100 jaar kapsones

Een eeuw geleden, op 18 maart 1900, werd in caf & lsquor; Oost-Indië aan de Amsterdamse Kalverstraat Ajax opgericht. Een solo langs elf gedenkwaardige momenten & lsquor;n monumenten uit de clubgeschiedenis....

Willem II - Ajax 0-3

9 juni 1918

Twee anekdotes zijn voldoende om aan te tonen dat Jan de Natris (niet meteen vragen: Jan de Natris?) de leukste voetballer is die ooit voor Ajax heeft gespeeld.

Wat te denken van het verhaal van de grammofoonplaten die hij, uit protest tegen een zijns inziens onrechtvaardige behandeling, de Schelde in smeet?

Het Nederlands elftal nam deel aan de Olympische Spelen in Antwerpen. Klachten over de accommodatie, de te kleine hutten op een schip van de marine, werden door de officials weggewuifd. De Natris leidde de opstand van de spelers. Na het lozen van de grammofoonplaten toog hij naar de Antwerpse binnenstad om eens goed de bloemetjes buiten te zetten. Wéér een overwinning op de verveling. De Telegraaf dacht er anders over en vergeleek de opstandelingen briesend van woede met bolsjewieken.

Met Ajax had hij een gepassioneerde verhouding. Twee maal verliet hij de club, tweemaal keerde hij terug. De Natris was een grillige buitenspeler, een idool dat het publiek in twee kampen verdeelde en het zijn supporters soms bijzonder lastig maakte, zoals op 9 juni 1918, de dag dat Ajax voor het eerst kampioen van Nederland werd.

In de laatste en beslissende wedstrijd van de kampioenscompetitie, in Tilburg tegen Willem II, ontbrak De Natris. Hij was niet geblesseerd of geschorst, nee, Jan de Natris die later 23 interlands zou spelen, door iedereen Jen werd genoemd en die na zijn loopbaan een sigarenhandel opende aan de Ceintuurbaan in Amsterdam en in 1972 overleed, had de trein naar Tilburg gemist. Boete: tien cent.

Feyenoord - Ajax 2-2

9 oktober 1921

In 1970 bracht een onbekende Rotterdammer, Gerard Cox, een plaat uit die gerust een tikje provocerend genoemd kon worden: Ajax is dood!!!

'Moeder ik verzuip, de Cup staat in de Kuip', zong Cox. Ajax pleegde zelfmoord vanwege het succes van 'zusje Feyenoord'. In die jaren moest niemand er vreemd van opkijken als het zicht op het speelveld werd belemmerd door een doodskist - van bordkarton, maar toch.

In 1921 speelden de eersteklassers Ajax en Feyenoord voor de eerste maal tegen elkaar, op het terrein aan de Krom me Zandweg in Rotterdam. Van rivaliteit was nog nauwelijks sprake. Een passend begin was het desondanks: Ajacied Fons Pelser werd het veld uitgestuurd, Bertus Bul miste een strafschop (alleen Feyenoorders kunnen Bertus Bul heten) en met succes tekenden de Rotterdammers protest aan tegen de uitslag (2-3).

Het eerste doelpunt van Ajax, gemaakt door Theo Brok mann, werd enkele weken later door de protestcommissie van de Nederlandse Voetbal Bond afgekeurd. De bal zou de doellijn niet zijn gepasseerd. De eindstand, 2-2, werd nog maanden later door Ajax betwist.

En zo hoort het natuurlijk ook bij een wedstrijd die zou uitgroeien tot de enige Nederlandse voetbalklassieker. Ajax - Feyenoord is meer dan een wedstrijd. De kracht zit deels verscholen in de overdrijving en de clich & lsquor;s. Ajax tegen Feyenoord is Amsterdam tegen Rotterdam, kapsones tegen strijdlust, patserige kunstenaars tegen noeste havenarbeiders, Tante Leen en Johnny Jordaan tegen Gerard Cox.

Een paar weken nadat Cox Ajax in 1970 ten grave had gedraven, sloeg Amsterdam terug. Tante Leen en Johnny Jordaan hadden een hitje met het lied Ajax is niet dood!

