ReportageWonen aan zee

Deze mensen wonen aan zee: ‘Het is toch net een levend schilderij?’

Het voelt er elke dag als vakantie, je hebt er eindeloos de ruimte en het uitzicht is nergens mooier. Waar is het beter wonen dan aan zee?

Ans van de Weerdhoff (66, freelanceprogrammamaker) woont in Amsterdam, maar zit zodra het kan in haar strandhuisje in IJmuiden.

Beeld Marie Wanders

‘Vijfentwintig jaar geleden heb ik dit strandhuisje gekocht. Het was de beste beslissing in mijn leven, op het krijgen van mijn dochter Charley (20) na. Ik weet nog dat ze net geboren was en ik hier samen met haar in het zand onder een parasol lag. Ik ben geloof ik nog nooit zo gelukkig geweest.

‘Een vriendin van me had hier al een huisje en zei: je moet eens komen kijken, er staat er een te koop. Ik ging erheen met mijn toenmalige man Friso en met een van mijn beste vrienden, Peter van Bueren, de filmjournalist van de Volkskrant die onlangs overleden is. Hij zei onmiddellijk: doen! Hij heeft zo gelijk gekregen. Ik ben hier af en aan de hele zomer, ik hoef ook helemaal nergens anders op vakantie met dat coronavirus nu.

Beeld Marie Wanders

‘Het eerste wat ik hier ’s ochtends doe is zwemmen in zee. Dan is het nog stil op het strand en dat is zo zalig, dan kan er eigenlijk al niks meer misgaan die dag. Ik drink koffie in de zon, ’s middags lig ik te lezen in mijn hangmat en ’s avonds drink ik wijn met vrienden die hier ook een huisje hebben. Ik heb een douche en een kacheltje, maar geen tv, want het moet hier anders zijn dan thuis. Zodra ik het duin overkom, is het vakantie. En als ik langer dan drie, vier dagen ga, neem ik mijn katten gewoon mee uit Amsterdam.

‘Ik heb destijds 14.000 gulden voor het huisje betaald. Nu gaan ze weg voor 80.000 gulden, als het niet gekker is, want er zijn zoveel mensen met geld. Sommigen hebben een grote villa in het Gooi en zitten toch elk weekend hier op 30 vierkante meter – wat ik supersympathiek vind, want dan begrijp je dus wat echt leuk is in het leven.

‘Ik zat oorspronkelijk op de eerste rij. Iedereen van buiten denkt dat dat de beste plek is, maar ik ben bewust verhuisd naar de achterste rij, want hier is het lekker stil. De achterkant van mijn huisje staat zowat in de duinen en aan de voorkant heb je toch mooi uitzicht op zee, omdat de huisjes op de derde rij op palen staan. Zodra ik ’s ochtends mijn ogen opendoe, zie ik de golven. En ’s avonds val ik met het geluid ervan in slaap.

Beeld Marie Wanders

‘Het nadeel van zo’n strandhuisje is dat je het op 30 september moet afbreken om het op 1 april weer op te bouwen, want ’s winters moet het leeg zijn op het strand. Elk jaar als ik met dat rotwerk bezig ben, denk ik: ik ga het verkopen. En elke zomer ben ik natuurlijk zielsblij dat ik dat nooit heb gedaan. Mijn vrienden uit Amsterdam weten deze plek ook heel goed te vinden. Dat is nog een nadeel van dit huisje: je moet altijd zorgen dat de wijn koud staat.’

Marina Molenaar (57, facilitair manager) is geboren en getogen in Zandvoort. Ze woont er nu met haar man Pasquale tijdelijk in bij haar vader aan de boulevard.

Links Jaap, midden Marina, rechts PasqualeBeeld Marie Wanders

‘Ik maakte mijn huiswerk op het strand. Als ik ’s middags na school niet thuiskwam, wist mijn moeder waar ze me moest zoeken: bij de derde strandopgang voor tent 16, daar zat ik met mijn schoolboeken op schoot op een strandstoel uit te kijken over zee. Als kind vind je dat allemaal heel gewoon, later ga je het steeds meer waarderen. Als ik met mijn man en mijn vader hier op het terras naar de zonsondergang zit te kijken, zeggen we iedere avond weer tegen elkaar: kijk dan, het is toch net een levend schilderij?

