dat ik het als een Hall of Fame moet beschouwen. Sporthistoricus Theo Stevens meent dat ik er maar in moet bladeren en dat ik dan vanzelf wel ergens met mijn oog aan blijf haken.

Is inmiddels gebeurd.

Worstelaar Jacobus van Moppes werd op de Olympische Spelen van 1908 in de eerste ronde uitgeschakeld omdat hij de reglementen niet kende. Kennelijk toch topsporter van de eeuw geweest, maar in elk geval topmens van de eeuw als de aan hem gewijde pagina mag worden geloofd. Jacobus van Moppes overleed 56 jaar geleden in Sobibor.

Maar dan nog een vraag: hoezo vijfhonderd? Eindredacteur Leo van de Ruit: met duizend krijg je types die er niet in thuis horen en met honderd kom je er niet.

Als je met vijfhonderd ergens komt, dan is het wel bij een kloek boekwerk. Dat is De Top 500 ook geworden. Maar vijfhonderd is ook nog te veel. Het gaat immers om de selectie en dat we daarover ruzie kunnen maken.

Waarom moet mijn oog bijvoorbeeld blijven haken aan Arthur Numan? Van de Ruit: omdat hij meer dan dertig interlands heeft gspeeld. En Dick Nanninga dan? Omdat hij een memorabel doelpunt heeft gemaakt.

WK 1978, invaller, doelpunt, verlenging, verloren. Zeker een moment met eeuwigheidswaarde, maar de verantwoordelijke krijgt hiermee te veel eer.

Zo heb ik zelf als jeugdvoetballer in een zeldzaam helder voetbalmoment Hans van Breukelen op fraaie wijze gepasseerd. Moet ik er daarom rekening mee houden tot de vijfhonderd beste Bilthovense sporters van deze eeuw te behoren?

Meer over