Veendam - Ajax 1-9

3 april 1932

Goaltjes Piet was niet Piet Strijbosch, hoewel hij op 11 januari 1931 in de wedstrijd tegen vuc (17-0!) zeven maal scoorde. Nee, de enige echte Goaltjes Piet was Piet van Reenen, een Utrechter die eigenlijk Petrus heette.

Wie kent Piet van Reenen nog, 68 jaar nadat hij Ajax in de kampioenscompetitie met Feyenoord, Sportclub Ensche de, psv en Veendam naar de eerste plaats schoot?

Zeven keer scoorde hij in de uitwedstrijd tegen Veendam, maar opgesteld worden in het Nederlands elftal, ho maar. De keuzecommissie gaf, op twee wedstrijden na, de voorkeur aan anderen, Wim Lagendaal bijvoorbeeld en Bep Bakhuys. Wat hem parten speelde, waren zijn grilligheid en brutaliteit. Van Reenen was een lastig mens, impulsief en nukkig tegelijk.

Het wordt tijd voor eerherstel. Van Reenen maakte tussen 1929 en 1941 272 doelpunten in 235 competitiewedstrijden, een formidabele score die hem de titel topscorer aller tijden van Ajax opleverde.

Met een schamel totaal van 128 doelpunten staat Van Basten op de met Wim Volkers gedeelde zesde plaats. Johan Cruijff (205 doelpunten) is tweede, Sjaak Swart (175) derde.

Hoe talentvol Van Reenen werkelijk was, zullen we jammer genoeg nooit weten. Laat de doelpunten echter voor zich spreken, plus de ode die in het jubileumboek uit 1950 verscheen: 'Ondanks humeurigheden beschouwen we Piet van Reenen uit zijn sterkste jaren als de beste midvoor die Ajax ooit heeft gehad.'

Ajax - De Zwaluwen 4-3

13 juni 1948

Vergeet Rinus Michels en Louis van Gaal! De grootste trainer van allemaal was een Engelsman die in Amsterdam Sjek Rijnols werd genoemd maar Jack Reynolds heette en vaak een karakteristiek bolhoedje droeg. (Sommigen zullen zich herinneren dat in stadion De Meer een tribune naar hem was vernoemd, in de volksmond de Rijnols-tribune.)

Reynolds was, verdeeld over vier perioden, 24 seizoenen trainer van Ajax. Hij leidde Ajax naar acht landstitels en zestien afdelingskampioenschappen.

Wat Michels later zou doen in het tijdperk van het betaald voetbal, deed Reynolds in de jaren tien, twintig en dertig: hij maakte Ajax groot. Michels bouwde een elftal, Reynolds een hele club.

In het boek dat werd uitgegeven ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan, werd Reynolds de rector-magnificus van de Ajax-academie genoemd. En zoals het vaak gaat met succesvolle trainers die afscheid hebben genomen: hij werd ieder jaar beter. Toen hij stierf, op de gezegende leeftijd van 82 jaar, was hij een mythe.

Reynolds was zo'n man die zich overal mee bemoeide, alle elftallen van de club trainde en meedogenloos toesloeg als iets hem niet beviel. Omdat indertijd nog werd verondersteld dat al het goede uit Engeland kwam, werd hij in 1915 aangetrokken.

33 jaar later kreeg hij een benefietwedstrijd aangeboden. Ajax speelde tegen een gelegenheidselftal, De Zwaluwen, dat in stadion De Meer met 4-3 werd verslagen. Het leverde hem zevenduizend gulden op.

Vanzelfsprekend bleef Reynolds in Amsterdam wonen, (hij werd er ook begraven trouwens), en van tijd tot tijd bleef de stad hem eer bewijzen, met als hoogtepunt de aflevering van Dit is uw leven, die in 1959 onder leiding van Mies Bouwman werd opgevoerd. Zo liefdevol was de hulde dat de strenge pionier in hotel Krasnapolsky zijn tranen niet kon bedwingen.

'Menigeen in de zaal weende mee - stilletjes in een zakdoek', schreef de Volkskrant een dag later.

Blauw-Wit - Ajax 2-1

1 juni 1958

Piet Koekebakker was een aanvaller van Blauw-Wit - dit zeer tot genoegen van de supporters die konden zeggen dat hun club één Koekebakker had en aartsrivaal Ajax elf.