Beeld Marie Wanders

‘Ik ben er een van Blub. Hier in Zandvoort heeft iedereen een scheldnaam en dit is de onze, omdat mijn opa vroeger geen ‘blut’ kon zeggen, in plaats daarvan zei hij ‘blub’. Maar het heeft ook te maken met de vishandel van mijn opa en oma, waar mijn moeder ook werkte. Ik heb er heel wat rondgehangen als kind. Zandvoort is echt een dorp, al groeit het ’s zomers uit zijn voegen. Het is nog steeds ons kent ons. Als puber liep ik soms maar een straatje om omdat ik niet altijd zin had om bekenden tegen te komen met wie je dan weer een uur stond te praten. En nog steeds: mijn vader zit de hele dag hier op het terras als het mooi weer is en dan kent hij iedereen de voorbijkomt. Zwaai naar de visboer, zwaai naar de vuilnisman en dan klinkt het: ‘Hee Jaap, hoe gaat het?’ Want iedereen kent Jaap Molenaar. We woonden altijd in het dorp, maar dertig jaar geleden hebben hij en mijn moeder, die is overleden, deze flat aan de boulevard gekocht. Voor een bedrag dat nu een giller zou zijn. Hij ging met zijn 57ste met pensioen en is nu 81, dus reken maar uit hoelang hij al achter zijn jonge jenevertje van dit uitzicht geniet.

Beeld Marie Wanders

‘Pasquale en ik wonen tijdelijk bij hem in omdat we ons huis hebben verkocht. We gaan verhuizen naar Italië, waar Pasquale vandaan komt. We gaan in Le Marche wonen. Wéér aan zee, ja, ik zou niet zonder kunnen. Ik heb een tijdje in Velserbroek gewoond, in een rijtjeshuis met uitzicht op de voortuin van de overburen. Daar werd ik doodongelukkig van. ’s Ochtends reed ik vaak naar Zandvoort om mijn hondjes naar mijn ouders te brengen voordat ik moest werken, en als ik dan op de kustweg reed, zat ik te huilen in de auto. Na mijn scheiding ben ik meteen teruggegaan. Gelukkig hoef ik het strand niet te missen in Italië. We gaan er nu al elk jaar op vakantie en als we komen aanrijden, weet het hele dorp: hé, daar zijn Marina en Pasquale weer. Het is er eigenlijk net Zandvoort, maar dan ouderwetser. Iedereen kent iedereen.’

Sanne Tjepkema-Toet (31, tekstschrijver) woont met man Pieter en kinderen Sjors (8) en Guusje (1) aan de haven van West-Terschelling. Ze groeide op in de Randstad, maar wil nooit meer van het eiland weg.

Beeld Marie Wanders

‘Het is elke ochtend een verrassing als ik het rolgordijn omhoog trek: welke schepen liggen er in de haven, hoe grijs, groen of blauw is de zee? We zien weleens zeehondjes voorbijzwemmen als ik met de kinderen voor het raam sta. En als het hoog water is, lijkt het alsof de schepen de woonkamer komen binnenvaren, zo pal aan het water wonen we.

‘Mijn moeder komt van Terschelling. Ik ben opgegroeid in Gouda, maar we kwamen hier in de vakanties vaak en elke keer was het een soort thuiskomen. Er woont hier veel familie, dat scheelt ook. Na mijn studietijd in Amsterdam moest ik nadenken over wat ik wilde doen met mijn leven. Mijn ouders zeiden: dat kun je mooi op Terschelling doen – ze hebben hier een tweede huis. Ik ben erin getrokken en nooit meer van het eiland weggegaan.

