Paralympische Spelen

29 categorieën op de 100 meter is te veel van het goede

Hoe wordt bepaald in welke categorie een paralympiër mag uitkomen? En is uit die zee aan subklassen nog wel wijs te worden? ‘Indikken van het programma is de weg naar topsport,’ aldus de Nederlandse chef de mission Esther Vergeer.

Fleur Jong (l) en Marlène van Gansewinkel bij het verspringen tijdens de Paralympische Spelen van Tokio.  Jong in de categorie T62 (twee blades), Van Gansewinkel in T64 (één blade). Beeld Getty Images
Fleur Jong (l) en Marlène van Gansewinkel bij het verspringen tijdens de Paralympische Spelen van Tokio. Jong in de categorie T62 (twee blades), Van Gansewinkel in T64 (één blade).Beeld Getty Images

De Nederlandse atleten Fleur Jong en Marlène van Gansewinkel gaan vrijdag in het Olympische Stadion van Tokio sprinten om het paralympische goud op de 100 meter. Jong, wereldrecordhoudster, heeft twee blades en loopt in de T62-categorie: dubbele amputatie onder de knie. Teamgenoot Van Gansewinkel is een T64’er, een enkelzijdige amputatie onder de knie.

De twee categorieën zijn gecombineerd. Enkele blades, springveren van carbon, en dubbele blades zijn op die afstand vergelijkbaar in het voordeel dat ze aan de gehandicapte atleten bieden. Op de 200 meter zijn de T62’ers uitgesloten. Zij genereren te veel voortstuwing volgens de regelgevers van het IPC, het Internationale Paralympisch Comité. Daarom kon Van Gansewinkel dinsdag in de neergutsende regen de paralympische titel, vrijwel zonder serieuze tegenstand, op de dubbele sprintafstand grijpen.

De 100 meter op de atletiekbaan heeft bij de vrouwen qua handicap dertien categorieën. Bij de mannen zijn er liefst zestien gouden medailles beschikbaar. Wie het reglement voor de T-klassen (die staat voor Track) erbij neemt, komt aan 26 klassen in totaal. Het zou, mannen vrouwen gecombineerd, tot liefst 52 gouden paralympische medailles moeten leiden, maar het IPC heeft het programma ingedikt en samengebald door klassen als T33 en T34 (lichtere en zwaardere spasticiteit) te combineren.

Enorme verzameling

Het paralympische atletiekprogramma, toch al een enorme verzameling van loopnummers, rolnummers, sprongonderdelen en werpdisciplines, is onderverdeeld in handicaps qua gezichtsvermogen, spasmen, verlamming, dwerggroei, hersenaandoening, amputaties dan wel ontbrekende ledematen. Wie waar thuis hoort, wordt beoordeeld door classificatie. Het is indeling naar handicap, soms gemakkelijk, meestal uiterst lastig.

Het gaat erom gelijke kansen te scheppen op een ongelijk speelveld, zo schreef Trouw vorige week, om een zo eerlijk mogelijke uitslag te krijgen en de impact van een beperking zo klein mogelijk te maken. Want elke beperking is nu eenmaal anders. Zoals talent in de valide sport (lengte, kracht, uithoudingsvermogen) trouwens ook voor verschillen zorgt.

De indeling op basis van beperking werpt, onvermijdelijk, vragen op. André Cats, de chef de mission van vier paralympische ploeg tussen 2008 en 2016, zegt in het dit najaar te verschijnen boek Zestig Jaar Paralympische Spelen dat classificatie, ook wel classificering, ‘de dikke achilleshiel’ van de paralympische sport is. Sporters worden soms door simulatie te licht ingedeeld, waardoor uitslagen niet deugen. De gestopte Simon Boer, nu analist bij de NOS-uitzendingen, deed vorig jaar een stevige aanklacht tegen zulke praktijken. Chef Cats pleit voor vijf internationale instituten, van de westerse betrouwbare soort als antidopingbureau Wada, om elke sporter in de juiste klasse in te delen.

Classificeren

De termen ‘inkeuren’ en ‘uitkeuren’ die in het verleden werden gebruikt bestaan niet meer, zegt classificatie-arts Paul Grandjean. Hij doet het classificeren van de para-triatleten namens de wereldtriatlonbond. Hij, sportarts, doet dat uit vrijwilligheid, maar het werk dat hij en zijn collega-classificeerders doen is zeker geen amateurwerk. De lat ligt hoog. Er zijn scholingen en nascholingen. De wetenschap dicteert. De code wordt om de vier of acht jaar aangepast, op basis van ervaringen. Op de Spelen wordt niet meer gekeurd. Dat is in een eerder stadium geschied, zoals bij World Cups.

Grandjean: ‘Na de keuring, door een panel van twee, is er altijd het tweede oog bij de eerste wedstrijd van deze aangemelde sporter. Het is onderdeel van het classificering-proces. Het hoort bij keuring één. Als dan een protest komt of de federatie krijgt twijfels, dan volgt nog een herclassificering. De status die dan wordt verleend, daar kan niet makkelijk aan getornd worden. Er is ook de review-status, bij lastiger te beoordelen kwesties. Dan volgt per jaar automatisch een nieuwe keuring.’

De arts, net teruggekeerd uit Tokio, erkent het bestaan van grensgevallen en het opzoeken van de grenzen door individuele sporters die in een andere, lagere categorie betere medaillekansen hebben. ‘In de ene sport lijkt het gemakkelijker de boel te bedonderen dan in de andere. Maar het is in mijn ogen vooral zoeken naar de grens van wat mag. Dat hoort bij topsport.’

Klagen

Klagen over de winnaar is van alle tijden, zegt de arts uit Limburg. Zelfs Oscar Pistorius, de Blade Runner, die in Londen 2012 werd verslagen door een Braziliaan (Alan Oliveira) die volgens de Zuid-Afrikaan te hoge blades onder de knieën had, deed daaraan.

Indikken van het programma is de weg naar topsport, aldus de Nederlandse chef de mission Esther Vergeer. Grandjean, oud-coach van tweevoudig handbikekampioen Mitch Valize, is het daarmee eens. Hij wijst naar het alpine-skiën. Daar heb je zittend en staand, meer niet. Hij noemt dat ‘sterke medailles’. ‘Ik zie graag, zoals bij handbike een groot veld, met flink wat kanshebbers.’

Dat bij het voorstel van Vergeer de 29 gouden medailles van de 100 meter mogelijk de helft wegvalt, is volgens Grandjean een pijnpunt dat overwonnen moet worden. ‘Zeker als we het over topsport hebben en dat wil de paralympische sport zijn. Als we een volwassen sport moeten zijn, is dat de weg. Dat sommigen dan geen kans hebben of zelfs niet meedoen, dat hoort daarbij. Iedereen heeft recht om te sporten, maar niet iedereen kan dat op het hoogste niveau. Die uitsluiting doet dan pijn, maar topsport is nu eenmaal hard.’

Meer over