Die Piet Koekebakker maakte op 1 juni in de slotfase het winnende doelpunt in de stadsderby. De kritiek in de krant was niet mals. De aanvallers van Ajax werden vergeleken met slaapwandelaars. Het had er alle schijn van dat Ajax de stadgenoot de helpende hand toestak. Blauw-Wit kon de punten goed gebruiken, zoals zo vaak.

Ons ideaal dat is Blauw-Wit

dat is een club waar pit in zit,

de club van 't stadion,

kwam, zag en overwon!

En dan waren er ook nog dws, Door Wilskracht Sterk, de arbeidersclub uit de Spaarndammerbuurt, en De Vole wijckers uit Noord. In de jaren vijftig en zestig leefde de derby, in 1982 stierf de strijd om het officieuze kampioenschap van Amsterdam.

In 1972 smolten dws en Blauw-Wit samen tot fc Amsterdam, in 1974 sloot De Volewijckers zich bij de fusieclub aan. Acht jaar later werd fc Amsterdam opgeheven, door iedereen in de steek gelaten. Letterlijk en figuurlijk in de schaduw van Ajax, op een bijveld van het Olympisch Stadion, speelde de ploeg de laatste wedstrijden.

Nee, dan de jaren vijftig, met de derby's die de stad dagenlang in tweeën verdeelden en tienduizenden bezoekers trokken. En met spelers als Piet Koekebakker die in de krant 'de oude, trouwe Piet Koekebakker' werd genoemd.

Ajax - Liverpool 5-1

7 december 1966

Mist. En Cees de Wolf. Maar vooral mist.

Uit de bundel De weg naar Oude God (1991) van Philip Markus:

'Heb je nog wat gezien, vroeg ik hem.'

'Nee, we zaten schuin achter het doel waar ze steeds niet waren. We hoorden aan het gejuich aan de overkant wanneer er een doelpunt was gevallen. Dan moest je wachten op bevestiging door de speaker, en dan sprongen wij ook maar in de lucht. We hebben de hele avond zitten zingen.'

'Zonde. Op de televisie had je misschien nog iets van de doelpunten gezien.'

'Welnee, jongen. Ik had het voor geen goud willen missen.'

Ajax - Liverpool werd onmiddellijk beschouwd als de grote doorbraak van het Nederlandse clubvoetbal, vanwege de faam van de tegenstander en de uitslag. Maar niet Cruijff of Swart of Pronk of Nuninga verbond zijn naam aan de wedstrijd, maar Cees de Wolf.

Cees de Wolf was een talent uit Purmerend. Hij verving in het Olympisch Stadion Piet Keizer en maakte het eerste doelpunt, na drie minuten al, met een kopbal.

Een kwart eeuw later keek hij verrukt terug. 'Je zou er versteld van staan als je wist hoeveel mensen mij nog over die goal aanspreken. Als ik ga stappen op het Leidseplein, is het altijd raak.'

Dat deed De Wolf vaak, stappen. Na twee seizoenen stuurde Ajax hem weg. Haarlem, kv Mechelen en Dallas Tornados waren zijn volgende clubs. Toen hij een caf & lsquor; in Medemblik opende, beëindigde hij zijn loopbaan. 'Als er iets moeilijk te combineren is, is het tappen en voetbal.'

Maar de speler die op 7 december 1966 de mist verjoeg, had nergens spijt van. 'Cees de Wolf heeft geleefd en lol gehad.' En zo hoort het natuurlijk ook.

Benfica - Ajax 0-3

5 maart 1969

Eusebio da Silva Ferreira, kortweg Eusebio, kwam op 10 februari met de andere spelers van Benfica in Nederland aan. Hij keek om zich heen en vertelde dat hij nooit sneeuw had gezien.

Des te onrechtvaardiger en wonderbaarlijker was het dat hij Benfica twee dagen later naar een 3-1 zege op Ajax leidde, op een veld in Amsterdam dat door een dikke laag sneeuw was bedekt. Eusebio, de Parelvisser uit Mozam bi que, had ons lelijk beetgenomen. (Het gaf al te denken dat hij in het Olympisch Stadion zonder handschoenen of maillot de kou trotseerde.)