Beeld Marie Wanders

‘In 2015 leerde ik Pieter kennen. Hij heeft samen met zijn vader een restaurant hier in Midsland, maar we hebben elkaar gek genoeg ontmoet doordat we allebei op familiebezoek waren in Oman. Ik bleek zijn hele vriendengroep te kennen, alleen hemzelf niet, wat best bijzonder is op zo’n overzichtelijk eiland. Twee jaar later, in 2017, hebben we dit huis gekocht. Ik deed als tekstschrijver een klus voor de buurman, die vertelde dat het huis van zijn vader naast hem te koop kwam. Hij had gedoe met de makelaar, wilde ervan af en vroeg: jullie zoeken zeker niet toevallig een huis? Wel dus, alleen dachten we dat dit onbereikbaar voor ons was. Het kostte drieënhalve ton – we hebben alles op alles gezet om de hypotheek rond te krijgen. En het is gelukt. Nu wil ik nooit meer weg hier. Al die verschillende schepen voor je deur, dat is zo’n feest elke dag. ’s Avonds zit er weleens een groepje zeilers aan boord van een schip accordeon te spelen, wij houden heel erg van die gezelligheid. En er is een strenge havenmeester, om tien, elf uur is het altijd weer stil.

Beeld Marie Wanders

‘Pieter heeft een bootje, hij gaat graag vissen. En ik heb een supplank hier in de steeg liggen. Als het rustig is, waag ik me aan een rondje door de haven. Ik doe het eigenlijk alleen als de zee vlak is, niet eens zo vaak, maar het is alleen al leuk dat het kán. We zijn natuurlijk veel buiten, ik zit binnen drie minuten op het strand met de kinderen. Emmertjes en schepjes mee en lekker spelen op het wad. In de winter gaan we met de auto het strand op. Dat mogen eilanders, het is een soort traditie – uitwaaien op het uiterste puntje van het eiland en dan hop, lekker de warme auto weer in. En ik sport op het strand. Vanmiddag heb ik er pilates.

‘Vorige week was hier een vriendin uit Amsterdam en als ik haar dan hoor praten over rennen naar de metro, kan ik me daar al bijna niets meer bij voorstellen. Ik kom graag in Amsterdam, voor een dagje. Maar ik ben altijd blij als ik weer op de boot terug zit.’

Esther Beers (45, zelfstandig projectleider) woont in Noordwijk met haar man Collin en hun twee dochters van 10 en 8 aan zee.

Beeld Marie Wanders

‘Dit uitzicht verveelt nooit. Ik neem het nog steeds niet voor lief dat we op een plek wonen waar veel mensen het hele jaar door naar verlangen. Je hebt hier elke dag het vakantiegevoel. Ik ben op de Veluwe opgegroeid en daar is het ook mooi, maar voor mij gaat er niets boven wonen aan zee. Na mijn studententijd in Maastricht ben ik eerst anderhalf jaar als reisleider gaan werken voor Djoser, vooral in Afrika. Dan ben je natuurlijk heel veel buiten, en daar was ik zo aan verslingerd geraakt dat ik terug in Nederland dacht: ik wil op een plek gaan wonen waar ik buiten kan lopen, en dan het liefst aan zee. Ik kwam in Kijkduin terecht, sowieso al een leuk badplaatsje onder Den Haag, maar de aantrekkingskracht was vooral dat er een appartementencomplexje echt ín de duinen staat, er zit niet eens een weg tussen de flat en het strand. Daar heb ik op mijn 25ste een flatje gekocht en daarna ben ik naar het uitzendbureau gegaan: ziezo, waar kan ik werken?

Beeld Marie Wanders

‘Nu woon ik in Noordwijk, met mijn man en dochters Willemijn van 10 en Desiree, die 8 is. Niet in dit huis, ik sta hier in het appartement van mijn moeder in Katwijk, maar in Noordwijk kijken we precies zo uit over de kust. De liefde voor het strand heb ik vanuit huis meegekregen. Mijn vader komt uit een banketbakkersfamilie in Rotterdam met acht kinderen. Zijn ouders moesten natuurlijk de hele zomer doorwerken, dus in de vakantie werden de kinderen in een grote Chevrolet-stationcar met een paar winkeljuffrouwen erbij naar Katwijk gebracht voor een strandvakantie. Hij is er zijn hele leven blijven terugkeren, ook toen hij een groothandel in bouwmachines had op de Veluwe. Dus ook wij gingen ’s zomers naar Katwijk. Kamperen in de vakanties, maar ook gewoon een paar uurtjes op zaterdag om een harinkje te eten en even over het strand te banjeren. Ik vond het altijd heerlijk als kind.

