Opvoeden

De kunst van het reageren op ‘mama, jij bent stom!’

Anna van den Breemer schrijft elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.

null Beeld Claudie de Cleen
Beeld Claudie de Cleen

‘Papa, jij bent stom!’ Of: ‘Ik haat je, mama!’ Het is even schrikken wanneer je zo’n opmerking uit de mond van je kind hoort. Misschien doet het zelfs een beetje pijn. Is dit normaal gedrag of een teken dat je een hondsbrutaal kind hebt gecreëerd? En hoe reageer je?

Dit zeggen de deskundigen

Op dagen dat alles tegenzit kunnen ouders zich wellicht gekwetst of afgewezen voelen door zo’n ‘jij bent stom’-uitlating. Wees getroost: jonge kinderen snappen de ware betekenis van die woorden nog niet. ‘De lading die volwassenen eraan geven, zit er voor kinderen niet in’, zegt pedagoog José Sagasser, oprichter van de site opvoedingsvragen.nl en auteur van De kleine koning(in): do’s en don’ts tijdens de peuterpuberteit. ‘Ze hebben het ergens gehoord en kopiëren dat gedrag.’

Bij peuters is het vaak een uiting van frustratie, vergelijkbaar met schoppen, gillen en slaan, aldus Sagasser. Het gaat niet om jou als ouder, maar om de situatie die het kind kennelijk lastig vindt. Het is aan de ouders om die codetaal ‘mama is stom’ te ontcijferen voor wat het is, bijvoorbeeld: ‘Ik wil niet weg uit de speeltuin.’

‘Bij oudere kinderen in de leeftijd van 4 tot 6 jaar kan het ook een test zijn: eens kijken hoe mijn ouders gaan reageren’, vertelt Sagasser. ‘In die levensfase zijn ze erg bezig met regels - wat er allemaal wél en niet mag - en stoer doen.’ Die combinatie van factoren maakt het extra aantrekkelijk om ‘stomme papa’ te roepen op het schoolplein.

Hoe pak je het aan?

Houd bij peuters je reactie luchtig, adviseert Sagasser. ‘Blijf rustig en zeg: ‘Dat mag jij vinden, maar we gaan nu wél gewoon naar huis.’ Of reageer met: ‘Nou, ik vind jou de liefste van de wereld!’ Je kunt er ook een geinig liedje van maken: ‘Wij zijn allemaal stom. Trala.’ Je minimaliseert de impact van de woorden, waardoor deze manier van reageren minder aanlokkelijk wordt.

‘Ga in elk geval niet dieper in op wat er is gezegd: wat is er dan? Waarom zeg je dat?’, zegt Sagasser. ‘Peuters hebben goed in de gaten als zo’n zinnetje een heftige reactie uitlokt en dat vinden ze interessant. Negatieve aandacht is immers ook aandacht.’ De Britse psychotherapeut Noel McDermott verwoordde het mooi in een artikel in The Huffington Post: ‘De meest onderschatte vaardigheid van ouders is leren wat je moet negeren.’

Maar moet een kind niet gewoon leren dat ‘stomme mama’ brutaal is om te voorkomen dat het dit straks ook tegen anderen zegt? Als het gedrag steeds terugkeert, moet je een duidelijke grens aangeven, vindt Sagasser. ‘Zeg: ‘Ga jij maar even in de gang staan roepen, ik ga wat anders doen.’ Oudere kinderen vertel je dat ze op hun kamer mogen roepen, niet in de huiskamer. Maak duidelijk dat je niet naar ze luistert als ze op die manier tegen je praten.’

Op een later moment is het goed om samen terug te blikken. ‘Leg uit waarom die woorden niet fijn zijn om te gebruiken. En dat je niet wilt dat zoonlief zoiets schreeuwt in de speeltuin of supermarkt.’ Bedenk samen andere manieren om uiting te geven aan die boosheid. Een mini-evaluatie kan een tirade in de toekomst voorkomen.

Of niet. Misschien geven dan de woorden van de Noorse gezinstherapeut Hedvig Montgomery steun. ‘Je bent een ouder, geen maatje’, schrijft ze in haar boek De basisschooljaren. ‘Nu je kind zichzelf steeds beter leert kennen is het volkomen terecht dat hij of zij vindt dat sommige dingen waar jij voor staat stom zijn. Je kind is op zoek naar eigen waarden en interesses en jij bent de standaard waar hij of zij van wil afwijken.’