Wat volgde was niets anders dan een wonder.

In Lissabon zegevierde Ajax met 3-1. Een beslissingswedstrijd volgde, in het Stade de Colombes in Parijs. Dertig duizend supporters reisden met de ploeg mee. Inclusief kaartje kostte de (busreis) 35 gulden.

In het Stade de Colombes zongen de supporters van de Zilvervloot en de Slof en de oude Voetbalschoen. In de verlenging sloeg Ajax toe. Cruijff scoorde eenmaal, de ranke Zweed Danielsson tweemaal: 3-0.

Ruim dertig jaar later vroeg iedereen zich tijdens de 'Wedstrijd van de Eeuw' in Amsterdam af wie dat nou was, die grijze, kalende, houterige, dikke, oude man. Maar dat was dus Inge Danielsson.

Ajax-Bayern Munchen 4-0

7 maart 1973

Haan 1-0.

G. Muhren 2-0.

Haan 3-0.

Cruijff 4-0.

Maar het was ook het begin van het einde. Cruijff weigerde mee te spelen in het tweede duel met Bayern Mun chen in de kwartfinale van de Europa Cup voor landskampioenen. Hij zei dat hij pijn aan de knie had, maar dat geloofde niemand.

Cruijff bereidde zijn afscheid voor. Veelgebruikte, jammer genoeg in onbruik geraakte omschrijving in die dagen: enfant terrible.

Het bestuur der AFC Ajax sommeert u dinsdag 20 maart 1973 per eerste vlieggelegenheid te vertrekken naar Mun chen stop - melden Esso Motor Hotel stop - zo niet zullen disciplinaire maatregelen worden getroffen stop.

Cruijff verscheurde het telegram en verspeelde zijn krediet bij de andere spelers. Toen de spelersgroep hem in de zomer van 1973 afzette als aanvoerder, liet hij zich transfe reren naar Barcelona.

Het één zal wel niks met het ander te maken hebben, maar in 1974, '75 en '76 won Bayern Munchen de Europa Cup voor landskampioenen. En in 1978 namen de Duitsers wraak op Cruijff voor de vernedering die hun vier jaar eerder was aangedaan. Johan Cruijff verloor zijn afscheidswedstrijd met 8-0.

Maar daar had niemand nog weet van, in maart 1973 toen Ajax Bayern Munchen geen schijn van kans gaf.

FC Amsterdam - Ajax 1-2

13 oktober 1974

Over niet één Nederlandse voetballer werden zo veel gedichten geschreven als over Piet Keizer, bijvoorbeeld door Nico Scheepmaker.

Tabé Piet

Afscheid van Pietje. Scheiden doet lijden.

Er was er maar één zoals Keizer.

Hij wilde nog wel, maar dit is toch wijzer:

een gijzelaar die zich bevrijdde.

'Vrijwillig gegijzeld door het voetbal van heden,

waarin voor de eenling en voor het genie

geen leefruimte is, en geen tijd voor esprit:

het voetbal van Pietje is nu al verleden.

Daar heeft hij zich nu dan met pijn van bevrijd,

en dat is verstandig. Het was ook zijn tijd:

hij heeft de statuur niet voor een reserve.

Wat heeft het voor zin op de grasmat te sterven

in het laatste kwartier, als vervanger van Haan?

Als keizer verdien je een betere baan.

Lang voordat in badinerende zin werd gesproken over 'de grach tengordel', werd Keizer omarmd door de Amster dam se culturele elite. Keizer was veel meer dan een voetballer, dachten velen: hij was rebels, onberekenbaar, dro me rig, artistiek, diepzinnig, individualistisch en nog wat van die dingen, als het maar een tikje mysterieus was.

Alsof de waas van geheimzinnigheid nog niet dicht genoeg was, nam Keizer plotseling afscheid, tijdens het seizoen, op 31-jarige leeftijd. Zijn laatste wedstrijd speelde hij tegen fc Amsterdam.

Een conflict met trainer Kraay over zijn positie in het elftal lag aan de breuk ten grondslag. De linksbuiten wilde middenvelder zijn. Volgens Kraay (en vele anderen) was hij daarvoor echter ongeschikt. En weg was Keizer.