Beeld Marie Wanders

Mijn vader is op zijn 60ste al overleden, twee van ons kinderen hebben zijn zaak voortgezet. Mijn moeder heeft niet lang daarna dit geweldige appartement gekocht als tweede huis, als familiehuis eigenlijk. Ze is een liefhebber van moderne architectuur en heeft binnen alles zelf ontworpen, alle materialen zelf uitgezocht en zich overal mee bemoeid. Ze heeft er maar kort van kunnen genieten. Ze is pas 68 en zit nu met alzheimer in een bruin gestoffeerd verzorgingshuis, waar goed voor haar gezorgd wordt, hoor, maar het was natuurlijk niet de bedoeling. Nu staat dit huis te koop. Dat mijn ouders niet eens fatsoenlijk hun pensioen hebben gehaald, heeft mijn man en mij ervan doordrongen dat het leven akelig kort kan zijn. Daarom zijn we vorig jaar met de kinderen op wereldreis gegaan. We hadden Zuid-Korea, Taiwan, Japan en Australië bezocht toen we in Nieuw-Zeeland onze reis moesten afbreken vanwege het coronavirus. Dat was heel jammer natuurlijk, we hadden nog een paar maanden Centraal-Azië voor de boeg, maar het is dan geen straf als je mag terugkeren naar de Nederlandse kust. Er is een duingebiedje tussen Katwijk en Noordwijk, de Coepelduynen heet het, waar we heel wat uren hebben doorgebracht toen de kinderen klein waren. We wandelen er nog steeds veel en zeggen dan, serieus, elke keer: het is toch eigenlijk nergens zo mooi als hier.’

Raymond (43) en Myrte Kempen (42, beiden business coach) wonen met hun kinderen Bodhi (16), Venna (14) en Reeva (3) in Noordwelle, Zeeland. Elk vrij (en niet-vrij) uurtje rijden ze met hun camper naar de Brouwersdam.

Beeld Marie Wanders

Myrte: ‘’s Zomers kan het zo druk zijn met campers op de Brouwersdam, dat je al om zes uur hier moet zijn om een plekje te bemachtigen. Maar als je dan eenmaal staat, heb je van die drukte geen last meer. Aan de ene kant heb je uitzicht op het Grevelingenmeer en aan de andere kant op zee, het is weids en ruim zo ver je kunt kijken. We staan hier bijna elk weekend, hoewel we vijf minuten verderop wonen in een fijn huis met een tuin. Op gewone werkdagen rijden we hier trouwens vaak ook heen om te surfen en te chillen. Barbecuetje aan, er komen vrienden bij die ook op de dam staan en om een uur of tien rijden we weer naar huis. Je mag hier niet in de camper overnachten, dus we slapen thuis weer lekker allemaal in ons eigen bed. Het is een levensstijl die ik niet meer zou willen opgeven. Werk en vrije tijd lopen helemaal in elkaar over. ’s Ochtends wandel ik anderhalf uur langs zee met onze honden, daarna heb ik een meeting, ’s middags ga ik mountainbiken door de duinen en ’s avonds zit ik bij de camper nog een paar uurtjes achter de laptop. Met dit uitzicht – waarom zou je wachten met genieten tot na je pensioen?

Beeld Marie Wanders

‘Zeven jaar geleden woonden we nog in een vinexwijk in Tilburg. We hadden een seizoensplaats op een camping hier in Zeeland en dat vonden we zo heerlijk, we baalden altijd als het weekend afgelopen was. Op een dag zeiden we tegen elkaar, op de terugweg in de auto: waarom gaan we eigenlijk naar huis? De kinderen kunnen in Zeeland toch ook naar school? En wij kunnen als zzp’ers overal werken, dat deden we destijds ook al. De volgende dag hebben we ons huis te koop gezet.

‘Raymond doet aan windsurfen en kitesurfen en Bodhi doet aan freestyle windsurfen op hoog niveau. We leven met de wind dus, elke ochtend kijken we: hoe goed zijn de golven, waar gaan we heen? Venna rijdt paard, het liefst over het strand, Reeva heeft al haar eigen surfsetje en ik doe aan mountainbiken, dus we zijn allemaal buiten als het maar even kan. Zelfs de honden houden ervan om voor op de plank te zitten als we gaan suppen.

Beeld Marie Wanders

‘We zijn het gelukkigst als de agenda leeg is. Ik zal nooit een eetafspraak maken voor over twee weken, want we willen de vrijheid hebben om naar buiten te gaan. Je hoort weleens mensen zeggen: nee, wij kunnen niet zaterdag, want we moeten naar een verjaardag. Hoezo móéten? Het zijn allemaal keuzes die je maakt. Ik wil niet op een verjaardag in een kring met iemands buurvrouw over het weer gaan zitten praten als ik ook met mijn kinderen op het strand kan zijn. We hebben trouwens aanloop genoeg hier. Een heleboel surfvrienden van ons komen ook elk weekend naar de Brouwersdam.’

Boris Zeisser (52) en Anja Verdonk (36, beiden architect) zijn vorig jaar met hun dochter Layla (4) verhuisd van een nieuwbouwappartement in Rotterdam naar een huis uit de jaren vijftig in Bergen aan Zee.

Beeld Marie Wanders

Boris: ‘Ken je dat nummer Zoutelande van Bløf? Zo voelt het soms. ‘We zitten hier in het gammele strandhuis’ – de wind kan dwars door de kozijnen gieren, maar we zijn blij dat we hier zijn, want het is wel óns gammele strandhuis. Het is niet normaal hoe de wind hier kan beuken. Fantastisch, maar een huis lijdt daar natuurlijk onder. Door het zout in de lucht, dat vocht vasthoudt, rotten de kozijnen waar je bij staat. Om het jaar schilderen is nog niet genoeg.

‘Ik ben in Bergen opgegroeid. In Bergen-Binnen, niet pal aan het strand dus, maar er wel vlakbij. Na mijn studie bouwkunde in Delft ben ik een architectenbureau in Rotterdam begonnen. Een logische plek, want daar gebeurt het op architectuurgebied, alle jonge architecten zitten in Rotterdam.’

Beeld Marie Wanders

Anja: ‘We woonden supermooi in Montevideo, de woontoren naast Hotel New York. Maar nadat Layla geboren was, wilde ik er weg. Te veel stress. Ik werkte toen nog in Haarlem en ging het liefst om twee uur ’s middags al van de zaak weg om de files voor te zijn. En dan stond ik in Rotterdam nog drie kwartier vast in het verkeer om Layla van de crèche te halen. In het weekend gingen we wéér de auto in, de stad uit, om niet voor de duizendste keer op de wipkip in het speeltuintje naast Hotel New York te zitten.’

Boris: ‘Ik wilde wel terug naar Bergen, maar niet naar Bergen aan Zee. Een rare plek, leek ons. In de winter wonen hier 300 mensen, in de zomer 3.000, alleen al in de vakantiehuisjes en de hotels, want het strand trekt nog veel meer mensen, natuurlijk.

Maar toen kwam dit huis te koop voor acht ton. Direct aan het strand, met een tuin rondom en eeuwig vrij uitzicht, dat is vastgelegd. Toen ook nog uit het bestemmingsplan bleek dat we er een verdieping op mogen zetten, werd het wel heel aantrekkelijk.’

Beeld Marie Wanders

Anja: ‘De overburen hebben twee jongetjes in de leeftijd van Layla. Ze lopen in en uit bij elkaar, heel gezellig, en wij ouders zijn ook bevriend geraakt. We hebben ons architectenbureau verplaatst naar Bergen. Als ik om half zes mijn computer uitzet, zitten we om zes uur op het strand.’

Boris: ‘We hebben een hottub in de tuin, en op het hoogste punt een bank waar we ’s avonds met het bord op schoot naar de zonsondergang kijken. Op de boulevard staan allemaal strandgangers dan foto’s te maken. Da’s ook een leuk spektakel om te zien. Een half uur later is iedereen vertrokken en is het strand weer leeg.’

Anja: ‘Bergen aan Zee-bewoners zeiden toen we hier net waren: óf je bent hier binnen een jaar weg, of je blijft hier minstens dertig jaar wonen. Voor ons wordt het dat laatste. Het is juist heel leuk wonen in een dorp waar iedereen vakantie heeft. In het weekend gaan we met de buurkinderen mosselen zoeken langs het strand en we hoeven verder helemaal nergens naartoe.’

Meer over