Zo werd hij, in de ogen van sommigen, nog mysterieuzer. Een inspirator van dichters was hij al. Het verschijnen van de bundel Elf gedichten voor Piet Keizer, met bijdragen van onder anderen Marga Minco, Remco Campert, Bert Schierbeek en Mensje van Keulen, vervulde hem echter met afkeer.

In het boek Lucky Ajax, de eregalerij van Rik Planting zei hij: 'Een dichtbundel voor mij is wat ik niet kan en wil begrijpen.'

Misschien is het wel daarom dat Keizer al jarenlang als columnist verbonden is aan Aktueel, een weekblad dat wordt gevuld met verhaaltjes over seks, auto's en voetbal.

Keizer is altijd eigenzinnig en rebels geweest, maar nooit mysterieus. Wie mysterieus is stopt niet met voetbal omdat hij, zoals hij jaren later toegaf, niet langer wil worden beschouwd als een held. 'Ik snakte naar een leven zoals dat van mijn buurman.'

Ajax - NEC 5-0

3 april 1982

'Zaterdagavond mochten de toeschouwers (...) kennis maken met de zeventienjarige Marco van Basten, een uefa-international die niet alleen goed kan koppen, maar links en rechts kan passeren en met zijn goede basistechniek en zijn voorliefde voor schoten uit de tweede lijn een probleem voor iedere defensie kan vormen', schreef nrc Handels blad.

En de Volkskrant: 'Ajax' derde kwam op naam van de surprise die de leiding deze keer uit de overvolle talentendoos had getoverd. (...) Een technisch begaafde spits, die zijn meerderen bedankte door in de 57ste minuut een voorzet van Vanenburg perfect in te koppen.'

Cruijff, terug bij Ajax, gaf in het begin van de jaren tachtig het Nederlandse voetbal een impuls. Waar hij kwam, liepen de stadions vol.

Bijna 21 duizend toeschouwers waren in De Meer getui ge van het debuut van Van Basten. Niet het verloop van de wedstrijd maakte dat tot zo'n bijzondere gebeurtenis. De gewelddadigheden van supporters op de F-side die in de rust auto's met stenen begonnen te bekogelen, deden dat evenmin. In die tijd waren bezoekers van voetbalwedstrijden wel het een en ander gewend.

Nee, het debuut van de magere jongen uit Utrecht werd van een extra dimensie voorzien door de speler die na drie kwartier door hem werd vervangen. Het was te mooi om waar te zijn: de prins nam de plaats van de koning in. Hij had griep, Johan Cruijff.

Enfin, hoe het verder ging met Van Basten weten we.

Ajax - Willem II 5-1

28 april 1996

Op 9 december 1934 maakte rechtsbuiten Bob ten Have het eerste doelpunt in De Meer, een nieuw, zeer modern stadion dat gebouwd was naar een ontwerp van Jordanus Roodenburgh. Ajax won de openingswedstrijd tegen Stade Français met 5-1. Piet van Reenen scoorde drie maal.

Roodenburgh wilde niet zomaar een stadion bouwen, maar een 'mooi huis in een grote tuin'. Dat is ook de titel van het boek dat Marcelle van Hoof schreef over de geschiedenis van De Meer en waarin onder meer is te lezen dat het eerste telefoonnummer van het stadion 54440 was, en het laatste 6946515.

Officieel heeft het stadion 61 jaar, 241 dagen en 11 uur bestaan. Op 28 april 1996 speelde Ajax 1 er de laatste wedstrijd. Het kon slechter: Ajax werd die dag voor de 26ste maal kampioen van Nederland.

Het laatste doelpunt werd gemaakt door een speler van Willem II, Jack de Gier. De laatste speler die in De Meer de bal aanraakte, was wel een Ajacied, Frank de Boer. Geluk kig maar.

Een statig huis in het groen was De Meer toen al lang niet meer. Het stonk er naar pis en patat en de hekken rondom het veld deden denken aan een gevangenis in de open lucht.

Wonderlijk trouwens dat de uitslag van de eerste wedstrijd in De Meer dezelfde was als de laatste, 5-1.

Meer over